Chapter, Verse
1 2, 18| hem, dat hij zich over ons zal ontfermen, en dat hij ons
2 2, 18| onder de hemel zijn, weder zal bijeenbrengen in deze heilige
3 2, 26| en allen, wie dit boek zal voorkomen, enig nut toe
4 4, 17| zaak, doch de volgende tijd zal het openbaren.~
5 6, 27| verwisselende met de dood, zo zal ik schijnen deze ouderdom
6 6, 28| 28 En zal de jongelieden een heerlijk
7 7, 6 | de Here ziet het aan, en zal in de waarheid over ons
8 7, 6 | over zijn dienstknechten zal hij vertroost worden.~
9 7, 9 | maar de koning der wereld zal ons, die voor zijn wetten
10 7, 11| hoop dat ik dit van hem zal wederkrijgen.~
11 7, 14| opgewekt te worden, doch voor u zal geen opstanding ten leven
12 7, 17| kracht, hoe hij u en uw zaad zal pijnigen.~
13 7, 23| aller geboorte uitvindt, zal u de geest en het leven
14 7, 30| Wat verwacht gij nog? Ik zal des konings gebod niet gehoorzaam
15 7, 30| gehoorzaam zijn, maar ik zal gehoorzaam zijn het gebod
16 7, 33| korte tijd toornig is, bij zal nochtans weer met zijn dienstknechten
17 9, 4 | sprak in hovaardigheid: Ik zal Jeruzalem maken tot een
18 9, 4 | begraafplaats der Joden, als ik daar zal gekomen zijn.~
19 9, 22| hebbende dat ik deze krankheid zal ontvlieden.~
20 9, 25| verwachten hetgeen gebeuren zal, zo heb ik tot koning verklaard
21 9, 27| alleszins billijk en vriendelijk zal gelieven.~
22 10, 58| goedgunstigheid tot onze zaken, zo zal ik ook voortaan trachten
23 10, 64| volk ook buiten de beroerte zal zijn, en bevelen, dat hun
24 10, 64| bevelen, dat hun de tempel zal worden wedergegeven, en
25 10, 67| gij welvarende zijt, dat zal zijn gelijk wij willen;
26 10, 69| der maand van Xanthicus, zal de rechterhand gegeven worden
27 10, 70| op enigerlei wijze moeite zal aangedaan worden, om van
28 13, 10| 10 Want zo lang als Judas zal leven, is het onmogelijk
29 13, 26| verordineerd dat hij in zijn plaats zal komen.~
30 13, 33| gevangen overlevert, zo zal ik deze tempel Gods tot
31 13, 33| een vlak veld maken en ik zal het altaar ondergraven,
32 13, 33| het altaar ondergraven, en zal daar weder bouwen een doorluchtige
33 14, 4 | heeft dat men de zevende dag zal vieren.~
34 14, 38| hun macht gehad hebben, zo zal ik ook hier mijn rede afbreken.~
|