Chapter, Verse
1 1, 14| zou trouwen, opdat hij het geld tot een huwelijksgift ontvangen
2 3, 6 | te Jeruzalem vol was van geld, zodat de menigte der kostelijke
3 3, 7 | geopenbaard hetgeen hem van het geld te kennen gegeven was, die
4 3, 7 | hebbende, die over zijn geld gesteld was, gezonden heeft,
5 3, 7 | gevende, dat hij het voormelde geld nemen zoude.~
6 3, 10| hogepriester toonde aan, dat dit geld weggelegd was voor de weduwen
7 3, 13| koning had, zeide, dat dit geld immers in des konings schatkamer
8 3, 14| is hij ingegaan om het geld te overzien, en daarop orde
9 3, 22| Here Almachtig, dat hij dit geld, hetwelk toevertrouwd was
10 4, 1 | verrader was geworden van het geld en van zijn vaderland, sprak
11 4, 23| broeder, om de koning het geld te brengen, en om hen in
12 4, 27| geen orde aangaande het geld, dat hij de koning beloofd
13 4, 28| Want hij was gesteld om het geld van de schatting te ontvangen.
14 4, 45| verlaten zijnde, beloofde veel geld aan Ptolomeüs, de zoon van
15 8, 25| 25 En kregen het geld van degenen die gekomen
16 10, 20| in de torens waren, met geld omkopen, en zevenduizend
17 10, 21| dat zij hun broeders voor geld hadden verkocht, daar zij
18 10, 42| hogepriesterschap alle jaren voor geld te verkopen,~
|