Chapter, Verse
1 1, 13| 13 Want de overste, komende in Perzië, en zijn
2 1, 16| als door een bliksem de overste met de zijnen, en ontleedden
3 3, 4 | van Benjamin, die tot een overste van de tempel was gesteld,
4 3, 5 | Thraseüs, die in die tijd overste was van Celo-Syrië en Fenicië.~
5 4, 4 | Apollonius raasde, als zijnde overste van Celo-Syrië en Fenicië,
6 4, 27| had, hoewel Sostrates, de overste van de burcht het eiste.~
7 4, 29| in zijn plaats Crates, de overste over die van Cyprus.~
8 4, 40| onrechtvaardige handen, door een overste, die een tiran en oud van
9 5, 24| hart, en zond een gehate overste, Apollonius, met een leger
10 8, 8 | schreef aan Ptolomeüs, de overste van Celo-Syrië en Fenicië,
11 8, 9 | Gorgias, een man die een overste was, goede ervaring hebbende
12 10, 28| daartegen hun moed tot een overste van de strijd.~
13 10, 32| genaamd Gazara, waar Cherea de overste was.~
14 11, 2 | en benevens deze Nicanor, overste van Cyprus, lieten hun niet
15 13, 6 | van wie Judas Makkabeüs de overste is, die voeren gedurig oorlogen
16 13, 12| hem gemaakt hebbende tot overste over Judea, zond hem derwaarts;~
17 13, 16| 16 En als de overste bevel gegeven had, trok
18 13, 20| raadplegingen gehouden werden, en de overste aan de menigte de zaak had
|