Chapter, Verse
1 1, 7 | die ons overkomen is in deze jaren, van de tijd af dat
2 1, 24| het gebed geschiedde op deze wijze: Here, Here God, die
3 1, 26| 26 Ontvang deze offerande voor al uw volk
4 1, 29| 29 Plant uw volk in deze uw heilige plaats, gelijk
5 1, 34| koning voor goed kennende deze zaak, heeft die plaats omheind
6 2, 6 | waren, om de weg te tekenen, deze niet hebben kunnen vinden.~
7 2, 8 | 8 En dat de Here dan deze dingen zou tonen, en de
8 2, 8 | Salomo gebeden heeft dat deze plaats grotelijks zou worden
9 2, 13| 13 En deze zelfde dingen worden verhaald
10 2, 16| zult dan wel doen, dat gij deze dagen viert.~
11 2, 18| weder zal bijeenbrengen in deze heilige plaats.~
12 2, 19| ellenden verlost en heeft deze plaats gereinigd.~
13 2, 24| 24 Deze dingen, zijnde door Jason
14 2, 28| zullen wij nochtans gaarne deze moeite nemen.~
15 3, 2 | dat ook zelfs de koningen deze plaats eerden, en de tempel
16 3, 6 | dat het mogelijk was, dat deze zouden kunnen vallen in
17 3, 9 | daar was, en hij vraagde of deze dingen zo in der waarheid
18 3, 18| 18 En deze liepen met hopen uit de
19 3, 18| het gemeen gebed, omdat deze plaats in verachting zou
20 3, 30| prezen de Here, dat hij deze zijn plaats verheerlijkt
21 3, 34| kracht Gods. En als zij deze dingen gezegd hadden, zijn
22 4, 19| 19 Zond deze goddeloze Jason toeschouwers
23 4, 24| 24 Deze de koning zeer aangenaam
24 4, 28| ontvangen. Als zij beiden nu om deze oorzaak door de koning ontboden
25 4, 30| 30 En als deze dingen zo gesteld waren,
26 4, 33| 33 Onias, als hij deze dingen wel verstaan had,
27 4, 38| ontstoken zijnde, heeft deze terstond Andronicus het
28 4, 42| 42 Om deze oorzaak hebben zij velen
29 4, 43| 43 En over deze zaken werd recht gehouden
30 4, 47| die oorzaak was van al deze boosheid, ontslagen van
31 4, 47| beschuldigingen, en heeft deze ellendigen, die, zo zij
32 4, 48| en voor de heilige vaten deze beschuldiging aangebracht
33 5, 11| als hij verstaan had dat deze dingen zo geschied waren,
34 5, 18| bezichtigen, zo zou ook deze terstond, als hij ingekomen
35 5, 23| Andronicus, en benevens deze Menelaüs, die veel erger
36 5, 25| 25 Deze, als hij gekomen was te
37 6, 2 | Jeruzalem te ontreinigen, en deze te noemen de tempel van
38 6, 3 | 3 De invoering van deze boosheid was het volk bezwaarlijk
39 6, 9 | zouden willen verkiezen tot deze Griekse wijzen over te gaan,
40 6, 11| vanwege de heerlijkheid van deze eerwaardige dag.~
41 6, 12| niet ontsteld worden over deze ellendigheden, maar dat
42 6, 12| dat zij willen achten, dat deze straffen niet zijn tot verderf,
43 6, 19| 19 Deze, liever hebbende een dood
44 6, 21| degenen, die gesteld waren om deze onwettige ingewanden te
45 6, 25| door mijn veinzen, en door deze kleine en snel vergaande
46 6, 27| dood, zo zal ik schijnen deze ouderdom waardig te zijn,~
47 6, 31| 31 En op deze wijze is hij gestorven,
48 7, 4 | 4 Zo gebood hij dat men deze, die voor de anderen gesproken
49 7, 7 | 7 En als de eerste op deze wijze gestorven was, zo
50 7, 8 | tot hen: Geenszins. Waarom deze ook dezelfde pijniging is
51 7, 10| 10 Na deze werd ook de derde bespot,
52 7, 12| over de kloekmoedigheid van deze jongeling, dat hij deze
53 7, 12| deze jongeling, dat hij deze pijnen voor niets achtte.~
54 7, 13| 13 En als ook deze overleden was, hebben zij
55 7, 15| voor, en sloegen hem, en deze de koning aanziende, zeide
56 7, 18| 18 Na deze brachten zij de zesde voor,
57 7, 18| tevergeefs, want wij lijden deze dingen om ons zelfs wil,
58 7, 24| het daarvoor houdende, dat deze stem hem smaadheid aandeed,
59 7, 27| die u opgevoed, en u tot deze ouderdom gebracht, en de
60 7, 28| is, wilt erkennen dat God deze dingen uit niet gemaakt
61 7, 29| 29 Vrees deze beul niet, maar wil u zo
62 7, 36| rechtvaardige straffen van deze hovaardigheid wegdragen.~
63 7, 39| hij zo bespot werd, heeft deze veel kwalijker bejegend
64 7, 40| 40 En deze is dan zo rein gestorven,
65 8, 8 | 8 Filippus ziende dat deze man gaandeweg tot grote
66 8, 9 | 9 Deze verkoos terstond Nicanor,
67 8, 29| 29 En als zij deze dingen verricht hadden,
68 8, 36| voorvechter hadden; en dat op deze wijze de Joden niet kunnen
69 9, 1 | 1 Omtrent deze tijd gebeurde het dat Antiochus
70 9, 5 | onzienlijke plaag; want toen hij deze woorden geëindigd had, heeft
71 9, 9 | ook uit het lichaam van deze goddeloze levende wormen
72 9, 11| terug te komen, en door deze Goddelijke geseling tot
73 9, 12| kunnende verdragen, zeide hij deze woorden: Het is recht dat
74 9, 13| 13 En deze booswicht bad de Here, die
75 9, 18| schreef hij aan de Joden deze ondergeschreven brief, hebbende
76 9, 18| wijze van afbidding, van deze inhoud:~
77 9, 22| grote hoop hebbende dat ik deze krankheid zal ontvlieden.~
78 9, 28| 28 Zo heeft dan deze mensenmoorder en godslasteraar,
79 10, 7 | voorspoed had gegeven, dat deze zijn plaats zou gereinigd
80 10, 8 | ganse volk der Joden, dat deze dagen alle jaren zouden
81 10, 10| Antiochus Eupator, de zoon van deze goddeloze, geschied is,
82 10, 11| 11 Want deze, het koninkrijk ontvangen
83 10, 19| Zacheüs, en velen met hem om deze belegering te doen, en hij
84 10, 38| 38 En deze dingen verricht hebbende,
85 10, 38| had bewezen, en die hun deze overwinning gegeven had.~ ~
86 10, 55| Joden geschreven, waren van deze inhoud: Lysias wenst het
87 10, 59| 20 Doch van deze dingen in het bijzonder
88 10, 59| heb ik last gegeven zo aan deze, als aan mijn afgezondenen,
89 10, 61| brief van de koning was van deze inhoud: De koning Antiochus
90 10, 73| aan hen geschreven, van deze inhoud: Quintus Memmius,
91 11, 1 | 1 En als deze verbonden aldus gemaakt
92 11, 2 | en Demofon, en benevens deze Nicanor, overste van Cyprus,
93 11, 5 | En Judas, verstaande dat deze wreedheid tegen zijn landslieden
94 11, 21| plaats genaamd Karnion, want deze plaats was moeilijk te belegeren
95 11, 23| hen heftig, en doorstak deze booswichten, en vernielde
96 11, 27| vlucht en nederlaag van deze, heeft hij ook zijn leger
97 11, 35| kloek henen; en als hij deze levend wilde vangen, zo
98 11, 40| ieder openbaar, dat zij om deze oorzaak gevallen waren.~
99 12, 4 | gemoed van Antiochus tegen deze booswicht, en als Lysias
100 12, 5 | ellen hoog, vol was, in deze was een rond instrument,
101 12, 7 | een dood gebeurde het dat deze goddeloze Menelaüs stierf,
102 12, 9 | 9 En de koning door deze gedachten een barbaars gemoed
103 13, 11| 11 En als deze dingen door hem gezegd waren,
104 13, 26| gemaakt hadden, zo nam hij deze en vertrok naar Demetrius,
105 13, 27| geworden en door de laster van deze grote booswicht opgeruid
106 13, 27| Nicanor, zeggende, dat hij deze verbonden zeer kwalijk nam;
107 13, 28| 28 Als nu Nicanor deze dingen ter ore gekomen waren,
108 13, 30| onvriendelijker was; en achtende dat deze strengheid niet uit de beste
109 13, 33| gevangen overlevert, zo zal ik deze tempel Gods tot een vlak
110 13, 42| vallen in de handen van deze schelmen, en smaadheid lijden,
111 13, 46| wedergeven, zo is hij op deze wijze gestorven.~ ~
112 14, 3 | 3 Zo vroeg deze schelmachtigste mens, of
113 14, 4 | Daar is een Here die leeft, deze is in de hemel een machtig
114 14, 6 | 6 En deze Nicanor, met alle hovaardigheid
115 14, 12| tot de deugd behoren, dat deze de handen uitstak, en bad
116 14, 17| dan vermaand zijnde door deze woorden van Judas, die zeer
117 14, 22| En als hij bad, sprak hij deze woorden: Gij, o Here, hebt
118 14, 24| tegen uw heilig volk. En met deze woorden heeft hij opgehouden
119 14, 27| grotelijks verheugd zijnde over deze verschijning van God.~
120 14, 28| 28 En als zij uit deze nood gered waren, en met
121 14, 32| Nicanor, en de hand van deze godslasteraar, welke hij
122 14, 33| aan de vogelen, en dat hij deze als beloningen van zijn
123 14, 36| algemeen besluit, dat zij deze dag geenszins ongeëerd zouden
|