Chapter, Verse
1 3, 28| gesteld, dat hij met de wapenen niet kon geholpen worden,
2 4, 11| vriendschap en van gemeenschap van wapenen te maken; en heeft de wettige
3 5, 11| gemoed, en heeft de stad met wapenen ingenomen.~
4 5, 25| dat zij zich zouden in de wapenen begeven.~
5 5, 26| doorsteken, en door de stad met wapenen lopende, heeft een grote
6 8, 18| Dezen vertrouwen op hun wapenen en stoutheid, waar wij vertrouwen
7 8, 27| 27 En als zij de wapenen verzameld, en de vijanden
8 8, 31| 31 En hun wapenen verzameld hebbende, stelden
9 10, 23| 23 En door de wapenen, die hij in handen had,
10 10, 24| alsof bij Judea met de wapenen zou innemen.~
11 10, 27| gekomen waren, namen zij de wapenen, en trokken ver van de stad,
12 10, 30| beschermden hem met hun wapenen, en bewaarden hem dat hij
13 10, 46| Makkabeüs zelf nam eerst de wapenen op, en vermaande de anderen,
14 11, 5 | mannen, die bij hem waren, de wapenen op te nemen; en God aanroepende
15 13, 22| stelde enigen, die in de wapenen waren, in bekwame plaatsen,
16 14, 5 | de aarde, die u gebied de wapenen te nemen, en des konings
17 14, 21| menigerlei toerusting der wapenen, en de wildheid der beesten,
18 14, 21| verkregen wordt door de wapenen, maar dat ze van hem gegeven
|