Chapter, Verse
1 1, 31| gebood Nehemia het water, dat nog overgebleven was, te gieten
2 1, 36| en het wordt door velen nog genoemd Neftar.~
3 2, 33| zo veel tot onze voorrede nog bijvoegende. Want het zou
4 3, 26| daar verschenen voor hem nog twee andere jongelingen,
5 3, 37| wie bekwaam zou zijn om nog eens naar Jeruzalem gezonden
6 4, 8 | driehonderdenzestig talenten zilver, en nog tachtig talenten uit een
7 4, 9 | daarenboven beloofde hij ook nog andere honderdenvijftig
8 7, 5 | koning dat men hem, die nog zijn adem haalde, aan het
9 7, 7 | vraagden zij hem: Zult gij nog geen zwijnenvlees eten,
10 7, 24| aandeed, als de jongste nog overig was, deed niet alleen
11 7, 30| 30 En als zij nog sprak, zo zeide de jongeling:
12 7, 30| jongeling: Wat verwacht gij nog? Ik zal des konings gebod
13 7, 35| 35 Want gij zijt nog niet ontvloden het oordeel
14 9, 7 | hoogspreken, maar hij was nog met hoogmoed vervuld, vuur
15 9, 9 | zijn vlees, terwijl bij nog in smarten en pijnen leefde,
16 10, 47| kloekmoedige aanval; en als zij nog bij Jeruzalem waren, is
17 13, 11| waren, gemakkelijk Demetrius nog meer ontstoken.~
18 13, 45| 45 En als hij nog ademhaalde, en in zijn gemoed
|