Chapter, Verse
1 1, 24| een schepper zijt aller dingen, gij die vreselijk zijt,
2 2, 3 | 3 En andere dergelijke dingen hun aanzeggende, vermaande
3 2, 8 | En dat de Here dan deze dingen zou tonen, en de heerlijkheid
4 2, 13| 13 En deze zelfde dingen worden verhaald in die schriften
5 2, 14| Desgelijks heeft ook Judas al de dingen, die door de oorlog, welke
6 2, 24| 24 Deze dingen, zijnde door Jason van Cyrene
7 3, 6 | de menigte der kostelijke dingen ontelbaar was, en dat ze
8 3, 9 | en hij vraagde of deze dingen zo in der waarheid waren.~
9 3, 34| kracht Gods. En als zij deze dingen gezegd hadden, zijn zij
10 4, 30| 30 En als deze dingen zo gesteld waren, is het
11 4, 33| 33 Onias, als hij deze dingen wel verstaan had, bestrafte
12 5, 11| hij verstaan had dat deze dingen zo geschied waren, vermoedde
13 6, 4 | vrouwen; en daarenboven dingen daarin brachten die niet
14 6, 5 | werd ook met onbehoorlijke dingen, die de wet verboden had,
15 6, 20| blijven verdedigen tegen die dingen, welke niet geoorloofd zijn
16 7, 18| tevergeefs, want wij lijden deze dingen om ons zelfs wil, omdat
17 7, 18| want daar zijn aan ons dingen geschied die verwondering
18 7, 28| wilt erkennen dat God deze dingen uit niet gemaakt heeft,
19 8, 29| 29 En als zij deze dingen verricht hadden, hielden
20 10, 38| 38 En deze dingen verricht hebbende, dankten
21 10, 59| 20 Doch van deze dingen in het bijzonder heb ik
22 10, 65| en met vreugde hun eigen dingen mogen verrichten.~
23 11, 2 | mochten blijven, en hun dingen in stilte doen.~
24 11, 14| sprekende onbehoorlijke dingen.~
25 11, 22| verschijning desgenen, die alle dingen ziet, zo begaven zij zich
26 11, 40| een ieder der doden enige dingen, die de afgoden van Jamnia
27 11, 41| rechter, die alle verborgen dingen openbaar maakt, geprezen.~
28 13, 11| 11 En als deze dingen door hem gezegd waren, hebben
29 13, 26| Demetrius, en zeide dat Nicanor dingen voorhad die vijandig waren
30 13, 28| 28 Als nu Nicanor deze dingen ter ore gekomen waren, is
31 13, 34| 34 En als hij zulke dingen gezegd had, is hij weggegaan,
32 14, 2 | geëerd is door hem, die alle dingen aanziet, in ere houden,~
33 14, 12| zich geoefend had in alle dingen, die tot de deugd behoren,
34 14, 21| aangeroepen, die wonderlijke dingen doet, als die wist dat de
|