Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
talent 1
talenten 8
tarsus 1
te 225
tegelijk 1
tegen 47
tegenkwamen 1
Frequency    [«  »]
263 een
254 in
233 zijn
225 te
212 met
196 zij
179 was

Het tweede boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

te

    Chapter, Verse
1 1, 1 | broeders, de Joden, die te Jeruzalem, en die in het 2 1, 3 | u allen een hart om hem te dienen, en om zijn wil te 3 1, 3 | te dienen, en om zijn wil te doen met een goed hart, 4 1, 13| onwederstandelijk scheen te wezen, zijn geslagen in 5 1, 18| behoorlijk geacht u dit bekend te maken, opdat gij het ook 6 1, 20| vuur; en als zij ons hadden te kennen gegeven dat zij geen 7 1, 21| hout, en wat daarop lag, te besprengen met dat water.~ 8 1, 31| dat nog overgebleven was, te gieten op grote stenen.~ 9 1, 33| verborgen hadden, water was te voorschijn gekomen, waarmee 10 2, 1 | geboden heeft van het vuur te nemen, gelijk verklaard 11 2, 6 | heengegaan waren, om de weg te tekenen, deze niet hebben 12 2, 24| ondernemen in een boek kort te vervatten.~ 13 2, 25| de historische verhalen te enen male willen doorlezen, 14 2, 26| lezen willen, enig vermaak te geven, en degenen die begerig 15 2, 26| die begerig zijn om wel te onthouden, enige hulp, en 16 2, 26| voorkomen, enig nut toe te brengen.~ 17 2, 27| genomen om dit kort begrip te maken, niet licht geweest, 18 2, 28| die een ieder wel zoekt te dienen, niet licht is, om 19 2, 28| om van velen goede dank te behalen, zo zullen wij nochtans 20 2, 29| kort begrip in het kort af te malen.~ 21 2, 30| inbranden voorneemt iets te schilderen, naarstig moet 22 2, 31| 31 Maar wijdlopig alles te verhandelen, vele redenen 23 2, 31| verhandelen, vele redenen te gebruiken, en bezig te zijn 24 2, 31| redenen te gebruiken, en bezig te zijn in het verhaal van 25 2, 32| kort begrip van hetgeen te zeggen is te vervolgen, 26 2, 32| van hetgeen te zeggen is te vervolgen, en een bredere 27 2, 32| bredere verklaring der zaken te vermijden, dat behoort men 28 2, 32| vermijden, dat behoort men toe te laten degene, die een kort 29 3, 6 | geboodschapt, dat de schatkist te Jeruzalem vol was van geld, 30 3, 7 | hetgeen hem van het geld te kennen gegeven was, die 31 3, 8 | het voornemen des konings te volbrengen.~ 32 3, 9 | 9 Hij dan gekomen zijnde te Jeruzalem, en zeer vriendelijk 33 3, 9 | heeft meegedeeld hetgeen te kennen gegeven was, en heeft 34 3, 14| hij ingegaan om het geld te overzien, en daarop orde 35 3, 14| overzien, en daarop orde te stellen; en daar was geen 36 3, 15| toevertrouwde goederen onbeschadigd te bewaren voor degenen, die 37 3, 16| die veranderd waren, gaven te kennen de benauwdheid, die 38 3, 21| 21 Het was erbarmelijk te zien, hoe de menigte onder 39 3, 23| 23 Doch Heliodorus zocht te volbrengen hetgeen besloten 40 3, 24| verstout hadden daar tezamen te komen, door de kracht Gods 41 3, 25| scheen een gouden harnas aan te hebben.~ 42 3, 32| beducht zijnde dat de koning te eniger tijd zou denken, 43 3, 37| naar Jeruzalem gezonden te worden, zeide hij:~ 44 3, 39| die daar komen om kwaad te doen.~ 45 4, 5 | 5 Niet om te zijn een beschuldiger van 46 4, 8 | 8 En om dat te verkrijgen beloofde. hij 47 4, 9 | honderdenvijftig talenten te zullen aanschrijven, indien 48 4, 11| gemeenschap van wapenen te maken; en heeft de wettige 49 4, 14| volvaardig waren om de dienst te doen bij het altaar, maar 50 4, 14| benaarstigden zich, om deel te nemen aan de onwettelijke 51 4, 14| beroepen hadden, om met de bal te spelen;~ 52 4, 17| 17 Want goddeloosheid te bedrijven, tegen de Goddelijke 53 4, 18| het vijfjarig strijdspel te Tyrus gehouden werd, en 54 4, 21| verzekerdheid; waarom hij te Joppe gekomen zijnde, voorts 55 4, 23| broeder, om de koning het geld te brengen, en om hen in gedachtenis 56 4, 23| en om hen in gedachtenis te brengen enige noodwendige 57 4, 25| ontvangen hebbende, kwam hij te Jeruzalem, niets meebrengende 58 4, 26| uitgeworpen zijnde, gedwongen te vluchten naar het land Ammonitis.~ 59 4, 28| het geld van de schatting te ontvangen. Als zij beiden 60 4, 31| daar gekomen, om de zaken te stillen, latende in zijn 61 4, 32| ook enige andere verkocht te Tyrus, en in de steden daar 62 4, 33| was in een vrije plaats, te Dafne, gelegen bij Antiochië.~ 63 4, 44| als de koning gekomen was te Tyrus, stelden drie mannen, 64 4, 46| galerij was gegaan om zich te verversen, overgehaald,~ 65 5, 6 | burgers dood, zonder iemand te sparen, niet denkende dat 66 5, 12| zouden slaan, zonder iemand te sparen, en dat zij al degenen, 67 5, 15| heeft hij zich verstout in te gaan in de allerheiligste 68 5, 18| Seleucus, om de schatkamer te bezichtigen, zo zou ook 69 5, 21| naar zijn hoogmoed de aarde te maken, dat men daarop zou 70 5, 22| daar gelaten, om het volk te kwellen: Filippus te Jeruzalem, 71 5, 22| volk te kwellen: Filippus te Jeruzalem, die van afkomst 72 5, 25| Deze, als hij gekomen was te Jeruzalem, veinzende, dat 73 5, 26| waren om de schouwspelen te zien, laten doorsteken, 74 5, 27| bleven daar, om geen deel te hebben aan de ontreiniging.~ ~ 75 6, 1 | van Athene, om de Joden te noodzaken dat zij zouden 76 6, 2 | 2 En ook om de tempel te Jeruzalem te ontreinigen, 77 6, 2 | om de tempel te Jeruzalem te ontreinigen, en deze te 78 6, 2 | te ontreinigen, en deze te noemen de tempel van Jupiter 79 6, 2 | Olympius, en de tempel) te Garizin te noemen, (gelijk 80 6, 2 | en de tempel) te Garizin te noemen, (gelijk degenen, 81 6, 6 | enigszins bekennen een Jood te wezen.~ 82 6, 7 | geboortedag alle maanden te houden, met het eten van 83 6, 7 | in het Bacchusfeest om te gaan.~ 84 6, 9 | deze Griekse wijzen over te gaan, zouden gedood worden; 85 6, 11| 11 En enige anderen, te zamen lopende in de naaste 86 6, 11| gewetenszaak van maakten zichzelf te hulp te komen, vanwege de 87 6, 11| maakten zichzelf te hulp te komen, vanwege de heerlijkheid 88 6, 14| totdat hij hen ontmoet om hen te straffen, als hun zonden 89 6, 15| ook goedgevonden tegen ons te zijn; opdat niet, wanneer 90 6, 18| genoodzaakt zijn mond open te doen, en varkensvlees te 91 6, 18| te doen, en varkensvlees te eten.~ 92 6, 20| welke niet geoorloofd zijn te proeven, om de liefde van 93 6, 20| de liefde van het leven te behouden.~ 94 6, 21| deze onwettige ingewanden te eten, om de kennis, die 95 6, 21| dat hem geoorloofd was te gebruiken, door hemzelf 96 6, 24| betaamt onze ouderdom niet te veinzen, opdat vele jonge 97 6, 27| schijnen deze ouderdom waardig te zijn,~ 98 6, 28| kloek een eerlijke dood te sterven. En als hij dit 99 6, 29| zij achtten uitzinnigheid te zijn.~ 100 7, 1 | hetwelk ongeoorloofd is, te proeven; en werden met geselen 101 7, 2 | want wij zijn bereid liever te sterven, dan de wetten onzer 102 7, 2 | de wetten onzer vaderen te overtreden.~ 103 7, 5 | met de moeder kloekmoedig te sterven;~ 104 7, 14| hoop, die van mensen is, te verwisselen, en de hoop 105 7, 14| en de hoop die van God is te verwachten, om van hem weder 106 7, 14| om van hem weder opgewekt te worden, doch voor u zal 107 7, 19| het gewaagd hebt tegen God te strijden.~ 108 7, 20| moeder is bovenmate zeer te bewonderen, en aller goede 109 7, 20| kloekmoedig verdragen heeft te aanschouwen, dat haar zeven 110 7, 26| aangenomen haar zoon daartoe te bewegen.~ 111 7, 34| onzekere hoop, om uw hand op te heffen, tegen de hemelse 112 8, 8 | de zaak des konings zou te hulp komen.~ 113 8, 9 | het ganse Joodse volk uit te roeien; en heeft hem toegevoegd 114 8, 10| talenten, uit de gevangen Joden te vervullen.~ 115 8, 11| nodende om Joodse slaven te kopen, belovende dat hij 116 8, 18| met één wenk ter neder te werpen.~ 117 8, 20| Macedoniërs begonnen twijfelmoedig te worden, dat die achtduizend 118 8, 21| wetten en het vaderland te sterven,~ 119 8, 24| krijgsvolk, en dwongen hen allen te vluchten;~ 120 8, 25| die gekomen waren om hen te kopen; en lange tijd hen 121 8, 30| 30 En hun macht te zamen gebracht hebbende, 122 8, 31| van de buit brachten zij te Jeruzalem.~ 123 8, 34| had om de Joden aan hen te verkopen,~ 124 8, 35| zijn heer ontloopt, en kwam te Antiochië, boven alles gelukkig 125 8, 36| de Romeinen de schatting te betalen uit de gevangenen, 126 8, 36| uit de gevangenen, die hij te Jeruzalem zou krijgen, verkondigde 127 9, 2 | en gewaagde het heilige te beroven, en de stad te bezetten, 128 9, 2 | heilige te beroven, en de stad te bezetten, zo is het volk 129 9, 2 | bezetten, zo is het volk te wapen gelopen en brachten 130 9, 3 | 3 En als hij te Ecbatana was, werd hem tijding 131 9, 8 | de baren der zee scheen te willen gebieden, met een 132 9, 8 | de menselijke gedachten te boven ging, en die meende 133 9, 10| sterren des hemels scheen te raken, niemand kon dragen, 134 9, 11| grootheid zijns hoogmoeds terug te komen, en door deze Goddelijke 135 9, 11| Goddelijke geseling tot kennis te komen, alle ogenblikken 136 9, 12| zijnde, niet denke God gelijk te zijn.~ 137 9, 14| stad, tot welke bij haastte te komen, om ze ten gronde 138 9, 14| komen, om ze ten gronde uit te roeien, en tot een grafplaats 139 9, 14| roeien, en tot een grafplaats te maken, vrij zou stellen;~ 140 9, 15| niet met een begrafenis te verwaardigen, maar de vogels 141 9, 15| de kleine kinderen, voor te werpen, allen tezamen die 142 9, 17| plaatsen, om de kracht Gods te verkondigen.~ 143 9, 22| heb ik nodig geacht zorg te dragen voor de algemene 144 10, 4 | zwarigheden, maar indien zij ook te eniger tijd kwamen te zondigen, 145 10, 4 | ook te eniger tijd kwamen te zondigen, dat zij door hem 146 10, 12| hetgeen hun aanging vreedzaam te bestellen.~ 147 10, 15| waren, trachtten de oorlog te voeden.~ 148 10, 18| nodig was om een belegering te doorstaan,~ 149 10, 19| met hem om deze belegering te doen, en hij week zelf naar 150 10, 31| twintigduizendenvijfhonderd man te voet en zeshonderd ruiters.~ 151 10, 35| vijfentwintigste dag begon aan te lichten, zo hebben enige 152 10, 41| voorgenomen hebbende de stad te maken tot een woonplaats 153 10, 42| de tempel tot geldgewin te gebruiken, gelijk de andere 154 10, 42| hogepriesterschap alle jaren voor geld te verkopen,~ 155 10, 43| zijnde op zijn vele duizenden te voet, en duizenden te paard, 156 10, 43| duizenden te voet, en duizenden te paard, en de tachtig olifanten,~ 157 10, 46| begeven, om hun broeders te hulp te komen.~ 158 10, 46| om hun broeders te hulp te komen.~ 159 10, 47| Jeruzalem waren, is hun een te paard zittende verschenen, 160 10, 48| dieren, en ijzeren muren te doorsteken.~ 161 10, 51| al de anderen dwongen zij te vluchten, en velen van hen 162 10, 53| ja noodzaken hun vriend te worden.~ 163 10, 56| inwilligen hetgeen daarin te kennen gegeven wordt.~ 164 10, 58| trachten om een oorzaak te zijn van uw welvaren.~ 165 10, 59| afgezondenen, om ulieden het te verklaren.~ 166 10, 63| toegelaten worde hun eigen wetten te mogen volgen;~ 167 10, 68| wedergekomen zijnde, uw eigen zaken te plegen.~ 168 10, 71| Menelaüs aan u gezonden, om u te vertroosten.~ 169 10, 75| goedgevonden heeft tot de koning te brengen, zendt terstond 170 11, 1 | begaven zich om het land te bouwen.~ 171 11, 5 | hem waren, de wapenen op te nemen; en God aanroepende 172 11, 10| niet minder dan vijfduizend te voet, en vijfhonderd ruiters, 173 11, 13| hij ondernam ook een brug te slaan tegen een sterke stad, 174 11, 16| stadiën, van bloed scheen te vloeien, en daarmee vervuld 175 11, 16| vloeien, en daarmee vervuld te zijn.~ 176 11, 18| zonder iets uitgericht te hebben, vertrokken zijnde, 177 11, 20| honderdentwintigduizend te voet, en tweeduizendvijfhonderd 178 11, 20| en tweeduizendvijfhonderd te paard.~ 179 11, 21| deze plaats was moeilijk te belegeren en bij te komen, 180 11, 21| moeilijk te belegeren en bij te komen, om de engte van al 181 11, 31| aanstaande was, zijn zij te Jeruzalem wedergekomen.~ 182 11, 33| trokken uit met drieduizend te voet, en vierhonderd ruiters.~ 183 11, 39| tijd als het nodig is zulks te doen, om de lichamen dergenen 184 11, 39| dergenen die gevallen waren weg te nemen, en met hun bloedvrienden 185 11, 39| en met hun bloedvrienden te stellen in de graven hunner 186 11, 43| naar Jeruzalem om offerande te doen voor de zonde; gans 187 11, 44| geweest zijn voor de doden te bidden)~ 188 12, 2 | van honderdentienduizend te voet, en vijfduizendendriehonderd 189 12, 4 | Berea, om daar omgebracht te worden, gelijk het gebruikelijk 190 12, 9 | de Joden veel meer kwaad te doen, als hun ooit in zijns 191 12, 10| ooit of immer, nu wilde te hulp komen degenen die in 192 12, 10| en van de heilige tempel te verliezen;~ 193 12, 18| beproefde de plaatsen met list te bemachtigen.~ 194 12, 23| had dat Filippus, die hij te Antiochië gelaten had om 195 12, 23| gelaten had om zijn zaken te doen, afgevallen was, is 196 12, 25| 25 En als hij te Ptolomaïs gekomen was, waren 197 13, 4 | men meende van de tempel te zijn, en hield zich stil 198 13, 5 | hebbende om zijn dwaasheden uit te voeren, geroepen zijnde 199 13, 18| vaderland, zo vreesde hij het te wagen door een slag.~ 200 13, 19| Mattathias, om de rechterhand te geven en te ontvangen.~ 201 13, 19| rechterhand te geven en te ontvangen.~ 202 13, 22| bekwame plaatsen, om gereed te zijn, opdat van de vijanden 203 13, 22| opdat van de vijanden niet te eniger tijd onvoorziens 204 13, 23| 23 En Nicanor verkeerde te Jeruzalem, en hij deed niets 205 13, 29| doenlijk was de koning tegen te staan, zo nam hij een gelegen 206 13, 29| om het met een krijgslist te volbrengen.~ 207 13, 37| Razis, van de ouderlingen te Jeruzalem, een man die de 208 13, 39| vijfhonderd soldaten omhem te vangen.~ 209 13, 43| 43 En als hij, door al te grote haast van de strijd, 210 13, 44| kwam hij in het midden te vallen op zijn buik.~ 211 14, 5 | die u gebied de wapenen te nemen, en des konings diensten 212 14, 5 | en des konings diensten te volbrengen. En nochtans 213 14, 6 | die met Judas waren, op te richten.~ 214 14, 13| die bij hem was, zeer was te bewonderen, en gans voortreffelijk;~ 215 14, 17| tot kloekmoedigheid aan te sporen, en de harten der 216 14, 17| der jongelingen manhaftig te maken, namen voor geen leger 217 14, 17| namen voor geen leger op te slaan, maar kloekmoedig 218 14, 17| slaan, maar kloekmoedig aan te vallen, en met alle mannelijke 219 14, 17| vijanden vallende, het uiterste te wagen, daar de stad, en 220 14, 21| hij oordeelt dit waardig te zijn.~ 221 14, 24| woorden heeft hij opgehouden te bidden.~ 222 14, 30| schouder zou afsnijden en te Jeruzalem brengen.~ 223 14, 35| de burcht, om voor allen te zijn een kennelijk en openbaar 224 14, 40| ongezond is wijn alleen te drinken, en ook desgelijks 225 14, 40| aangenaamheid geeft, en aangenaam is te drinken wijn met water gemengd,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License