Chapter, Verse
1 1, 22| zijnde, weder scheen, zo werd daar een groot vuur ontstoken,
2 1, 23| als de offerande verteerd werd, deden de priesters een
3 1, 32| altaar daartegen aan scheen, werd het water verteerd.~
4 1, 33| 33 En als dit openbaar werd, en de koning van Perzië
5 3, 1 | stad in alle vrede bewoond werd, en als de wetten op het
6 3, 4 | die in de stad gepleegd werd.~
7 3, 16| hogepriesters aangezicht aanzag, die werd in zijn gemoed verwonderd,
8 3, 25| 25 Want door hen werd een paard gezien, met een
9 3, 30| Almachtig daar verschenen was, werd vervuld met blijdschap en
10 4, 18| strijdspel te Tyrus gehouden werd, en de koning daar tegenwoordig
11 4, 43| 43 En over deze zaken werd recht gehouden tegen Menelaüs.~
12 5, 17| 17 Zo werd Antiochus in zijn gemoed
13 6, 4 | 4 Want de tempel werd vervuld met overdadigheid,
14 6, 5 | 5 En het altaar werd ook met onbehoorlijke dingen,
15 6, 18| schoon was van aangezicht, werd genoodzaakt zijn mond open
16 7, 10| 10 Na deze werd ook de derde bespot, en
17 7, 24| menende, dat hij veracht werd, en het daarvoor houdende,
18 7, 39| nemende dat hij zo bespot werd, heeft deze veel kwalijker
19 8, 2 | van alle kanten overlast werd aangedaan, en dat hij zich
20 8, 5 | een leger verzameld had, werd hij onverdraaglijk voor
21 9, 3 | als hij te Ecbatana was, werd hem tijding gebracht van
22 9, 8 | als hij op de aarde was, werd in een rosbaar gedragen,
23 9, 9 | het ganse leger bezwaard werd, vanwege de verrotting.~
24 10, 30| hem dat hij niet gewond werd, en wierpen op de vijanden
25 11, 9 | licht van de vlam gezien werd tot Jeruzalem toe, zijnde
26 11, 13| ondereen gemengd, bewoond werd, met name Caspin.~
27 11, 40| de Joden verbiedt; en het werd een ieder openbaar, dat
28 12, 19| sterke bezetting der Joden, werd hij op de vlucht gebracht,
29 13, 17| Judas, sloeg Nicanor, en werd een weinig verbaasd daarover,
30 13, 21| plaats, en van beide zijden werd er een stoel gebracht en
31 13, 32| waar hij was, die gezocht werd, zo heeft hij, zijn hand
32 13, 37| vader der Joden was genoemd, werd beschuldigd bij Nicanor.~
33 13, 38| in de voorgaande tijden werd bij geoordeeld, dat hij
34 13, 41| voorhof, en als hun geboden werd dat zij vuur zouden brengen,
|