Chapter, Verse
1 1, 4 | 4 En opene uw hart in zijn wet, en in
2 1, 5 | 5 En verhore uw gebeden, en zij met u verzoend,
3 1, 26| Ontvang deze offerande voor al uw volk Israël, en bewaar uw
4 1, 26| uw volk Israël, en bewaar uw deel, en heilig hen.~
5 1, 29| 29 Plant uw volk in deze uw heilige
6 1, 29| 29 Plant uw volk in deze uw heilige plaats, gelijk Mozes
7 3, 38| vijand hebt, of een die uw zaken lagen legt, zendt
8 7, 17| grote kracht, hoe hij u en uw zaad zal pijnigen.~
9 7, 27| gebracht, en de moeite van uw opvoeding gedragen heb,~
10 7, 29| weder mag verkrijgen met uw broeders.~
11 7, 34| zijnde op onzekere hoop, om uw hand op te heffen, tegen
12 9, 20| gij welvarende zijt, en uw kinderen, en uw eigen zaken
13 9, 20| zijt, en uw kinderen, en uw eigen zaken naar uw zin
14 9, 20| en uw eigen zaken naar uw zin gaan, dat is ons aangenaam.~
15 9, 21| gedenk ik goedertieren aan uw eer en aan uw goedgunstigheid.~
16 9, 21| goedertieren aan uw eer en aan uw goedgunstigheid.~
17 10, 58| een oorzaak te zijn van uw welvaren.~
18 10, 68| begeert, wedergekomen zijnde, uw eigen zaken te plegen.~
19 13, 9 | dat rondom bezet is, naar uw bekende goedertierenheid,
20 14, 22| woorden: Gij, o Here, hebt uw engel gezonden ten tijde
21 14, 23| gij prins der hemelen, wil uw goede engel voor ons heenzenden,
22 14, 24| Dat door de grootte van uw arm mogen geslagen worden
23 14, 24| godslastering gekomen zijn tegen uw heilig volk. En met deze
|