Chapter, Verse
1 1, 6 | 6 Nu zijn wij ook hier voor u
2 1, 9 | 9 Houdt dan gij nu de dagen der Loofhutten
3 3, 23| besloten was; en als hij nu daar bij de schatkist met
4 3, 31| aanroepen, dat hij hem, die nu gans in de uiterste adem
5 4, 18| 18 Als nu het vijfjarig strijdspel
6 4, 28| ontvangen. Als zij beiden nu om deze oorzaak door de
7 4, 32| Menelaüs, achtende, dat hij nu een welgelegen tijd bekomen
8 4, 45| 45 En Menelaüs, nu verlaten zijnde, beloofde
9 6, 24| lieden, menende dat Eleazar nu negentig jaren oud zijnde,
10 6, 27| 27 Waarom ik nu het leven moedig verwisselende
11 6, 30| 30 En als hij nu door de slagen sterven zou,
12 7, 5 | 5 Als hem nu alle leden onbruikbaar waren
13 7, 9 | 9 En als hij nu in de uiterste adem was,
14 8, 3 | erbarmen wilde over de stad die nu verdorven was, en tot de
15 8, 10| 10 Nicanor nu had de koning beloofd de
16 9, 13| booswicht bad de Here, die hem nu geen barmhartigheid meer
17 10, 10| 10 Doch nu zullen wij verklaren hetgeen
18 10, 29| 29 Als er nu een zeer hevige strijd was,
19 10, 54| 15 Makkabeüs nu, zorgdragende voor hetgeen
20 11, 21| 21 Timotheüs nu, vernemende de komst van
21 11, 22| 22 Als nu de eerste hoop van Judas
22 12, 10| hij, zo hij ooit of immer, nu wilde te hulp komen degenen
23 12, 11| En dat hij het volk, dat nu een weinig adem had geschept,
24 12, 18| 18 De koning nu, een proef gekregen hebbende
25 13, 7 | het hogepriesterschap, ben nu hier gekomen:~
26 13, 26| 26 Alcimus nu, ziende de goedwilligheid
27 13, 28| 28 Als nu Nicanor deze dingen ter
28 13, 31| 31 De andere nu, merkende dat hij door de
29 13, 36| 36 Nu dan, o gij heilige Here
30 13, 39| 39 Nicanor nu willende openbaar maken
31 13, 41| in brand steken, als hij nu rondom bezet was, heeft
32 13, 46| steile steenrots, en zijnde nu geheel zonder bloed geworden,
33 14, 1 | 1 Nicanor, nu verstaande dat degenen die
34 14, 8 | hemel toegekomen was, en nu van de Almachtige de overwinning
35 14, 20| 20 En als zij nu allen verwachtten dat het
36 14, 23| 23 En nu, gij prins der hemelen,
37 14, 25| 25 Degenen nu, die met Nicanor waren,
|