Chapter, Verse
1 1, 1 | broeders, de Joden, die te Jeruzalem, en die in het
2 1, 3 | u allen een hart om hem te dienen, en om zijn wil te
3 1, 3 | te dienen, en om zijn wil te doen met een goed hart,
4 1, 13| onwederstandelijk scheen te wezen, zijn geslagen in
5 1, 18| behoorlijk geacht u dit bekend te maken, opdat gij het ook
6 1, 20| vuur; en als zij ons hadden te kennen gegeven dat zij geen
7 1, 21| hout, en wat daarop lag, te besprengen met dat water.~
8 1, 31| dat nog overgebleven was, te gieten op grote stenen.~
9 1, 33| verborgen hadden, water was te voorschijn gekomen, waarmee
10 2, 1 | geboden heeft van het vuur te nemen, gelijk verklaard
11 2, 6 | heengegaan waren, om de weg te tekenen, deze niet hebben
12 2, 24| ondernemen in een boek kort te vervatten.~
13 2, 25| de historische verhalen te enen male willen doorlezen,
14 2, 26| lezen willen, enig vermaak te geven, en degenen die begerig
15 2, 26| die begerig zijn om wel te onthouden, enige hulp, en
16 2, 26| voorkomen, enig nut toe te brengen.~
17 2, 27| genomen om dit kort begrip te maken, niet licht geweest,
18 2, 28| die een ieder wel zoekt te dienen, niet licht is, om
19 2, 28| om van velen goede dank te behalen, zo zullen wij nochtans
20 2, 29| kort begrip in het kort af te malen.~
21 2, 30| inbranden voorneemt iets te schilderen, naarstig moet
22 2, 31| 31 Maar wijdlopig alles te verhandelen, vele redenen
23 2, 31| verhandelen, vele redenen te gebruiken, en bezig te zijn
24 2, 31| redenen te gebruiken, en bezig te zijn in het verhaal van
25 2, 32| kort begrip van hetgeen te zeggen is te vervolgen,
26 2, 32| van hetgeen te zeggen is te vervolgen, en een bredere
27 2, 32| bredere verklaring der zaken te vermijden, dat behoort men
28 2, 32| vermijden, dat behoort men toe te laten degene, die een kort
29 3, 6 | geboodschapt, dat de schatkist te Jeruzalem vol was van geld,
30 3, 7 | hetgeen hem van het geld te kennen gegeven was, die
31 3, 8 | het voornemen des konings te volbrengen.~
32 3, 9 | 9 Hij dan gekomen zijnde te Jeruzalem, en zeer vriendelijk
33 3, 9 | heeft meegedeeld hetgeen te kennen gegeven was, en heeft
34 3, 14| hij ingegaan om het geld te overzien, en daarop orde
35 3, 14| overzien, en daarop orde te stellen; en daar was geen
36 3, 15| toevertrouwde goederen onbeschadigd te bewaren voor degenen, die
37 3, 16| die veranderd waren, gaven te kennen de benauwdheid, die
38 3, 21| 21 Het was erbarmelijk te zien, hoe de menigte onder
39 3, 23| 23 Doch Heliodorus zocht te volbrengen hetgeen besloten
40 3, 24| verstout hadden daar tezamen te komen, door de kracht Gods
41 3, 25| scheen een gouden harnas aan te hebben.~
42 3, 32| beducht zijnde dat de koning te eniger tijd zou denken,
43 3, 37| naar Jeruzalem gezonden te worden, zeide hij:~
44 3, 39| die daar komen om kwaad te doen.~
45 4, 5 | 5 Niet om te zijn een beschuldiger van
46 4, 8 | 8 En om dat te verkrijgen beloofde. hij
47 4, 9 | honderdenvijftig talenten te zullen aanschrijven, indien
48 4, 11| gemeenschap van wapenen te maken; en heeft de wettige
49 4, 14| volvaardig waren om de dienst te doen bij het altaar, maar
50 4, 14| benaarstigden zich, om deel te nemen aan de onwettelijke
51 4, 14| beroepen hadden, om met de bal te spelen;~
52 4, 17| 17 Want goddeloosheid te bedrijven, tegen de Goddelijke
53 4, 18| het vijfjarig strijdspel te Tyrus gehouden werd, en
54 4, 21| verzekerdheid; waarom hij te Joppe gekomen zijnde, voorts
55 4, 23| broeder, om de koning het geld te brengen, en om hen in gedachtenis
56 4, 23| en om hen in gedachtenis te brengen enige noodwendige
57 4, 25| ontvangen hebbende, kwam hij te Jeruzalem, niets meebrengende
58 4, 26| uitgeworpen zijnde, gedwongen te vluchten naar het land Ammonitis.~
59 4, 28| het geld van de schatting te ontvangen. Als zij beiden
60 4, 31| daar gekomen, om de zaken te stillen, latende in zijn
61 4, 32| ook enige andere verkocht te Tyrus, en in de steden daar
62 4, 33| was in een vrije plaats, te Dafne, gelegen bij Antiochië.~
63 4, 44| als de koning gekomen was te Tyrus, stelden drie mannen,
64 4, 46| galerij was gegaan om zich te verversen, overgehaald,~
65 5, 6 | burgers dood, zonder iemand te sparen, niet denkende dat
66 5, 12| zouden slaan, zonder iemand te sparen, en dat zij al degenen,
67 5, 15| heeft hij zich verstout in te gaan in de allerheiligste
68 5, 18| Seleucus, om de schatkamer te bezichtigen, zo zou ook
69 5, 21| naar zijn hoogmoed de aarde te maken, dat men daarop zou
70 5, 22| daar gelaten, om het volk te kwellen: Filippus te Jeruzalem,
71 5, 22| volk te kwellen: Filippus te Jeruzalem, die van afkomst
72 5, 25| Deze, als hij gekomen was te Jeruzalem, veinzende, dat
73 5, 26| waren om de schouwspelen te zien, laten doorsteken,
74 5, 27| bleven daar, om geen deel te hebben aan de ontreiniging.~ ~
75 6, 1 | van Athene, om de Joden te noodzaken dat zij zouden
76 6, 2 | 2 En ook om de tempel te Jeruzalem te ontreinigen,
77 6, 2 | om de tempel te Jeruzalem te ontreinigen, en deze te
78 6, 2 | te ontreinigen, en deze te noemen de tempel van Jupiter
79 6, 2 | Olympius, en de tempel) te Garizin te noemen, (gelijk
80 6, 2 | en de tempel) te Garizin te noemen, (gelijk degenen,
81 6, 6 | enigszins bekennen een Jood te wezen.~
82 6, 7 | geboortedag alle maanden te houden, met het eten van
83 6, 7 | in het Bacchusfeest om te gaan.~
84 6, 9 | deze Griekse wijzen over te gaan, zouden gedood worden;
85 6, 11| 11 En enige anderen, te zamen lopende in de naaste
86 6, 11| gewetenszaak van maakten zichzelf te hulp te komen, vanwege de
87 6, 11| maakten zichzelf te hulp te komen, vanwege de heerlijkheid
88 6, 14| totdat hij hen ontmoet om hen te straffen, als hun zonden
89 6, 15| ook goedgevonden tegen ons te zijn; opdat niet, wanneer
90 6, 18| genoodzaakt zijn mond open te doen, en varkensvlees te
91 6, 18| te doen, en varkensvlees te eten.~
92 6, 20| welke niet geoorloofd zijn te proeven, om de liefde van
93 6, 20| de liefde van het leven te behouden.~
94 6, 21| deze onwettige ingewanden te eten, om de kennis, die
95 6, 21| dat hem geoorloofd was te gebruiken, door hemzelf
96 6, 24| betaamt onze ouderdom niet te veinzen, opdat vele jonge
97 6, 27| schijnen deze ouderdom waardig te zijn,~
98 6, 28| kloek een eerlijke dood te sterven. En als hij dit
99 6, 29| zij achtten uitzinnigheid te zijn.~
100 7, 1 | hetwelk ongeoorloofd is, te proeven; en werden met geselen
101 7, 2 | want wij zijn bereid liever te sterven, dan de wetten onzer
102 7, 2 | de wetten onzer vaderen te overtreden.~
103 7, 5 | met de moeder kloekmoedig te sterven;~
104 7, 14| hoop, die van mensen is, te verwisselen, en de hoop
105 7, 14| en de hoop die van God is te verwachten, om van hem weder
106 7, 14| om van hem weder opgewekt te worden, doch voor u zal
107 7, 19| het gewaagd hebt tegen God te strijden.~
108 7, 20| moeder is bovenmate zeer te bewonderen, en aller goede
109 7, 20| kloekmoedig verdragen heeft te aanschouwen, dat haar zeven
110 7, 26| aangenomen haar zoon daartoe te bewegen.~
111 7, 34| onzekere hoop, om uw hand op te heffen, tegen de hemelse
112 8, 8 | de zaak des konings zou te hulp komen.~
113 8, 9 | het ganse Joodse volk uit te roeien; en heeft hem toegevoegd
114 8, 10| talenten, uit de gevangen Joden te vervullen.~
115 8, 11| nodende om Joodse slaven te kopen, belovende dat hij
116 8, 18| met één wenk ter neder te werpen.~
117 8, 20| Macedoniërs begonnen twijfelmoedig te worden, dat die achtduizend
118 8, 21| wetten en het vaderland te sterven,~
119 8, 24| krijgsvolk, en dwongen hen allen te vluchten;~
120 8, 25| die gekomen waren om hen te kopen; en lange tijd hen
121 8, 30| 30 En hun macht te zamen gebracht hebbende,
122 8, 31| van de buit brachten zij te Jeruzalem.~
123 8, 34| had om de Joden aan hen te verkopen,~
124 8, 35| zijn heer ontloopt, en kwam te Antiochië, boven alles gelukkig
125 8, 36| de Romeinen de schatting te betalen uit de gevangenen,
126 8, 36| uit de gevangenen, die hij te Jeruzalem zou krijgen, verkondigde
127 9, 2 | en gewaagde het heilige te beroven, en de stad te bezetten,
128 9, 2 | heilige te beroven, en de stad te bezetten, zo is het volk
129 9, 2 | bezetten, zo is het volk te wapen gelopen en brachten
130 9, 3 | 3 En als hij te Ecbatana was, werd hem tijding
131 9, 8 | de baren der zee scheen te willen gebieden, met een
132 9, 8 | de menselijke gedachten te boven ging, en die meende
133 9, 10| sterren des hemels scheen te raken, niemand kon dragen,
134 9, 11| grootheid zijns hoogmoeds terug te komen, en door deze Goddelijke
135 9, 11| Goddelijke geseling tot kennis te komen, alle ogenblikken
136 9, 12| zijnde, niet denke God gelijk te zijn.~
137 9, 14| stad, tot welke bij haastte te komen, om ze ten gronde
138 9, 14| komen, om ze ten gronde uit te roeien, en tot een grafplaats
139 9, 14| roeien, en tot een grafplaats te maken, vrij zou stellen;~
140 9, 15| niet met een begrafenis te verwaardigen, maar de vogels
141 9, 15| de kleine kinderen, voor te werpen, allen tezamen die
142 9, 17| plaatsen, om de kracht Gods te verkondigen.~
143 9, 22| heb ik nodig geacht zorg te dragen voor de algemene
144 10, 4 | zwarigheden, maar indien zij ook te eniger tijd kwamen te zondigen,
145 10, 4 | ook te eniger tijd kwamen te zondigen, dat zij door hem
146 10, 12| hetgeen hun aanging vreedzaam te bestellen.~
147 10, 15| waren, trachtten de oorlog te voeden.~
148 10, 18| nodig was om een belegering te doorstaan,~
149 10, 19| met hem om deze belegering te doen, en hij week zelf naar
150 10, 31| twintigduizendenvijfhonderd man te voet en zeshonderd ruiters.~
151 10, 35| vijfentwintigste dag begon aan te lichten, zo hebben enige
152 10, 41| voorgenomen hebbende de stad te maken tot een woonplaats
153 10, 42| de tempel tot geldgewin te gebruiken, gelijk de andere
154 10, 42| hogepriesterschap alle jaren voor geld te verkopen,~
155 10, 43| zijnde op zijn vele duizenden te voet, en duizenden te paard,
156 10, 43| duizenden te voet, en duizenden te paard, en de tachtig olifanten,~
157 10, 46| begeven, om hun broeders te hulp te komen.~
158 10, 46| om hun broeders te hulp te komen.~
159 10, 47| Jeruzalem waren, is hun een te paard zittende verschenen,
160 10, 48| dieren, en ijzeren muren te doorsteken.~
161 10, 51| al de anderen dwongen zij te vluchten, en velen van hen
162 10, 53| ja noodzaken hun vriend te worden.~
163 10, 56| inwilligen hetgeen daarin te kennen gegeven wordt.~
164 10, 58| trachten om een oorzaak te zijn van uw welvaren.~
165 10, 59| afgezondenen, om ulieden het te verklaren.~
166 10, 63| toegelaten worde hun eigen wetten te mogen volgen;~
167 10, 68| wedergekomen zijnde, uw eigen zaken te plegen.~
168 10, 71| Menelaüs aan u gezonden, om u te vertroosten.~
169 10, 75| goedgevonden heeft tot de koning te brengen, zendt terstond
170 11, 1 | begaven zich om het land te bouwen.~
171 11, 5 | hem waren, de wapenen op te nemen; en God aanroepende
172 11, 10| niet minder dan vijfduizend te voet, en vijfhonderd ruiters,
173 11, 13| hij ondernam ook een brug te slaan tegen een sterke stad,
174 11, 16| stadiën, van bloed scheen te vloeien, en daarmee vervuld
175 11, 16| vloeien, en daarmee vervuld te zijn.~
176 11, 18| zonder iets uitgericht te hebben, vertrokken zijnde,
177 11, 20| honderdentwintigduizend te voet, en tweeduizendvijfhonderd
178 11, 20| en tweeduizendvijfhonderd te paard.~
179 11, 21| deze plaats was moeilijk te belegeren en bij te komen,
180 11, 21| moeilijk te belegeren en bij te komen, om de engte van al
181 11, 31| aanstaande was, zijn zij te Jeruzalem wedergekomen.~
182 11, 33| trokken uit met drieduizend te voet, en vierhonderd ruiters.~
183 11, 39| tijd als het nodig is zulks te doen, om de lichamen dergenen
184 11, 39| dergenen die gevallen waren weg te nemen, en met hun bloedvrienden
185 11, 39| en met hun bloedvrienden te stellen in de graven hunner
186 11, 43| naar Jeruzalem om offerande te doen voor de zonde; gans
187 11, 44| geweest zijn voor de doden te bidden)~
188 12, 2 | van honderdentienduizend te voet, en vijfduizendendriehonderd
189 12, 4 | Berea, om daar omgebracht te worden, gelijk het gebruikelijk
190 12, 9 | de Joden veel meer kwaad te doen, als hun ooit in zijns
191 12, 10| ooit of immer, nu wilde te hulp komen degenen die in
192 12, 10| en van de heilige tempel te verliezen;~
193 12, 18| beproefde de plaatsen met list te bemachtigen.~
194 12, 23| had dat Filippus, die hij te Antiochië gelaten had om
195 12, 23| gelaten had om zijn zaken te doen, afgevallen was, is
196 12, 25| 25 En als hij te Ptolomaïs gekomen was, waren
197 13, 4 | men meende van de tempel te zijn, en hield zich stil
198 13, 5 | hebbende om zijn dwaasheden uit te voeren, geroepen zijnde
199 13, 18| vaderland, zo vreesde hij het te wagen door een slag.~
200 13, 19| Mattathias, om de rechterhand te geven en te ontvangen.~
201 13, 19| rechterhand te geven en te ontvangen.~
202 13, 22| bekwame plaatsen, om gereed te zijn, opdat van de vijanden
203 13, 22| opdat van de vijanden niet te eniger tijd onvoorziens
204 13, 23| 23 En Nicanor verkeerde te Jeruzalem, en hij deed niets
205 13, 29| doenlijk was de koning tegen te staan, zo nam hij een gelegen
206 13, 29| om het met een krijgslist te volbrengen.~
207 13, 37| Razis, van de ouderlingen te Jeruzalem, een man die de
208 13, 39| vijfhonderd soldaten omhem te vangen.~
209 13, 43| 43 En als hij, door al te grote haast van de strijd,
210 13, 44| kwam hij in het midden te vallen op zijn buik.~
211 14, 5 | die u gebied de wapenen te nemen, en des konings diensten
212 14, 5 | en des konings diensten te volbrengen. En nochtans
213 14, 6 | die met Judas waren, op te richten.~
214 14, 13| die bij hem was, zeer was te bewonderen, en gans voortreffelijk;~
215 14, 17| tot kloekmoedigheid aan te sporen, en de harten der
216 14, 17| der jongelingen manhaftig te maken, namen voor geen leger
217 14, 17| namen voor geen leger op te slaan, maar kloekmoedig
218 14, 17| slaan, maar kloekmoedig aan te vallen, en met alle mannelijke
219 14, 17| vijanden vallende, het uiterste te wagen, daar de stad, en
220 14, 21| hij oordeelt dit waardig te zijn.~
221 14, 24| woorden heeft hij opgehouden te bidden.~
222 14, 30| schouder zou afsnijden en te Jeruzalem brengen.~
223 14, 35| de burcht, om voor allen te zijn een kennelijk en openbaar
224 14, 40| ongezond is wijn alleen te drinken, en ook desgelijks
225 14, 40| aangenaamheid geeft, en aangenaam is te drinken wijn met water gemengd,
|