Chapter, Verse
1 1, 1 | die te Jeruzalem, en die in het land van Judea zijn,
2 1, 1 | broeders, de Joden, die in Egypte zijn, voorspoed en
3 1, 4 | 4 En opene uw hart in zijn wet, en in zijn geboden,
4 1, 4 | uw hart in zijn wet, en in zijn geboden, en geve u
5 1, 5 | verzoend, en verlate u niet in de kwade tijd.~
6 1, 7 | Toen Demetrius koning was in het honderdnegenenzestigste
7 1, 7 | wij, Joden, u geschreven in de verdrukking en uiterste
8 1, 7 | nood, die ons overkomen is in deze jaren, van de tijd
9 1, 9 | de dagen der Loofhutten in de maand Chasleu.~
10 1, 10| 10 In het jaar honderdachtentachtig,
11 1, 10| honderdachtentachtig, die in Jeruzalem en in Judea zijn,
12 1, 10| honderdachtentachtig, die in Jeruzalem en in Judea zijn, en de raad der
13 1, 10| en de andere Joden, die in Egypte zijn, voorspoed en
14 1, 12| Want hij heeft degenen, die in de heilige stad ons bestreden,
15 1, 13| Want de overste, komende in Perzië, en zijn krijgsmacht,
16 1, 13| te wezen, zijn geslagen in de tempel van Nanea, door
17 1, 14| en zijn vrienden met hem, in die plaats gekomen waren,
18 1, 15| enige weinigen gekomen was in de omgang des tempels, zo
19 1, 16| 16 En Antiochus ging in, en zij openden een geheime
20 1, 17| 17 In alles zij onze God geprezen,
21 1, 19| 19 Want toen onze vaders in Perzië werden gevoerd, zo
22 1, 19| altaar, en verbergden het in de holte van een put, die
23 1, 28| overheersen, en die ons in hovaardigheid smaadheid
24 1, 29| 29 Plant uw volk in deze uw heilige plaats,
25 1, 33| Perzië geboodschapt, dat in de plaats, waar de weggevoerde
26 2, 1 | 1 Daar wordt in de schriften gevonden, dat
27 2, 2 | dat zij niet zouden dwalen in hun verstand, ziende de
28 2, 4 | 4 En in hetzelfde schrift was ook,
29 2, 5 | daar komende, een woning in de spelonk gevonden heeft,
30 2, 13| zelfde dingen worden verhaald in die schriften en in de aantekeningen
31 2, 13| verhaald in die schriften en in de aantekeningen van Nehemia;
32 2, 18| weder zal bijeenbrengen in deze heilige plaats.~
33 2, 23| hen gebouwd is, en de stad in vrijheid gesteld; en dat
34 2, 24| Jason van Cyrene verklaard in vijf boeken, zullen wij
35 2, 24| boeken, zullen wij ondernemen in een boek kort te vervatten.~
36 2, 25| wij, ziende de verwarring in de getallen, en de zwarigheid,
37 2, 29| voortgaan met dit kort begrip in het kort af te malen.~
38 2, 31| gebruiken, en bezig te zijn in het verhaal van alle bijzondere
39 2, 33| schrijft, meer overvloedig in woorden zou zijn dan de
40 3, 1 | 1 Als de heilige stad in alle vrede bewoond werd,
41 3, 3 | betaalde die gedaan werden in de dienst der offeranden.~
42 3, 4 | de ongerechtigheid, die in de stad gepleegd werd.~
43 3, 5 | de zoon van Thraseüs, die in die tijd overste was van
44 3, 6 | deze zouden kunnen vallen in de macht van de koning.~
45 3, 9 | vraagde of deze dingen zo in der waarheid waren.~
46 3, 11| van Tobias, een man die in zeer grote hoogheid gesteld
47 3, 13| zeide, dat dit geld immers in des konings schatkamer moest
48 3, 14| geen kleine benauwdheid in de gehele stad.~
49 3, 15| 15 En de priesters in hun priesterlijke klederen,
50 3, 16| aangezicht aanzag, die werd in zijn gemoed verwonderd,
51 3, 16| kennen de benauwdheid, die in zijn ziel was.~
52 3, 17| waaruit klaar de weemoed die in zijn hart was degenen, die
53 3, 18| gebed, omdat deze plaats in verachting zou komen.~
54 3, 21| elkander gemengd nederviel, en in welke verwachting de grote
55 3, 21| verwachting de grote hogepriester in zijn benauwdheid was.~
56 3, 22| hetwelk toevertrouwd was in alle zekerheid onbeschadigd
57 3, 24| verslagen zijnde, bezweken en in vrees nedervielen.~ groot~
58 3, 26| jongelingen, uitmuntend in sterkte, en zeer schoon
59 3, 26| sterkte, en zeer schoon in heerlijkheid, en sierlijk
60 3, 26| heerlijkheid, en sierlijk in kleding, die ook staande
61 3, 27| tezamen op, en zetten hem in een draagstoel;~
62 3, 28| en al de hellebaardiers in de voorzeide schatkamer
63 3, 31| Heliodorus' vrienden hebben in haast Onias gebeden, dat
64 3, 31| dat hij hem, die nu gans in de uiterste adem lag, het
65 3, 38| behouden ontkomt, omdat in der waarheid in die plaats
66 3, 38| ontkomt, omdat in der waarheid in die plaats een kracht Gods
67 4, 2 | grote zorg droeg, en ijverig in de wet was, dat hij zich
68 4, 5 | hetgeen al de menigte, zo in het gemeen als in het bijzonder,
69 4, 5 | menigte, zo in het gemeen als in het bijzonder, dienstig
70 4, 14| onwettelijke oefeningen, die in de worstelplaats geschiedden,
71 4, 16| zij naijverden, en wie zij in alles zich gelijk wilden
72 4, 21| de zoon van Menestheüs, in Egypte was gezonden, vanwege
73 4, 23| geld te brengen, en om hen in gedachtenis te brengen enige
74 4, 24| geworden zijnde, als hij in zijn aangezicht zijn macht
75 4, 29| gelaten, en Sostrates liet in zijn plaats Crates, de overste
76 4, 30| die van Tarsus en Mallo in oproer geraakten, omdat
77 4, 31| 31 Zo is dan de koning in grote haast daar gekomen,
78 4, 31| zaken te stillen, latende in zijn plaats tot een voorzorger
79 4, 31| Andronicus, een van degenen die in hoogheid gesteld waren.~
80 4, 32| andere verkocht te Tyrus, en in de steden daar rondom.~
81 4, 33| nadat hij vertrokken was in een vrije plaats, te Dafne,
82 4, 36| hebben hem de Joden, die in de stad waren, aangesproken,
83 4, 38| 38 En in zijn gemoed met gramschap
84 4, 39| Lysimachus vele kerkroverijen in de stad geschiedden, met
85 4, 46| hebbende, heeft de koning, die in een galerij was gegaan om
86 4, 50| dergenen die de macht hadden, in het opperste gezag, toenemende
87 4, 50| opperste gezag, toenemende in boosheid, en is geworden
88 5, 2 | bijna veertig dagen lang in de lucht gezien werden ruiters
89 5, 3 | 3 En hopen paarden in slagorde gesteld, en treffen
90 5, 5 | terstond een inval gedaan in de stad; en als zij op de
91 5, 7 | vluchtte hij, en trok weder in het land Ammonitis.~
92 5, 8 | vluchtte van de ene stad in de andere, door allen vervolgd
93 5, 9 | velen uit hun vaderland in ballingschap verdreven had,
94 5, 9 | ballingschap verdreven had, is in ballingschap omgekomen,
95 5, 9 | hen om der maagschap wil in bescherming zou worden genomen.~
96 5, 11| uit Egypte trok, vergrimd in zijn gemoed, en heeft de
97 5, 14| 14 Zodat in drie dagen tachtigduizend
98 5, 15| heeft hij zich verstout in te gaan in de allerheiligste
99 5, 15| zich verstout in te gaan in de allerheiligste tempel
100 5, 17| 17 Zo werd Antiochus in zijn gemoed zeer hovaardig,
101 5, 17| zonden wil dergenen, die in de stad woonden, de Here
102 5, 20| verzoening met de grote Here, in alle heerlijkheid opgericht.~
103 5, 23| 23 En in Garizin Andronicus, en benevens
104 5, 25| stonden, dat zij zich zouden in de wapenen begeven.~
105 6, 2 | noemen, (gelijk degenen, die in die plaats woonden, begeerden),
106 6, 4 | die met de hoeren daar in luiheid leefden, en in de
107 6, 4 | daar in luiheid leefden, en in de heilige galerijen zich
108 6, 7 | wijnloofkransen dragende, in het Bacchusfeest om te gaan.~
109 6, 8 | 8 En in de naburige Griekse steden,
110 6, 11| anderen, te zamen lopende in de naaste spelonken, opdat
111 6, 13| dat zij spoedig vervallen in straf.~
112 6, 29| tevoren tot hem gehad hadden, in kwaadwilligheid, om de voorzegde
113 6, 30| bevrijd worden, zware pijnen in mijn lichaam verdrage, gegeseld
114 7, 5 | het vuur zou brengen, en in de pan braden; en als de
115 7, 6 | Here ziet het aan, en zal in de waarheid over ons vertroost
116 7, 6 | vertroost worden; gelijk Mozes in zijn lied, hetwelk hij tegen
117 7, 6 | lied, hetwelk hij tegen hen in het aangezicht heeft betuigd,
118 7, 8 | 8 Doch hij antwoordde in zijn vaderlijke taal, en
119 7, 9 | 9 En als hij nu in de uiterste adem was, zeide
120 7, 21| vermaande een ieder hunner in haar vaderlijke spraak,
121 7, 22| hen: Ik weet niet hoe gij in mijn lichaam zijt voortgebracht,
122 7, 27| bespottende, zeide aldus in haar vaderlijke taal: Mijn
123 7, 27| mij, die u negen maanden in mijn lichaam gedragen, en
124 7, 29| ontvang de dood, opdat ik in barmhartigheid u weder mag
125 7, 38| 38 En dat in mij en mijn broeders ophoude
126 8, 1 | met hem waren, heimelijk in de vlekken inkomende, riepen
127 8, 1 | bloedverwanten tot zich; en die in de Joodse godsdienst gebleven
128 8, 5 | heidenen, daar de toorn Gods in barmhartigheid was veranderd.~
129 8, 6 | onverwachts overkomende, stak hij in brand, en nam de welgelegen
130 8, 6 | nam de welgelegen plaatsen in, en dreef niet weinigen
131 8, 8 | voortgang kwam, en dat hij in voorspoed toenam, schreef
132 8, 9 | goede ervaring hebbende in krijgszaken.~
133 8, 16| bij hem waren, zesduizend in getal, vermaande hen dat
134 8, 20| 20 En de slag, die in Babylonië tegen de Galaten
135 8, 22| Heeft hij zijn krijgsvolk in vier hopen gesteld, en zijn
136 8, 31| zij die alle zorgvuldig in gelegene plaatsen; en het
137 8, 33| 33 En als zij in het vaderland een dankdag
138 8, 33| die de heilige poorten in brand had gestoken, vluchtende
139 8, 33| had gestoken, vluchtende in een huisje, verbrand; en
140 9, 2 | Want als hij was ingegaan in de stad genaamd Persepolis
141 9, 4 | 4 Waarom hij, in zijn gemoed verbolgen wordende,
142 9, 4 | persende. Want hij sprak in hovaardigheid: Ik zal Jeruzalem
143 9, 7 | hoogmoed vervuld, vuur blazende in zijn gramschap tegen de
144 9, 8 | hij op de aarde was, werd in een rosbaar gedragen, de
145 9, 8 | de openbare macht Gods in zich voor allen betonende,~
146 9, 9 | zijn vlees, terwijl bij nog in smarten en pijnen leefde,
147 9, 21| 21 In de hemel mijn hoop hebbende,
148 9, 22| Perzië, en gevallen zijnde in een krankheid, die haar
149 9, 23| aanmerkende, dat mijn vader, in die tijden, als hij ook
150 9, 23| die tijden, als hij ook in die bovenplaatsen een leger
151 9, 23| leger voerde, verklaarde wie in zijn plaats zou komen;~
152 9, 25| Antiochus, die ik, dikwijls in de bovenprovinciën reizende,
153 9, 26| der weldadigheden aan u in het algemeen en bijzonder
154 9, 28| anderen ook had aangedaan, in een vreemd land, in het
155 9, 28| aangedaan, in een vreemd land, in het gebergte, door een zeer
156 10, 4 | niet weder mochten vallen in zodanige zwarigheden, maar
157 10, 6 | loofhutten, op de bergen en in de spelonken, gelijk de
158 10, 6 | gelijk de wilde beesten, in eenzaamheid geweest waren.~
159 10, 15| Idumeeën, welgelegen sterkten in hun macht hebbende, oefenden
160 10, 18| negenduizend gevlucht waren in twee torens, die zeer sterk
161 10, 20| zich door sommigen, die in de torens waren, met geld
162 10, 23| door de wapenen, die hij in handen had, alleszins voorspoedig
163 10, 23| voorspoedig zijnde, bracht hij in die twee sterkten om meer
164 10, 24| Azië waren, niet weinig in getal, kwam aanrukken, alsof
165 10, 30| waardoor ze door blindheid in verwarring gebracht zijnde,
166 10, 32| Timotheüs zelf vluchtte in een zeer wel bezette sterkte,
167 10, 35| die met Makkabeüs waren, in hun gemoed ontstoken zijnde
168 10, 36| anderen desgelijks opklimmende in de omgang tot hen, die binnen
169 10, 36| waren, staken de torens in brand, en vuren ontstoken
170 10, 37| hebbende, namen de stad in, en zij sloegen Timotheüs,
171 10, 37| sloegen Timotheüs, verscholen in een kuil, en zijn broeder
172 10, 44| 5 Kwam in Judea, en genaakte Bethsura,
173 10, 46| anderen, dat zij met hem zich in gevaar wilden begeven, om
174 10, 47| verschenen, die hun voorreed, in witte kleding, en zijn gouden
175 10, 48| God eendrachtig, en werden in hun zielen zeer gesterkt,
176 10, 49| 10 En zij trokken in slagorde, hebbende een uit
177 10, 59| 20 Doch van deze dingen in het bijzonder heb ik last
178 10, 60| 21 Vaart wel in het honderdachtenveertigste
179 10, 62| willende dat degenen, die in ons koninkrijk zijn, buiten
180 10, 67| gelijk wij willen; wij zijn in goede gezondheid.~
181 10, 72| der maand van Xanthicus, in het jaar honderdachtenveertig.~
182 10, 77| dag der maand Xanthicus, in het jaar honderdachtenveertig.~ ~
183 11, 2 | lieten hun niet toe, dat zij in rust mochten blijven, en
184 11, 2 | mochten blijven, en hun dingen in stilte doen.~
185 11, 3 | kinderen met hen zouden gaan in enige schuiten door hen
186 11, 4 | stad, dit aannamen, als die in vrede wilden leven, en geen
187 11, 4 | vermoeden hadden, nadat zij in zee gevaren waren, hebben
188 11, 4 | hebben die van Joppe hen in de zee verdronken, zijnde
189 11, 6 | stak bij nacht de haven in brand, en verbrandde de
190 11, 11| en hun bevorderlijk zijn in alles.~
191 11, 12| achtende dat zij hem waarlijk in vele zaken zouden dienstig
192 11, 12| hadden, zijn zij vertrokken in hun tenten.~
193 11, 17| voortgetrokken waren, kwamen zij in Charax tot de Joden, genaamd
194 11, 18| zij vonden Timotheüs niet in die plaatsen; en toen van
195 11, 18| hij een bezetting gelaten in zekere plaats, die zeer
196 11, 19| Timotheüs daar gelaten waren in de sterkte, meer dan tienduizend
197 11, 20| Judas Makkabeüs, zijn leger in slag-orden gesteld hebbende,
198 11, 24| zelf, als hij gevallen was in de handen van Dositheüs
199 11, 30| zij hen hadden bejegend in tijden van tegenspoed.~
200 11, 36| medestrijder en een voorganger in de strijd wilde verschijnen;~
201 11, 37| 37 En beginnende in zijn vaderlijke taal een
202 11, 38| vergaderd hebbende, kwam in de stad Odollam; en daar
203 11, 39| bloedvrienden te stellen in de graven hunner vaderen.~
204 12, 1 | 1 In het honderdnegenenveertigste
205 12, 3 | omdat hij meende, dat hij in het oppergezag zou gesteld
206 12, 4 | gelijk het gebruikelijk was in die plaats.~
207 12, 5 | 5 Daar was in die plaats een toren, vijftig
208 12, 5 | vijftig ellen hoog, vol was, in deze was een rond instrument,
209 12, 5 | men aan alle kanten afviel in de as.~
210 12, 8 | daarom heeft bij zijn dood in de as gevonden.~
211 12, 9 | kwaad te doen, als hun ooit in zijns vaders tijd geschied
212 12, 10| te hulp komen degenen die in gevaar waren van de wet,
213 12, 11| niet wilde laten vallen in de handen der schandelijke
214 12, 13| krijgsvolk van de koning in Judea zou invallen, en zij
215 12, 15| menigte dergenen, die daar in het huis waren.~
216 12, 21| hij gezocht, gegrepen en in de gevangenis gesloten is.~
217 13, 1 | Demetrius, de zoon van Seleucus, in de haven van Tripolis was
218 13, 3 | zichzelf vrijwillig besmet had in de tijden der vermenging,
219 13, 3 | overleggende dat voor hem in generlei wijze behoud was,
220 13, 4 | tot de koning Demetrius, in het honderdeenenvijftigste
221 13, 5 | geroepen zijnde door Demetrius in de raad, en gevraagd zijnde
222 13, 15| hoofden, en baden hem, die tot in eeuwigheid zijn volk had
223 13, 21| stelden een dag, waarop zij in het bijzonder zouden komen
224 13, 22| Judas stelde enigen, die in de wapenen waren, in bekwame
225 13, 22| die in de wapenen waren, in bekwame plaatsen, om gereed
226 13, 24| En hij hield Judas zeer in waarde, van harte tot de
227 13, 25| en hij trouwde, en leefde in stilheid en leidde een gewoon
228 13, 26| legt, verordineerd dat hij in zijn plaats zal komen.~
229 13, 30| strenger handelde, en dat hij in de gewone omgang onvriendelijker
230 13, 36| aller heiligmaking, bewaar in eeuwigheid onbesmet dit
231 13, 38| 38 Want in de voorgaande tijden werd
232 13, 41| zouden brengen, en de deuren in brand steken, als hij nu
233 13, 42| kloekmoedig sterven, dan vallen in de handen van deze schelmen,
234 13, 44| plaats makende, kwam hij in het midden te vallen op
235 13, 45| als hij nog ademhaalde, en in zijn gemoed zeer ontstoken
236 14, 1 | Judas waren, zich onthielden in de plaatsen van Samarië,
237 14, 2 | die alle dingen aanziet, in ere houden,~
238 14, 3 | mens, of daar ook een Here in de hemel was, die geboden
239 14, 4 | Here die leeft, deze is in de hemel een machtig prins,
240 14, 8 | zouden vrezen, maar dat zij in gedachtenis zouden houden
241 14, 9 | de profeten, en hun ook in gedachtenis brengende de
242 14, 10| 10 En hen in hun gemoederen opgewekt
243 14, 12| kindsbeen af zich geoefend had in alle dingen, die tot de
244 14, 17| heiligdom, en de tempel in gevaar waren.~
245 14, 18| bloedverwanten, was bij hen in minder achting, maar de
246 14, 19| 19 En degenen, die in de stad gelaten waren, hadden
247 14, 20| aanvielen, en hun leger in slagorde gesteld was, en
248 14, 22| de koning van Juda, die in het leger van Sanherib gedood
249 14, 29| zijnde, prezen zij de Here, in hun vaderlijke taal.~
250 14, 30| met lichaam en ziel, die in zijn jaren de goedgunstigheid
251 14, 31| hij heen naar degenen, die in de burcht waren.~
252 14, 37| die Adar genoemd wordt in de Syrische taal, zouden
253 14, 38| tijden af de Hebreeën de stad in hun macht gehad hebben,
254 14, 39| ik dit wel, en gelijk het in een historie behoort, bijeen
|