Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
toortsen 1
toren 2
torens 4
tot 118
totdat 1
trachten 1
trachtte 1
Frequency    [«  »]
134 hem
123 deze
119 waren
118 tot
113 heeft
110 zo
105 zou

Het tweede boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

tot

    Chapter, Verse
1 1, 14| trouwen, opdat hij het geld tot een huwelijksgift ontvangen 2 1, 16| afgehouwen hebbende, wierpen die tot degenen die buiten waren.~ 3 1, 17| geprezen, die de goddelozen tot straf heeft gegeven.~ 4 1, 21| brengen; en als hetgeen tot de offeranden behoorde geofferd 5 1, 25| onze vaderen hebt gemaakt tot uitverkorenen, en hebt geheiligd;~ 6 2, 9 | offerande geofferd heeft tot inwijding en heiliging van 7 2, 10| 10 Hoe ook Mozes tot de Here een gebed heeft 8 2, 30| naarstig moet onderzoeken wat tot sieraad nodig is, zo acht 9 2, 31| bijzondere stukken, dit behoort tot het werk van de schrijver 10 2, 33| verhaal beginnen, zo veel tot onze voorrede nog bijvoegende. 11 3, 4 | de stam van Benjamin, die tot een overste van de tempel 12 3, 5 | kon overwinnen, kwam hij tot Apollonius, de zoon van 13 3, 6 | en dat ze niet behoorden tot de rekening der offeranden, 14 3, 15| en riepen naar de hemel, tot hem, die wetten heeft gemaakt 15 3, 22| 22 Dezen dan riepen tot de Here Almachtig, dat hij 16 4, 6 | konings voorzorg de zaken tot vrede zouden kunnen gebracht 17 4, 10| terstond zijn volk gebracht tot de wijze der Grieken;~ 18 4, 13| de Joden een grote lust tot de Griekse zeden, en een 19 4, 16| ellende gekomen, dat zij hen tot vijanden en straffers hebben 20 4, 19| driehonderd drachmen zilver tot een offerande van de afgod 21 4, 19| brachten nochtans baden, dat ze tot die offerande niet zouden 22 4, 29| 29 Zo heeft Menelaüs tot een verzorger van het hogepriesterschap 23 4, 30| oproer geraakten, omdat zij tot een geschenk gegeven waren 24 4, 31| latende in zijn plaats tot een voorzorger Andronicus, 25 4, 37| harte bedroefd zijnde, en tot barmhartigheid geneigd, 26 4, 38| stad omgevoerd hebbende tot de plaats, waar hij de goddeloosheid 27 4, 40| waren, wapende Lysimachus tot drieduizend man, en begon 28 4, 47| zouden vrijgesproken zijn, tot de dood verwezen.~ 29 4, 49| treffelijk besteld hebben hetgeen tot hun begrafenis nodig was.~ 30 5, 9 | ballingschap omgekomen, tot de Lacedemoniërs getrokken 31 5, 15| ganse aardbodem, hebbende tot een leidsman Menelaüs, die 32 5, 16| wat door andere koningen tot vermeerdering, heerlijkheid 33 5, 18| het niet gebeurd, dat zij tot vele zonden gebracht waren, 34 5, 24| gelastende dat hij allen, die tot mannelijke ouderdom gekomen 35 5, 25| heeft zich stilgehouden tot de heilige dag van de Sabbat; 36 6, 9 | zouden willen verkiezen tot deze Griekse wijzen over 37 6, 12| deze straffen niet zijn tot verderf, maar tot kastijding 38 6, 12| niet zijn tot verderf, maar tot kastijding van ons geslacht.~ 39 6, 15| niet, wanneer onze zonden tot het einde gekomen zijn, 40 6, 17| dit zij door ons gezegd tot vermaning, en wij zullen 41 6, 17| weinige woorden wederkomen tot ons verhaal.~ 42 6, 19| leven met haat, kwam zelf tot de pijnigingsplaats,~ 43 6, 24| oud zijnde, overgegaan is tot het heidendom,~ 44 6, 29| die zij een weinig tevoren tot hem gehad hadden, in kwaadwilligheid, 45 6, 31| merendeel van zijn volk, tot een voorbeeld van kloekmoedigheid, 46 6, 31| van kloekmoedigheid, en tot een gedachtenis der deugd 47 7, 7 | zo leidden zij de tweede tot de bespotting; en het vel 48 7, 7 | dat het lichaam van lid tot lid gestraft wordt?~ 49 7, 8 | vaderlijke taal, en zeide tot hen: Geenszins. Waarom deze 50 7, 9 | voor zijn wetten sterven, tot een eeuwige opstanding des 51 7, 15| koning aanziende, zeide tot hem:~ 52 7, 22| 22 Zeggende tot hen: Ik weet niet hoe gij 53 7, 25| zij de jongeling zou raden tot zijn behoudenis.~ 54 7, 27| en die u opgevoed, en u tot deze ouderdom gebracht, 55 8, 1 | riepen hun bloedverwanten tot zich; en die in de Joodse 56 8, 1 | godsdienst gebleven waren tot zich nemende, vergaderden 57 8, 3 | die nu verdorven was, en tot de aarde toe geslecht zou 58 8, 3 | dat hij al het bloed, dat tot hem riep, zou willen verhoren;~ 59 8, 7 | nam vooral de nachten waar tot zodanige lagen; en het gerucht 60 8, 8 | ziende dat deze man gaandeweg tot grote voortgang kwam, en 61 8, 20| gedaan was, hoe dat allen die tot noodweer gekomen waren, 62 8, 22| zijn broeders aangesteld tot leiders van elke slagorde, 63 8, 23| het heilig boek, en hun tot een leus gegeven had: DOOR 64 8, 27| zeer, die hen behouden had tot die dag toe, welke het begin 65 8, 29| barmhartige Here, dat hij tot het einde toe zijn dienstknechten 66 8, 36| verkondigde dat de Joden God tot een voorvechter hadden; 67 9, 4 | Ik zal Jeruzalem maken tot een begraafplaats der Joden, 68 9, 11| deze Goddelijke geseling tot kennis te komen, alle ogenblikken 69 9, 14| Dat hij de heilige stad, tot welke bij haastte te komen, 70 9, 14| gronde uit te roeien, en tot een grafplaats te maken, 71 9, 15| verwaardigen, maar de vogels tot een aas, en de wilde beesten, 72 9, 16| inkomsten de onkosten, die tot de offeranden behoorden, 73 9, 25| gebeuren zal, zo heb ik tot koning verklaard mijn zoon 74 9, 26| goedgunstigheid, die gij hebt tot mij, en tot mijn zoon.~ 75 9, 26| die gij hebt tot mij, en tot mijn zoon.~ 76 9, 29| getrokken is naar Egypte, tot Ptolomeüs Filometor.~ ~ 77 10, 13| toevertrouwd, verlaten. had, en tot Antiochus Epifanes geweken 78 10, 15| hebbende, oefenden de Joden, en tot zich genomen hebbende degenen, 79 10, 21| verkocht, daar zij de vijanden tot hun nadeel hadden losgelaten.~ 80 10, 25| als hij met hen naderde tot het gebed van God, aarde 81 10, 28| elkander slag; dezen hadden tot een waarborg van de voorspoed 82 10, 28| kloekmoedigheid, de toevlucht tot de Here, en genen stelden 83 10, 28| stelden daartegen hun moed tot een overste van de strijd.~ 84 10, 36| opklimmende in de omgang tot hen, die binnen waren, staken 85 10, 41| hebbende de stad te maken tot een woonplaats der heidenen;~ 86 10, 42| 3 En de tempel tot geldgewin te gebruiken, 87 10, 45| goede engel wilde zenden tot behoud van Israël.~ 88 10, 58| zult de goedgunstigheid tot onze zaken, zo zal ik ook 89 10, 62| 23 Nadat onze vader tot de goden opgenomen is, wij 90 10, 63| waardoor bij hen wilde brengen tot de Griekse wijze van godsdienst, 91 10, 65| zult dan weldoen, dat gij tot ben zendt, hun gevende de 92 10, 69| 30 Degenen dan, die tot ons afgekomen zijn tot de 93 10, 69| die tot ons afgekomen zijn tot de dertigste dag der maand 94 10, 75| hetgeen hij goedgevonden heeft tot de koning te brengen, zendt 95 11, 5 | nemen; en God aanroepende tot een rechtvaardige rechter,~ 96 11, 9 | van de vlam gezien werd tot Jeruzalem toe, zijnde tweehonderdenveertig 97 11, 17| waren, kwamen zij in Charax tot de Joden, genaamd Tubianen.~ 98 11, 28| degenen, die daarin waren, tot vijfentwintigduizend.~ 99 11, 42| 42 En tot het gebed gekeerd zijnde, 100 12, 14| waren, dat zij kloekmoedig tot de dood toe wilden strijden 101 12, 15| 15 En zijn volk tot leus gegeven hebbende: VAN 102 12, 24| Makkabeüs, en benoemde hem tot een opperste veldoverste, 103 12, 24| veldoverste, van Ptolomaïs of tot de Gerzenen.~ 104 13, 3 | toegang meer zou mogen hebben tot het heilig altaar,~ 105 13, 4 | 4 Kwam tot de koning Demetrius, in 106 13, 10| onmogelijk dat de zaken tot vrede gebracht worden.~ 107 13, 12| en hem gemaakt hebbende tot overste over Judea, zond 108 13, 13| hij Alcimus zou stellen tot hogepriester van de grootste 109 13, 15| hoofden, en baden hem, die tot in eeuwigheid zijn volk 110 13, 23| scharen af, die bij menigten tot hem vergaderd waren.~ 111 13, 24| zeer in waarde, van harte tot de man geneigd zijnde.~ 112 13, 33| zal ik deze tempel Gods tot een vlak veld maken en ik 113 14, 2 | hem uit nooddwang volgden, tot hem zeiden: Wil hen geenszins 114 14, 12| had in alle dingen, die tot de deugd behoren, dat deze 115 14, 17| waren, en zeer krachtig om tot kloekmoedigheid aan te sporen, 116 14, 22| van Sanherib gedood heeft tot honderdvijfentachtigduizend 117 14, 23| engel voor ons heenzenden, tot vrees en beving.~ 118 14, 27| handen, maar met hun harten tot God biddende, sloegen niet


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License