Chapter, Verse
1 1, 22| gedaan zijnde, als de tijd kwam dat de zon, tevoren met
2 3, 5 | Onias niet kon overwinnen, kwam hij tot Apollonius, de zoon
3 4, 25| bevelen ontvangen hebbende, kwam hij te Jeruzalem, niets
4 6, 19| dan het leven met haat, kwam zelf tot de pijnigingsplaats,~
5 8, 8 | gaandeweg tot grote voortgang kwam, en dat hij in voorspoed
6 8, 27| barmhartigheid, die over hen kwam.~
7 8, 35| die zijn heer ontloopt, en kwam te Antiochië, boven alles
8 10, 24| waren, niet weinig in getal, kwam aanrukken, alsof bij Judea
9 10, 44| 5 Kwam in Judea, en genaakte Bethsura,
10 11, 11| door de hulp, die van God kwam, voorspoedig vochten, zo
11 11, 22| verbaasdheid over de vijanden kwam door de verschijning desgenen,
12 11, 35| levend wilde vangen, zo kwam daar een vervloekt mens
13 11, 38| bijeen vergaderd hebbende, kwam in de stad Odollam; en daar
14 12, 1 | honderdnegenenveertigste jaar kwam aan degenen die bij Judas
15 12, 9 | gemoed gekregen hebbende, kwam om de Joden veel meer kwaad
16 12, 19| 19 En als hij kwam tegen Bethsura, een sterke
17 13, 4 | 4 Kwam tot de koning Demetrius,
18 13, 44| wijkende en plaats makende, kwam hij in het midden te vallen
19 13, 45| zeer zwaar gewond zijnde, kwam met een loop door de scharen
|