Chapter, Verse
1 1, 23| priesters een gebed, en al het volk, Jonathan beginnende,
2 1, 26| Ontvang deze offerande voor al uw volk Israël, en bewaar
3 2, 14| Desgelijks heeft ook Judas al de dingen, die door de oorlog,
4 2, 17| 17 En God, die al zijn volk heeft behouden,
5 3, 3 | uit zijn eigen inkomsten al de onkosten betaalde die
6 3, 28| tevoren met veel toeloop en al de hellebaardiers in de
7 4, 1 | aanstichter ware geweest van al dit kwaad.~
8 4, 5 | maar ziende op hetgeen al de menigte, zo in het gemeen
9 4, 47| Menelaüs, die oorzaak was van al deze boosheid, ontslagen
10 4, 47| boosheid, ontslagen van al de beschuldigingen, en heeft
11 5, 12| iemand te sparen, en dat zij al degenen, die op de huizen
12 6, 9 | 9 En dat al degenen, die niet zouden
13 6, 30| slagen sterven zou, zeide hij al zuchtende: Aan de Here,
14 7, 28| naar de aarde, en aanziende al wat daarin is, wilt erkennen
15 7, 38| des Almachtigen, die op al ons geslacht rechtvaardig
16 8, 3 | geslecht zou worden, en dat hij al het bloed, dat tot hem riep,
17 9, 7 | hij een zware val doende, al de leden van zijn lichaam
18 9, 16| zou versieren, en dat hij al de heilige vaten veelvoudig
19 10, 36| ontstoken hebbende, verbrandden al die godslasteraars levend.~
20 10, 51| 12 En al de anderen dwongen zij te
21 10, 54| hetgeen oorbaar was, stond toe al hetgeen dat Lysias verzocht,
22 10, 54| dat Lysias verzocht, want al wat Makkabeüs aan Lysias
23 10, 57| 18 Zo heb ik dan al hetgeen, dat aan de koning
24 10, 57| worden, hem verklaard, die al wat behoorlijk was toegestaan
25 10, 66| wenst de raad der Joden, en al de andere Joden, voorspoed.~
26 11, 21| Judas, zond tevoren weg al de vrouwen en kinderen,
27 11, 21| vrouwen en kinderen, en al de bagage naar een plaats
28 11, 21| te komen, om de engte van al die plaatsen.~
29 12, 4 | dat hij oorzaak was van al dit kwaad, zo gebood hij
30 13, 43| 43 En als hij, door al te grote haast van de strijd,
|