Chapter, Verse
1 1, 7 | die met hem waren van het heilige land en het koninkrijk zijn
2 1, 12| heeft degenen, die in de heilige stad ons bestreden, van
3 1, 29| Plant uw volk in deze uw heilige plaats, gelijk Mozes gesproken
4 2, 13| der koningen aangaande de heilige geschenken.~
5 2, 18| zal bijeenbrengen in deze heilige plaats.~
6 3, 1 | 1 Als de heilige stad in alle vrede bewoond
7 4, 48| en het volk, en voor de heilige vaten deze beschuldiging
8 5, 16| met zijn onreine handen de heilige vaten nemende, en wat door
9 5, 25| zich stilgehouden tot de heilige dag van de Sabbat; op welke,
10 6, 4 | luiheid leefden, en in de heilige galerijen zich vermengden
11 6, 23| gehad, ja ook veel meer de heilige en van God ingestelde wetgeving,
12 6, 28| om voor de eerwaardige en heilige wetten gewillig en kloek
13 6, 30| zuchtende: Aan de Here, die een heilige wetenschap heeft, is bekend
14 8, 16| volbracht hadden tegen de heilige plaats;~
15 8, 33| zij Callisthenes, die de heilige poorten in brand had gestoken,
16 9, 2 | Persepolis en gewaagde het heilige te beroven, en de stad te
17 9, 14| 14 Dat hij de heilige stad, tot welke bij haastte
18 9, 16| 16 En dat hij de heilige tempel, die hij tevoren
19 9, 16| versieren, en dat hij al de heilige vaten veelvoudig zou weergeven,
20 11, 46| 46 Een heilige en godzalige gedachte! Waarom
21 12, 10| hun vaderland, en van de heilige tempel te verliezen;~
22 13, 36| 36 Nu dan, o gij heilige Here aller heiligmaking,
23 14, 14| voor het volk en voor de heilige stad;~
24 14, 16| 16 Neem dit heilige zwaard, een geschenk van
25 14, 32| uitgestrekt had tegen het heilige huis van de Almachtige,
|