1-500 | 501-1000 | 1001-1021
Chapter, Verse
1001 14, 31| heen naar degenen, die in de burcht waren.~
1002 14, 32| hun tonende het hoofd van de schelmachtige Nicanor, en
1003 14, 32| schelmachtige Nicanor, en de hand van deze godslasteraar,
1004 14, 32| tegen het heilige huis van de Almachtige, en die de hals
1005 14, 32| van de Almachtige, en die de hals had opgestoken,~
1006 14, 33| 33 En de tong van de goddeloze Nicanor
1007 14, 33| 33 En de tong van de goddeloze Nicanor afgesneden
1008 14, 33| bij stukken zou geven aan de vogelen, en dat hij deze
1009 14, 33| zijn dwaasheid tegenover de tempel zou ophangen.~
1010 14, 34| zij allen opziende naar de hemel dankten de doorluchtige
1011 14, 34| opziende naar de hemel dankten de doorluchtige Here, zeggende:
1012 14, 35| het hoofd van Nicanor uit de burcht, om voor allen te
1013 14, 35| kennelijk en openbaar teken van de hulp des Heren.~
1014 14, 37| 37 Maar dat zij de dertiende dag der twaalfde
1015 14, 37| die Adar genoemd wordt in de Syrische taal, zouden vieren,
1016 14, 37| zouden vieren, des daags voor de feestdag van Mordechai.~
1017 14, 38| 38 Dewijl dan de zaken van Nicanor aldus
1018 14, 38| zijn, en van die tijden af de Hebreeën de stad in hun
1019 14, 38| die tijden af de Hebreeën de stad in hun macht gehad
1020 14, 40| alleen, en gelijkerwijs de wijn met water gemengd een
1021 14, 40| historie aangenaam voor de oren der lezers. En dit
1-500 | 501-1000 | 1001-1021 |