Chapter, Verse
1 1, 20| te kennen gegeven dat zij geen vuur hadden gevonden, maar
2 3, 14| te stellen; en daar was geen kleine benauwdheid in de
3 4, 13| de goddeloze Jason, die geen rechte hogepriester was.~
4 4, 17| de Goddelijke wetten is geen lichte zaak, doch de volgende
5 4, 27| verkregen, maar hij stelde gans geen orde aangaande het geld,
6 5, 10| rouw gedragen, en heeft geen uitvaart, noch zijner vaderen
7 5, 27| gras, en bleven daar, om geen deel te hebben aan de ontreiniging.~ ~
8 6, 6 | 6 En men mocht geen sabbatten vieren, noch de
9 6, 13| dat degenen, die zondigen, geen lange tijd wordt toegelaten,
10 7, 7 | vraagden zij hem: Zult gij nog geen zwijnenvlees eten, eer dat
11 7, 14| worden, doch voor u zal geen opstanding ten leven zijn.~
12 9, 13| bad de Here, die hem nu geen barmhartigheid meer bewees,
13 11, 3 | hen besteld, alsof daar geen vijandschap tegen hen ontstaan
14 11, 4 | in vrede wilden leven, en geen kwaad vermoeden hadden,
15 11, 24| dat men anderszins op die geen acht zou hebben.~
16 13, 3 | wijze behoud was, en dat hij geen toegang meer zou mogen hebben
17 13, 8 | lijdt ons ganse geslacht geen kleine zwarigheid.~
18 13, 28| teniet doen; daar de man geen onrecht gedaan had.~
19 13, 35| Gij, o Here van allen, die geen ding van node hebt, gij
20 14, 17| manhaftig te maken, namen voor geen leger op te slaan, maar
21 14, 19| stad gelaten waren, hadden geen kleine benauwdheid; de slag,
|