Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
nehemia 8
nemen 8
nemende 6
nicanor 30
nicanors 1
niemand 3
niet 101
Frequency    [«  »]
31 wij
30 al
30 man
30 nicanor
29 gelijk
27 hetgeen
26 antiochus

Het tweede boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

nicanor

   Chapter, Verse
1 8, 9 | 9 Deze verkoos terstond Nicanor, de zoon van Patroclus, 2 8, 10| 10 Nicanor nu had de koning beloofd 3 8, 12| verwittigd van de aantocht van Nicanor.~ 4 8, 14| degenen die door de goddeloze Nicanor, eer zij bijeenkwamen, verkocht 5 8, 23| eerste slagorde, leverde met Nicanor slag.~ 6 8, 34| 34 En de overgoddeloze Nicanor, die duizend kooplieden 7 9, 3 | tijding gebracht van hetgeen Nicanor en Timotheüs wedervaren 8 11, 2 | Demofon, en benevens deze Nicanor, overste van Cyprus, lieten 9 13, 12| 12 En hij riep terstond Nicanor, die over de olifanten gesteld 10 13, 14| vermengden zich als kudden met Nicanor, achtende dat der Joden 11 13, 15| hebbende de aankomst van Nicanor, en dat de heidenen zich 12 13, 17| broeder van Judas, sloeg Nicanor, en werd een weinig verbaasd 13 13, 18| 18 Desgelijks Nicanor, horende wat dapperheid 14 13, 23| 23 En Nicanor verkeerde te Jeruzalem, 15 13, 26| Demetrius, en zeide dat Nicanor dingen voorhad die vijandig 16 13, 27| opgeruid zijnde, schreef aan Nicanor, zeggende, dat hij deze 17 13, 28| 28 Als nu Nicanor deze dingen ter ore gekomen 18 13, 30| Makkabeüs, bemerkende dat Nicanor met hem strenger handelde, 19 13, 30| zijnen, heeft zich voor Nicanor verborgen.~ 20 13, 37| genoemd, werd beschuldigd bij Nicanor.~ 21 13, 39| 39 Nicanor nu willende openbaar maken 22 14, 1 | 1 Nicanor, nu verstaande dat degenen 23 14, 6 | 6 En deze Nicanor, met alle hovaardigheid 24 14, 25| 25 Degenen nu, die met Nicanor waren, kwamen aan met trompetten 25 14, 28| aftrokken, zo verstonden zij dat Nicanor tevoren gevallen was met 26 14, 30| geboden dat men het hoofd van Nicanor, en zijn hand met de schouder 27 14, 32| hoofd van de schelmachtige Nicanor, en de hand van deze godslasteraar, 28 14, 33| de tong van de goddeloze Nicanor afgesneden hebbende, zeide 29 14, 35| En hij hing het hoofd van Nicanor uit de burcht, om voor allen 30 14, 38| Dewijl dan de zaken van Nicanor aldus afgelopen zijn, en


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License