Chapter, Verse
1 1, 6 | 6 Nu zijn wij ook hier voor u biddende.~
2 1, 7 | honderdnegenenzestigste jaar, hebben wij, Joden, u geschreven in
3 1, 8 | bloed vergoten hebben; en wij de Here baden, en verhoord
4 1, 11| God verlost zijnde, danken wij hem grotelijks alsof wij
5 1, 11| wij hem grotelijks alsof wij tegen de koning hadden gestreden.~
6 1, 18| 18 Wij dan op de vijfentwintigste
7 2, 16| 16 Dewijl wij dan zullen houden het feest
8 2, 16| der reiniging, zo hebben wij u dat geschreven, en gij
9 2, 18| heeft door de wet, zo hopen wij op hem, dat hij zich over
10 2, 21| aangaande de oorlogen, die wij gehad hebben tegen Antiochus
11 2, 24| verklaard in vijf boeken, zullen wij ondernemen in een boek kort
12 2, 25| 25 Want wij, ziende de verwarring in
13 2, 28| dank te behalen, zo zullen wij nochtans gaarne deze moeite
14 2, 29| van iedere zaak, zullen wij slechts voortgaan met dit
15 2, 30| nodig is, zo acht ik dat wij ook moeten doen.~
16 6, 17| gezegd tot vermaning, en wij zullen met weinige woorden
17 7, 2 | en van ons weten? want wij zijn bereid liever te sterven,
18 7, 18| Dwaal niet tevergeefs, want wij lijden deze dingen om ons
19 7, 18| om ons zelfs wil, omdat wij tegen onze God gezondigd
20 7, 32| 32 Want wij lijden om onzer zonden wil.~
21 8, 18| wapenen en stoutheid, waar wij vertrouwen op de almachtige
22 10, 10| 10 Doch nu zullen wij verklaren hetgeen onder
23 10, 56| hadden, hebben verzocht dat wij zouden inwilligen hetgeen
24 10, 62| tot de goden opgenomen is, wij willende dat degenen, die
25 10, 64| 25 Zo is het, dat wij goedgevonden hebben dat
26 10, 67| zijt, dat zal zijn gelijk wij willen; wij zijn in goede
27 10, 67| zijn gelijk wij willen; wij zijn in goede gezondheid.~
28 10, 74| toegestaan heeft, dat vinden wij ook goed.~
29 10, 75| daarover mag handelen, opdat wij mogen verklaring doen van
30 10, 75| hetgeen u dienstig is. Want wij trekken naar Antiochië.~
31 10, 76| en zendt enigen, opdat wij ook mogen weten hoe gij
|