Chapter, Verse
1 1, 14| 14 Want als Antiochus, en zijn vrienden met hem,
2 1, 16| 16 En Antiochus ging in, en zij openden
3 2, 21| die wij gehad hebben tegen Antiochus Epifanes, en zijn zoon Eupator,~
4 4, 7 | dood verwisseld had, en Antiochus, toegenaamd Epifanes, het
5 4, 21| koning Filometor, zo heeft Antiochus, vernemende dat hij van
6 4, 30| geschenk gegeven waren aan Antiochus, des konings bijwijf.~
7 4, 37| 37 Antiochus, hierover van harte bedroefd
8 5, 1 | Omtrent dezelfde tijd deed Antiochus zijn tweede tocht naar Egypte.~
9 5, 5 | gerucht gekomen was, dat Antiochus het leven met de dood verwisseld
10 5, 17| 17 Zo werd Antiochus in zijn gemoed zeer hovaardig,
11 5, 21| 21 Antiochus dan, hebbende uit de tempel
12 7, 24| 24 Antiochus, menende, dat hij veracht
13 9, 1 | deze tijd gebeurde het dat Antiochus met schande wederkwam uit
14 9, 2 | vlucht; en het gebeurde, als Antiochus door de inwoners op de vlucht
15 9, 19| De koning en veldoverste Antiochus, de Joden, aan zijn burgers,
16 9, 25| koning verklaard mijn zoon Antiochus, die ik, dikwijls in de
17 9, 29| ook, vrezende de zoon van Antiochus, getrokken is naar Egypte,
18 10, 9 | uitgang van het leven van Antiochus, die toegenaamd was Epifanes,
19 10, 10| verklaren hetgeen onder Antiochus Eupator, de zoon van deze
20 10, 13| toevertrouwd, verlaten. had, en tot Antiochus Epifanes geweken was, en
21 10, 61| van deze inhoud: De koning Antiochus wenst zijn broeder Lysias
22 10, 66| was dusdanig: De koning Antiochus wenst de raad der Joden,
23 12, 1 | Judas waren ter ore, dat Antiochus Eupator met grote menigte
24 12, 3 | voegde zich ook Menelaüs, die Antiochus met veel schimpen vermaande,
25 12, 4 | verwekte het gemoed van Antiochus tegen deze booswicht, en
26 13, 2 | land bemachtigde, nadat hij Antiochus en zijn hofmeester Lysias
|