Chapter, Verse
1 1, 14| 14 Want als Antiochus, en zijn vrienden
2 1, 15| van Nanea voorstelden, en als hij met enige weinigen gekomen
3 1, 16| met stenen, doodden zij als door een bliksem de overste
4 1, 18| opdat gij het ook houdt als het feest der loofhutten,
5 1, 20| 20 En als er vele jaren verlopen waren,
6 1, 20| gezonden naar dat vuur; en als zij ons hadden te kennen
7 1, 21| zouden putten, en brengen; en als hetgeen tot de offeranden
8 1, 22| 22 Hetwelk gedaan zijnde, als de tijd kwam dat de zon,
9 1, 23| 23 En als de offerande verteerd werd,
10 1, 27| dienen; zie aan degenen, die als niets geacht zijn, en als
11 1, 27| als niets geacht zijn, en als een gruwel gehouden worden;
12 1, 31| 31 En als de offerande verteerd was,
13 1, 32| daar een vlam ontstoken, en als het licht van het altaar
14 1, 33| 33 En als dit openbaar werd, en de
15 3, 1 | 1 Als de heilige stad in alle
16 3, 1 | alle vrede bewoond werd, en als de wetten op het best werden
17 3, 5 | 5 En als hij Onias niet kon overwinnen,
18 3, 23| hetgeen besloten was; en als hij nu daar bij de schatkist
19 3, 27| 27 En als hij snel ter aarde viel,
20 3, 33| 33 En als de hogepriester de verzoening
21 3, 34| overgrote kracht Gods. En als zij deze dingen gezegd hadden,
22 3, 35| 35 En Heliodorus, als hij God offerande had geofferd,
23 3, 35| leven had wedergegeven, en als hij Onias gegroet had, trok
24 3, 37| 37 En als de koning Heliodorus vraagde,
25 4, 3 | 3 En als de vijandschap zover toegenomen
26 4, 4 | en hoe Apollonius raasde, als zijnde overste van Celo-Syrië
27 4, 5 | menigte, zo in het gemeen als in het bijzonder, dienstig
28 4, 7 | 7 Als Seleucus het leven met de
29 4, 10| 10 Hetwelk, als de koning hem had toegestaan,
30 4, 12| 12 En als hij willekeurig een school
31 4, 15| eerlijke wijzen der vaderen als niets achtende, hielden
32 4, 18| 18 Als nu het vijfjarig strijdspel
33 4, 21| 21 En als Apollonius, de zoon van
34 4, 24| aangenaam geworden zijnde, als hij in zijn aangezicht zijn
35 4, 28| schatting te ontvangen. Als zij beiden nu om deze oorzaak
36 4, 30| 30 En als deze dingen zo gesteld waren,
37 4, 33| 33 Onias, als hij deze dingen wel verstaan
38 4, 36| 36 En als de koning wedergekomen was
39 4, 39| 39 En als door Lysimachus vele kerkroverijen
40 4, 39| met raad van Menelaüs, en als het gerucht daarvan openlijk
41 4, 40| 40 En als de scharen op de been geraakt
42 4, 44| 44 En als de koning gekomen was te
43 4, 47| Scythen gepleit hadden, als onschuldigen zouden vrijgesproken
44 5, 5 | 5 En als er een vals gerucht gekomen
45 5, 5 | inval gedaan in de stad; en als zij op de muren gedreven
46 5, 7 | het oppergezag niet; maar als einde van zijn bedriegelijkheid
47 5, 8 | vervolgd zijnde en gehaat, als een die van de wet was afgevallen;
48 5, 8 | afgevallen; en vervloekt als een beul van zijn vaderland
49 5, 11| 11 De koning, als hij verstaan had dat deze
50 5, 15| geworden, zo van de wetten als van het vaderland.~
51 5, 18| zo zou ook deze terstond, als hij ingekomen was, gegeseld
52 5, 25| 25 Deze, als hij gekomen was te Jeruzalem,
53 5, 27| wilde dieren, en zij aten als voedsel gras, en bleven
54 6, 7 | geofferde ingewanden; en als de feestdag van Bacchus
55 6, 14| ontmoet om hen te straffen, als hun zonden vervuld zijn.~
56 6, 20| uitspuwende, op zulk een wijze als het degenen betaamt, die
57 6, 28| eerlijke dood te sterven. En als hij dit gezegd had, is hij
58 6, 30| 30 En als hij nu door de slagen sterven
59 7, 3 | ketels heet zou maken; en als die terstond heet gemaakt
60 7, 5 | 5 Als hem nu alle leden onbruikbaar
61 7, 5 | en in de pan braden; en als de damp uit de pan zich
62 7, 7 | 7 En als de eerste op deze wijze
63 7, 9 | 9 En als hij nu in de uiterste adem
64 7, 10| ook de derde bespot, en als zij zijn tong eisten, stak
65 7, 13| 13 En als ook deze overleden was,
66 7, 14| 14 En als hij sterven zou, sprak hij
67 7, 18| brachten zij de zesde voor, en als hij sterven zou, zeide hij:
68 7, 20| goede gedachtenis waardig, als die kloekmoedig verdragen
69 7, 24| stem hem smaadheid aandeed, als de jongste nog overig was,
70 7, 26| 26 En als hij met vele woorden haar
71 7, 30| 30 En als zij nog sprak, zo zeide
72 7, 37| 37 En ik, gelijk als mijn broeders, geef mijn
73 8, 5 | 5 En als Judas Makkabeüs een leger
74 8, 13| 13 En als hij aan degenen, die met
75 8, 20| vierduizend Macedoniërs, en als de Macedoniërs begonnen
76 8, 23| 23 En als hij hun voorgelezen had
77 8, 27| 27 En als zij de wapenen verzameld,
78 8, 29| 29 En als zij deze dingen verricht
79 8, 33| 33 En als zij in het vaderland een
80 9, 2 | 2 Want als hij was ingegaan in de stad
81 9, 2 | vlucht; en het gebeurde, als Antiochus door de inwoners
82 9, 3 | 3 En als hij te Ecbatana was, werd
83 9, 4 | begraafplaats der Joden, als ik daar zal gekomen zijn.~
84 9, 6 | 6 Zeer rechtvaardig, als die met vele en vreemde
85 9, 8 | met een schaal zou wegen, als hij op de aarde was, werd
86 9, 18| 18 Maar als de pijnen geenszins ophielden, (
87 9, 23| mijn vader, in die tijden, als hij ook in die bovenplaatsen
88 9, 28| mensenmoorder en godslasteraar, als hij het allerkwaadste geleden
89 10, 3 | 3 En als zij de tempel hadden gereinigd,
90 10, 3 | ander altaar gemaakt, en als zij uit stenen vuur hadden
91 10, 18| 18 En als er niet minder dan negenduizend
92 10, 21| 21 En als hetgeen daar geschied was,
93 10, 25| Die met Makkabeüs waren, als hij met hen naderde tot
94 10, 27| 27 Als zij van het gebed gekomen
95 10, 27| trokken ver van de stad, en als zij de vijanden naderden,
96 10, 28| 28 En als de zon opgegaan was, leverden
97 10, 29| 29 Als er nu een zeer hevige strijd
98 10, 35| 35 En als de vijfentwintigste dag
99 10, 45| 6 En als die met Makkabeüs waren
100 10, 47| kloekmoedige aanval; en als zij nog bij Jeruzalem waren,
101 10, 50| 11 En als leeuwen op hun vijanden
102 10, 56| door u afgezonden zijn, als zij de ondergeschreven antwoorden
103 10, 59| last gegeven zo aan deze, als aan mijn afgezondenen, om
104 10, 70| spijzen en wetten, gelijk als van tevoren, en dat niemand
105 11, 1 | 1 En als deze verbonden aldus gemaakt
106 11, 4 | 4 En als zij, volgens het algemeen
107 11, 4 | der stad, dit aannamen, als die in vrede wilden leven,
108 11, 7 | 7 En als de plaats ingesloten was,
109 11, 7 | ingesloten was, zo vertrok hij, als die weder zou komen, en
110 11, 8 | 8 Als hij verstaan had, dat die
111 11, 10| 10 En als zij vandaar vertrokken waren
112 11, 11| 11 En als er een hevig gevecht geschiedde,
113 11, 12| vrede met hen zou maken; en als zij de rechterhand ontvangen
114 11, 15| vielen aan op de muren als wilde mensen.~
115 11, 17| 17 En als zij vandaar zevenhonderdenvijftig
116 11, 22| 22 Als nu de eerste hoop van Judas
117 11, 24| 24 En Timotheüs zelf, als hij gevallen was in de handen
118 11, 25| 25 En als hij met vele woorden zijn
119 11, 30| 30 Maar als de Joden, die daar woonden,
120 11, 31| goedgunstig zouden zijn, en als het feest der weken aanstaande
121 11, 32| 32 En als het feest, genoemd Pinksteren,
122 11, 34| 34 En als zij tegen hem streden, geschiedde
123 11, 35| leidde hem kloek henen; en als hij deze levend wilde vangen,
124 11, 36| 36 En als degenen, die bij Esdrin
125 11, 36| Judas de Here aan, dat hij als een medestrijder en een
126 11, 39| Judas waren, omtrent de tijd als het nodig is zulks te doen,
127 11, 42| zonder zonde mochten zijn, als die voor hun ogen hadden
128 12, 4 | tegen deze booswicht, en als Lysias betoonde dat hij
129 12, 9 | veel meer kwaad te doen, als hun ooit in zijns vaders
130 12, 12| 12 Als zij dit allen gezamenlijk
131 12, 17| 17 En dit was geschied als de dag aanlichtte, door
132 12, 19| 19 En als hij kwam tegen Bethsura,
133 12, 23| ontving hij de nederlaag. En als hij vernomen had dat Filippus,
134 12, 25| 25 En als hij te Ptolomaïs gekomen
135 13, 9 | zorgdragen zowel voor het land als voor ons geslacht dat rondom
136 13, 10| 10 Want zo lang als Judas zal leven, is het
137 13, 11| 11 En als deze dingen door hem gezegd
138 13, 14| gevlucht, vermengden zich als kudden met Nicanor, achtende
139 13, 16| 16 En als de overste bevel gegeven
140 13, 18| wat voorspoed zij hadden als zij streden voor hun vaderland,
141 13, 20| 20 En als hierover vele raadplegingen
142 13, 20| zaak had medegedeeld, en als het bleek dat de stemmen
143 13, 28| 28 Als nu Nicanor deze dingen ter
144 13, 31| grootste en heiligste tempel, als de priesters de behoorlijke
145 13, 32| 32 En als zij met ede verklaarden,
146 13, 34| 34 En als hij zulke dingen gezegd
147 13, 40| 40 Want hij meende, als hij hem zou gevangen hebben,
148 13, 41| 41 Maar als de menigte de toren zou
149 13, 41| deur van het voorhof, en als hun geboden werd dat zij
150 13, 41| deuren in brand steken, als hij nu rondom bezet was,
151 13, 43| 43 En als hij, door al te grote haast
152 13, 45| 45 En als hij nog ademhaalde, en in
153 13, 45| stond hij op, zijn bloed als een fontein vloeiende, en
154 14, 2 | 2 En als de Joden, die hem uit nooddwang
155 14, 4 | 4 En als dezen antwoordden: Daar
156 14, 11| van schilden en spiesen, als met vermaning van goede
157 14, 20| 20 En als zij nu allen verwachtten
158 14, 21| wonderlijke dingen doet, als die wist dat de overwinning
159 14, 22| 22 En als hij bad, sprak hij deze
160 14, 28| 28 En als zij uit deze nood gered
161 14, 31| 31 En als hij daar gekomen was, en
162 14, 33| vogelen, en dat hij deze als beloningen van zijn dwaasheid
|