1-500 | 501-1000 | 1001-1027
Chapter, Verse
1001 14, 28| uit deze nood gered waren, en met vreugde aftrokken, zo
1002 14, 29| 29 En een groot geroep en getier
1003 14, 29| 29 En een groot geroep en getier daar gemaakt zijnde,
1004 14, 30| 30 En hij, die alleszins de eerste
1005 14, 30| medeburgers, met lichaam en ziel, die in zijn jaren
1006 14, 30| men het hoofd van Nicanor, en zijn hand met de schouder
1007 14, 30| de schouder zou afsnijden en te Jeruzalem brengen.~
1008 14, 31| 31 En als hij daar gekomen was,
1009 14, 31| als hij daar gekomen was, en tezamen geroepen had zijn
1010 14, 31| geroepen had zijn volk, en de priesters, staande voor
1011 14, 32| 32 En hun tonende het hoofd van
1012 14, 32| de schelmachtige Nicanor, en de hand van deze godslasteraar,
1013 14, 32| huis van de Almachtige, en die de hals had opgestoken,~
1014 14, 33| 33 En de tong van de goddeloze
1015 14, 33| zou geven aan de vogelen, en dat hij deze als beloningen
1016 14, 34| 34 En zij allen opziende naar
1017 14, 35| 35 En hij hing het hoofd van Nicanor
1018 14, 35| allen te zijn een kennelijk en openbaar teken van de hulp
1019 14, 36| 36 En zij allen bepaalden met
1020 14, 38| Nicanor aldus afgelopen zijn, en van die tijden af de Hebreeën
1021 14, 39| 39 En indien ik dit wel, en gelijk
1022 14, 39| 39 En indien ik dit wel, en gelijk het in een historie
1023 14, 39| maar indien ik het slecht en onvolledig heb gedaan, dat
1024 14, 40| wijn alleen te drinken, en ook desgelijks water alleen,
1025 14, 40| desgelijks water alleen, en gelijkerwijs de wijn met
1026 14, 40| zoete aangenaamheid geeft, en aangenaam is te drinken
1027 14, 40| voor de oren der lezers. En dit zij dan het einde.~ ~
1-500 | 501-1000 | 1001-1027 |