Chapter, Verse
1 6, 25| 25 Zij ook door mijn veinzen, en door deze kleine
2 6, 25| vloek en een schandvlek op mijn ouderdom zou halen.~
3 6, 30| worden, zware pijnen in mijn lichaam verdrage, gegeseld
4 7, 22| Ik weet niet hoe gij in mijn lichaam zijt voortgebracht,
5 7, 27| in haar vaderlijke taal: Mijn zoon, ontferm u over mij,
6 7, 27| die u negen maanden in mijn lichaam gedragen, en u drie
7 7, 28| 28 Ik bid u, mijn kind, dat gij ziende naar
8 7, 37| 37 En ik, gelijk als mijn broeders, geef mijn lichaam
9 7, 37| als mijn broeders, geef mijn lichaam en ziel over voor
10 7, 38| 38 En dat in mij en mijn broeders ophoude de toom
11 9, 21| 21 In de hemel mijn hoop hebbende, gedenk ik
12 9, 23| 23 Doch aanmerkende, dat mijn vader, in die tijden, als
13 9, 25| ik tot koning verklaard mijn zoon Antiochus, die ik,
14 9, 26| gij hebt tot mij, en tot mijn zoon.~
15 9, 27| ben verzekerd, dat hij, mijn voornemen navolgende, u
16 10, 59| gegeven zo aan deze, als aan mijn afgezondenen, om ulieden
17 10, 63| zijn met de verandering van mijn vader, waardoor bij hen
18 13, 8 | en ten tweede opdat ik mijn eigen burgers een dienst
19 14, 38| hebben, zo zal ik ook hier mijn rede afbreken.~
20 14, 39| bijeen gesteld heb, dat is mijn wil geweest; maar indien
|