Chapter, Verse
1 1, 3 | hem te dienen, en om zijn wil te doen met een goed hart,
2 2, 30| een, die een nieuw huis wil bouwen, bekommerd moet zijn
3 4, 16| 16 Om dezer oorzaak wil is over hen een zware ellende
4 5, 9 | bij hen om der maagschap wil in bescherming zou worden
5 5, 17| aanmerkende, dat om der zonden wil dergenen, die in de stad
6 6, 30| gewillig lijde, om zijner vreze wil.~
7 7, 18| deze dingen om ons zelfs wil, omdat wij tegen onze God
8 7, 23| niet acht om zijner wetten wil.~
9 7, 29| Vrees deze beul niet, maar wil u zo gedragen dat gij uwer
10 7, 32| wij lijden om onzer zonden wil.~
11 7, 33| tuchtiging en kastijding wil, een korte tijd toornig
12 7, 34| onreinste van alle mensen, wil u niet tevergeefs verhovaardigen,
13 7, 37| dat Hij haast ons volk wil genadig zijn, en dat gij
14 8, 16| dat zij om der vijanden wil niet zouden verslagen zijn,
15 11, 16| 16 En de stad door Gods wil ingenomen hebbende, doodden
16 11, 42| geschied was, om der zonden wil dergenen, die gevallen waren.~
17 13, 9 | alles verstaan hebbende, wil zorgdragen zowel voor het
18 14, 2 | volgden, tot hem zeiden: Wil hen geenszins zo wreed en
19 14, 2 | barbaars ombrengen, maar wil die dag, die eertijds met
20 14, 23| gij prins der hemelen, wil uw goede engel voor ons
21 14, 39| gesteld heb, dat is mijn wil geweest; maar indien ik
|