Chapter, Verse
1 1, 22| met wolken bedekt zijnde, weder scheen, zo werd daar een
2 1, 27| 27 Vergader weder onze verstrooiing; maak
3 2, 18| die onder de hemel zijn, weder zal bijeenbrengen in deze
4 2, 23| bewoonde wereld vermaard is, weder door hen gebouwd is, en
5 2, 23| zouden zijn teniet gegaan, weder opgericht zijn; dewijl de
6 3, 33| zijn dezelfde jongelingen weder verschenen aan Heliodorus,
7 3, 35| gegroet had, trok het leger weder naar de koning;~
8 3, 38| gij zult hem wel gegeseld weder krijgen, indien hij behouden
9 4, 26| uitgeworpen had door een ander weder met bedrog uitgeworpen zijnde,
10 4, 39| tegen Lysimachus, nadat weder veel goudwerk van verscheidene
11 5, 7 | behalende, vluchtte hij, en trok weder in het land Ammonitis.~
12 5, 20| was verlaten geweest, is weder door de verzoening met de
13 7, 9 | eeuwige opstanding des levens weder opwekken.~
14 7, 14| te verwachten, om van hem weder opgewekt te worden, doch
15 7, 29| opdat ik in barmhartigheid u weder mag verkrijgen met uw broeders.~
16 8, 25| vervolgd hebbende kwamen zij weder, daar zij door de tijd belet
17 10, 4 | nedervallende, dat zij niet weder mochten vallen in zodanige
18 11, 7 | zo vertrok hij, als die weder zou komen, en de ganse burgerschap
19 11, 44| degenen die gevallen waren, weder zouden opstaan, zo zou het
20 13, 33| ondergraven, en zal daar weder bouwen een doorluchtige
|