Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
mensenmoorder 1
merendeel 3
merkende 1
met 212
meteen 1
middellandse 1
midden 2
Frequency    [«  »]
254 in
233 zijn
225 te
212 met
196 zij
179 was
162 als

Het tweede boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

met

    Chapter, Verse
1 1, 2 | verbond dat Hij gemaakt heeft met Abraham, Izaäk en Jakob, 2 1, 3 | en om zijn wil te doen met een goed hart, en gewillige 3 1, 5 | verhore uw gebeden, en zij met u verzoend, en verlate u 4 1, 7 | tijd af dat Jason en die met hem waren van het heilige 5 1, 14| Antiochus, en zijn vrienden met hem, in die plaats gekomen 6 1, 14| gekomen waren, opdat hij met haar zou trouwen, opdat 7 1, 15| voorstelden, en als hij met enige weinigen gekomen was 8 1, 16| des gewelfs, en werpende met stenen, doodden zij als 9 1, 16| door een bliksem de overste met de zijnen, en ontleedden 10 1, 21| daarop lag, te besprengen met dat water.~ 11 1, 22| kwam dat de zon, tevoren met wolken bedekt zijnde, weder 12 1, 23| beginnende, en de anderen, met Nehemia, mede eenstemmig 13 2, 3 | vermaande hij hen, dat zij met hun harten niet zouden afwijken 14 2, 9 | is openbaar, hoe dat hij, met wijsheid begaafd zijnde, 15 2, 22| degenen, die voor het Jodendom met eergierigheid zich mannelijk 16 2, 23| opgericht zijn; dewijl de Here met alle goedertierenheid hun 17 2, 29| zullen wij slechts voortgaan met dit kort begrip in het kort 18 2, 30| ganse gebouw, en een, die met inbranden voorneemt iets 19 3, 2 | plaats eerden, en de tempel met voortreffelijke gaven verheerlijkten.~ 20 3, 18| 18 En deze liepen met hopen uit de huizen naar 21 3, 19| 19 En de vrouwen, zijnde met zakken omgord onder haar 22 3, 23| nu daar bij de schatkist met de hellebaardiers tegenwoordig 23 3, 25| hen werd een paard gezien, met een zeer schoon dek versierd, 24 3, 27| snel ter aarde viel, en met grote duisternis bevangen 25 3, 28| 28 En hem, die tevoren met veel toeloop en al de hellebaardiers 26 3, 28| weg, zo gesteld, dat hij met de wapenen niet kon geholpen 27 3, 30| verschenen was, werd vervuld met blijdschap en vreugde.~ 28 3, 33| Heliodorus, bekleed zijnde met dezelfde kleding, en zeiden 29 3, 36| de grote God, die hijzelf met zijn ogen gezien had.~ 30 4, 2 | de wet was, dat hij zich met de zaken des rijks listig 31 4, 7 | 7 Als Seleucus het leven met de dood verwisseld had, 32 4, 11| een gezant was geweest, om met de Romeinen een verbond 33 4, 14| anderen beroepen hadden, om met de bal te spelen;~ 34 4, 22| ganse stad ontvangen, en met toortsen en gejuich ingehaald 35 4, 22| zijnde, zo is hij daarna met zijn krijgsvolk getrokken 36 4, 26| die zijn eigen broeder met bedrog uitgeworpen had door 37 4, 26| had door een ander weder met bedrog uitgeworpen zijnde, 38 4, 34| komende bij Onias, en hem met bedrog verzekerd, en met 39 4, 34| met bedrog verzekerd, en met ede hem de hand gegeven 40 4, 38| 38 En in zijn gemoed met gramschap ontstoken zijnde, 41 4, 39| in de stad geschiedden, met raad van Menelaüs, en als 42 4, 40| drieduizend man, en begon met onrechtvaardige handen, 43 4, 41| het slijk dat daar was, met hun handen tezamen geperst, 44 4, 41| wierpen het op degenen, die met Lysimachus waren.~ 45 5, 2 | werden ruiters rijdende met gouden rokken, bij troepen, 46 5, 2 | gouden rokken, bij troepen, met lansen gewapend, en met 47 5, 2 | met lansen gewapend, en met blote zwaarden;~ 48 5, 5 | dat Antiochus het leven met de dood verwisseld had, 49 5, 11| gemoed, en heeft de stad met wapenen ingenomen.~ 50 5, 14| werden; veertigduizend werden met de hand gevangen en er werden 51 5, 16| 16 En met zijn onreine handen de heilige 52 5, 16| der plaats geschonken was, met zijn goddeloze handen wegrovende,~ 53 5, 20| weder door de verzoening met de grote Here, in alle heerlijkheid 54 5, 21| daarop zou kunnen varen met schepen, en de zee, dat 55 5, 24| gehate overste, Apollonius, met een leger van tweeentwintigduizend 56 5, 26| doorsteken, en door de stad met wapenen lopende, heeft een 57 5, 27| Judas, de Makkabeeër, is met negen anderen vertrokken 58 5, 27| het gebergte, en leefde met degenen die bij hem waren, 59 6, 4 | Want de tempel werd vervuld met overdadigheid, en brasserijen 60 6, 4 | brasserijen der heidenen, die met de hoeren daar in luiheid 61 6, 4 | galerijen zich vermengden met de vrouwen; en daarenboven 62 6, 5 | 5 En het altaar werd ook met onbehoorlijke dingen, die 63 6, 7 | alle maanden te houden, met het eten van de geofferde 64 6, 11| aangebracht zijnde, werden met vuur verbrand, omdat zij 65 6, 16| weg, en zijn eigen volk met tegenspoed kastijdende, 66 6, 17| vermaning, en wij zullen met weinige woorden wederkomen 67 6, 19| liever hebbende een dood met ere, dan het leven met haat, 68 6, 19| dood met ere, dan het leven met haat, kwam zelf tot de pijnigingsplaats,~ 69 6, 21| eten, om de kennis, die zij met de man van oude tijden hadden 70 6, 22| om de oude vriendschap met hen, genade zou mogen verkrijgen.~ 71 6, 23| zijn grauwe haren, die hij met ere had verkregen, en zijn 72 6, 27| leven moedig verwisselende met de dood, zo zal ik schijnen 73 7, 1 | ook dat zeven broeders, met de moeder gegrepen zijnde, 74 7, 1 | is, te proeven; en werden met geselen en pezen geslagen.~ 75 7, 5 | vermaanden zij elkander met de moeder kloekmoedig te 76 7, 7 | en het vel van het hoofd met het haar rondom afgetrokken 77 7, 21| vaderlijke spraak, vervuld zijnde met een kloekmoedig verstand, 78 7, 21| vrouwelijke overlegging met een mannelijk gemoed opwekkende;~ 79 7, 23| en het leven wedergeven met barmhartigheid, gelijk gij 80 7, 24| overig was, deed niet alleen met woorden een vermaning aan 81 7, 24| maar hij verzekerde hem ook met ede, dat hij hem terstond 82 7, 26| 26 En als hij met vele woorden haar vermaand 83 7, 29| barmhartigheid u weder mag verkrijgen met uw broeders.~ 84 7, 33| is, bij zal nochtans weer met zijn dienstknechten verzoend 85 8, 1 | Judas de Makkabeeër, en die met hem waren, heimelijk in 86 8, 13| als hij aan degenen, die met hem waren, verklaard had 87 8, 15| om de verbonden, die hij met hun vaderen gemaakt had, 88 8, 18| en ook de gehele wereld, met één wenk ter neder te werpen.~ 89 8, 20| maar achtduizend waren, met vierduizend Macedoniërs, 90 8, 23| eerste slagorde, leverde met Nicanor slag.~ 91 8, 24| 24 Daar de Almachtige met hen streed, versloegen zij 92 9, 1 | gebeurde het dat Antiochus met schande wederkwam uit de 93 9, 5 | God van Israël, sloeg hem met een ongeneeslijke en onzienlijke 94 9, 6 | Zeer rechtvaardig, als die met vele en vreemde ellendigheden 95 9, 7 | hoogspreken, maar hij was nog met hoogmoed vervuld, vuur blazende 96 9, 8 | scheen te willen gebieden, met een vermetelheid, die de 97 9, 8 | dat hij de hoogste bergen met een schaal zou wegen, als 98 9, 11| alle ogenblikken zwaarder met pijnen aangetast wordende.~ 99 9, 15| voorgenomen had zelfs niet met een begrafenis te verwaardigen, 100 9, 15| aas, en de wilde beesten, met de kleine kinderen, voor 101 9, 16| hij tevoren beroofd had, met zeer schone geschenken zou 102 9, 29| 29 En Filippus, die met hem opgevoed was, heeft 103 9, 29| opgevoed was, heeft het lichaam met zich genomen; welke ook, 104 10, 1 | 1 En Makkabeüs, en die met hem waren, hebben, daar 105 10, 4 | zondigen, dat zij door hem met goedertierenheid mochten 106 10, 6 | 6 En zij vierden met vreugde acht dagen, naar 107 10, 15| 15 En tegelijk met hem ook de Idumeeën, welgelegen 108 10, 16| 16 En die met Makkabeüs waren, een biddag 109 10, 17| 17 Welke zij ook met geweld aantastende, de plaats 110 10, 19| daarenboven Zacheüs, en velen met hem om deze belegering te 111 10, 20| 20 Maar die met Simon waren, geldgierig 112 10, 20| die in de torens waren, met geld omkopen, en zevenduizend 113 10, 24| aanrukken, alsof bij Judea met de wapenen zou innemen.~ 114 10, 25| 25 Die met Makkabeüs waren, als hij 115 10, 25| Makkabeüs waren, als hij met hen naderde tot het gebed 116 10, 25| strooiende, en hun lendenen met zakken omgordende,~ 117 10, 28| opgegaan was, leverden zij met elkander slag; dezen hadden 118 10, 28| voorspoed en overwinning met de kloekmoedigheid, de toevlucht 119 10, 29| mannen, zittende op paarden met gouden tomen, en twee van 120 10, 30| tussen hen, beschermden hem met hun wapenen, en bewaarden 121 10, 30| gebracht zijnde, geslagen en met verbaasdheid vervuld werden.~ 122 10, 33| 33 Die met Makkabeüs waren, kloekmoedig 123 10, 35| hebben enige jongelingen, die met Makkabeüs waren, in hun 124 10, 35| aangevallen en zeer manmoedig en met een ontstoken gemoed allen 125 10, 38| verricht hebbende, dankten zij met lofzangen en dankzeggingen 126 10, 45| 6 En als die met Makkabeüs waren verstonden, 127 10, 45| baden zij en de scharen, met kermen en tranen de Here, 128 10, 46| vermaande de anderen, dat zij met hem zich in gevaar wilden 129 10, 51| ontkwamen naakt, en Lysias, zelf met schande vluchtende, ontkwam 130 10, 52| overmits de alvermogende God met hen streed, zo zond hij 131 10, 53| alle billijke voorwaarden met hen wilde handelen, en dat 132 10, 63| Joden niet tevreden zijn met de verandering van mijn 133 10, 65| goedsmoeds mogen zijn, en met vreugde hun eigen dingen 134 10, 69| rechterhand gegeven worden met alle verzekerdheid.~ 135 11, 3 | bij hen woonden, dat zij met vrouwen en kinderen met 136 11, 3 | met vrouwen en kinderen met hen zouden gaan in enige 137 11, 8 | dezelfde wijze wilden handelen met de Joden, die bij hen woonden,~ 138 11, 11| gevecht geschiedde, en die met Judas waren, door de hulp, 139 11, 12| toegestaan dat men vrede met hen zou maken; en als zij 140 11, 13| tegen een sterke stad, die met muren omsingeld was, en 141 11, 13| ondereen gemengd, bewoond werd, met name Caspin.~ 142 11, 14| onachtzaam, scheldende die met Judas waren en daarenboven 143 11, 15| 15 Doch die met Judas waren, aanroepende 144 11, 19| de oversten dergenen die met Makkabeüs waren, uittrekkende, 145 11, 22| ziet, zo begaven zij zich met een gedruis op de vlucht, 146 11, 24| Dositheüs en Sosipater, bad met grote bedriegelijkheid, 147 11, 25| 25 En als hij met vele woorden zijn toezegging 148 11, 28| aanroepende God de prins, die met kracht der vijanden macht 149 11, 33| 33 En trokken uit met drieduizend te voet, en 150 11, 37| vaderlijke taal een geroep met lofzangen, viel hij onverwachts 151 11, 39| dag, kwamen degenen die met Judas waren, omtrent de 152 11, 39| gevallen waren weg te nemen, en met hun bloedvrienden te stellen 153 12, 1 | ore, dat Antiochus Eupator met grote menigte aankwam tegen 154 12, 2 | 2 En met hem Lysias, zijn hofmeester 155 12, 2 | olifanten, en driehonderd wagens met zeisen gewapend.~ 156 12, 3 | Menelaüs, die Antiochus met veel schimpen vermaande, 157 12, 7 | 7 Met zulk een dood gebeurde het 158 12, 12| barmhartige Here baden, met klagen en vasten, voor hem 159 12, 13| 13 En hij, met de ouderlingen alleen zijnde, 160 12, 13| ouderlingen alleen zijnde, nam met hen raad, eer het krijgsvolk 161 12, 14| vermaand hebbende degenen die met hem waren, dat zij kloekmoedig 162 12, 15| IS DE OVERWINNING, is hij met enige van de beste en uitgelezen 163 12, 15| de voornaamste olifant, met de menigte dergenen, die 164 12, 16| 16 En eindelijk het leger met vrees en verwarring vervuld 165 12, 16| vervuld hebbende, zijn zij met voorspoed vertrokken.~ 166 12, 18| Joden, beproefde de plaatsen met list te bemachtigen.~ 167 12, 22| ten tweeden male overleg met die van Bethsura, en de 168 12, 23| 23 En slag leverende met degenen die met Judas waren, 169 12, 23| leverende met degenen die met Judas waren, ontving hij 170 12, 23| billijke voorwaarden; en met hen verenigd zijnde, offerde 171 12, 26| Antiochië. En zo is het gegaan met des konings aankomst en 172 13, 1 | Tripolis was ingevaren, met een sterke menigte en vloot;~ 173 13, 8 | omdat ik het oprecht meen met de zaken, die de koning 174 13, 13| ombrengen, en degenen die met hem waren verstrooien, en 175 13, 14| vermengden zich als kudden met Nicanor, achtende dat der 176 13, 15| die altijd zijn erfdeel met verschijning heeft aangenomen.~ 177 13, 18| dapperheid degenen hadden die met Judas waren, en wat voorspoed 178 13, 29| gelegen tijd waar, om het met een krijgslist te volbrengen.~ 179 13, 30| bemerkende dat Nicanor met hem strenger handelde, en 180 13, 31| merkende dat hij door de man met een behendige krijgslist 181 13, 32| 32 En als zij met ede verklaarden, dat zij 182 13, 38| gesteld voor het Jodendom, met alle standvastigheid.~ 183 13, 41| was, heeft hij zichzelf met het zwaard doorstoken;~ 184 13, 45| zwaar gewond zijnde, kwam met een loop door de scharen 185 13, 46| zijn ingewanden uit, en die met beide handen nemen, wierp 186 14, 1 | verstaande dat degenen die met Judas waren, zich onthielden 187 14, 1 | dat hij hen op de rustdag met alle zekerheid zou overvallen.~ 188 14, 2 | wil die dag, die eertijds met heiligheid geëerd is door 189 14, 6 | 6 En deze Nicanor, met alle hovaardigheid zijn 190 14, 6 | overwinning over degenen, die met Judas waren, op te richten.~ 191 14, 7 | vertrouwde zonder ophouden met alle hoop, dat hij hulp 192 14, 8 | En vermaande degenen die met hem waren, dat zij de aankomst 193 14, 11| ieder van hen, niet zozeer met zekerheid van schilden en 194 14, 11| schilden en spiesen, als met vermaning van goede woorden 195 14, 13| ook verschenen was een man met grauwe haren en heerlijk 196 14, 16| zwaard, een geschenk van God, met hetwelk gij de vijanden 197 14, 17| kloekmoedig aan te vallen, en met alle mannelijke dapperheid 198 14, 24| geslagen worden degenen, die met godslastering gekomen zijn 199 14, 24| tegen uw heilig volk. En met deze woorden heeft hij opgehouden 200 14, 25| 25 Degenen nu, die met Nicanor waren, kwamen aan 201 14, 25| Nicanor waren, kwamen aan met trompetten en triomfliederen.~ 202 14, 26| 26 Maar die met Judas waren, vielen onder 203 14, 26| vielen onder de vijanden met aanroeping en gebeden.~ 204 14, 27| 27 En zij vechtende met de handen, maar met hun 205 14, 27| vechtende met de handen, maar met hun harten tot God biddende, 206 14, 28| deze nood gered waren, en met vreugde aftrokken, zo verstonden 207 14, 28| Nicanor tevoren gevallen was met zijn wapenrusting.~ 208 14, 30| geweest zijner medeburgers, met lichaam en ziel, die in 209 14, 30| van Nicanor, en zijn hand met de schouder zou afsnijden 210 14, 36| 36 En zij allen bepaalden met een algemeen besluit, dat 211 14, 40| en gelijkerwijs de wijn met water gemengd een zoete 212 14, 40| aangenaam is te drinken wijn met water gemengd, zo is ook


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License