Chapter, Verse
1 1, 14| trouwen, opdat hij het geld tot een huwelijksgift ontvangen
2 1, 16| afgehouwen hebbende, wierpen die tot degenen die buiten waren.~
3 1, 17| geprezen, die de goddelozen tot straf heeft gegeven.~
4 1, 21| brengen; en als hetgeen tot de offeranden behoorde geofferd
5 1, 25| onze vaderen hebt gemaakt tot uitverkorenen, en hebt geheiligd;~
6 2, 9 | offerande geofferd heeft tot inwijding en heiliging van
7 2, 10| 10 Hoe ook Mozes tot de Here een gebed heeft
8 2, 30| naarstig moet onderzoeken wat tot sieraad nodig is, zo acht
9 2, 31| bijzondere stukken, dit behoort tot het werk van de schrijver
10 2, 33| verhaal beginnen, zo veel tot onze voorrede nog bijvoegende.
11 3, 4 | de stam van Benjamin, die tot een overste van de tempel
12 3, 5 | kon overwinnen, kwam hij tot Apollonius, de zoon van
13 3, 6 | en dat ze niet behoorden tot de rekening der offeranden,
14 3, 15| en riepen naar de hemel, tot hem, die wetten heeft gemaakt
15 3, 22| 22 Dezen dan riepen tot de Here Almachtig, dat hij
16 4, 6 | konings voorzorg de zaken tot vrede zouden kunnen gebracht
17 4, 10| terstond zijn volk gebracht tot de wijze der Grieken;~
18 4, 13| de Joden een grote lust tot de Griekse zeden, en een
19 4, 16| ellende gekomen, dat zij hen tot vijanden en straffers hebben
20 4, 19| driehonderd drachmen zilver tot een offerande van de afgod
21 4, 19| brachten nochtans baden, dat ze tot die offerande niet zouden
22 4, 29| 29 Zo heeft Menelaüs tot een verzorger van het hogepriesterschap
23 4, 30| oproer geraakten, omdat zij tot een geschenk gegeven waren
24 4, 31| latende in zijn plaats tot een voorzorger Andronicus,
25 4, 37| harte bedroefd zijnde, en tot barmhartigheid geneigd,
26 4, 38| stad omgevoerd hebbende tot de plaats, waar hij de goddeloosheid
27 4, 40| waren, wapende Lysimachus tot drieduizend man, en begon
28 4, 47| zouden vrijgesproken zijn, tot de dood verwezen.~
29 4, 49| treffelijk besteld hebben hetgeen tot hun begrafenis nodig was.~
30 5, 9 | ballingschap omgekomen, tot de Lacedemoniërs getrokken
31 5, 15| ganse aardbodem, hebbende tot een leidsman Menelaüs, die
32 5, 16| wat door andere koningen tot vermeerdering, heerlijkheid
33 5, 18| het niet gebeurd, dat zij tot vele zonden gebracht waren,
34 5, 24| gelastende dat hij allen, die tot mannelijke ouderdom gekomen
35 5, 25| heeft zich stilgehouden tot de heilige dag van de Sabbat;
36 6, 9 | zouden willen verkiezen tot deze Griekse wijzen over
37 6, 12| deze straffen niet zijn tot verderf, maar tot kastijding
38 6, 12| niet zijn tot verderf, maar tot kastijding van ons geslacht.~
39 6, 15| niet, wanneer onze zonden tot het einde gekomen zijn,
40 6, 17| dit zij door ons gezegd tot vermaning, en wij zullen
41 6, 17| weinige woorden wederkomen tot ons verhaal.~
42 6, 19| leven met haat, kwam zelf tot de pijnigingsplaats,~
43 6, 24| oud zijnde, overgegaan is tot het heidendom,~
44 6, 29| die zij een weinig tevoren tot hem gehad hadden, in kwaadwilligheid,
45 6, 31| merendeel van zijn volk, tot een voorbeeld van kloekmoedigheid,
46 6, 31| van kloekmoedigheid, en tot een gedachtenis der deugd
47 7, 7 | zo leidden zij de tweede tot de bespotting; en het vel
48 7, 7 | dat het lichaam van lid tot lid gestraft wordt?~
49 7, 8 | vaderlijke taal, en zeide tot hen: Geenszins. Waarom deze
50 7, 9 | voor zijn wetten sterven, tot een eeuwige opstanding des
51 7, 15| koning aanziende, zeide tot hem:~
52 7, 22| 22 Zeggende tot hen: Ik weet niet hoe gij
53 7, 25| zij de jongeling zou raden tot zijn behoudenis.~
54 7, 27| en die u opgevoed, en u tot deze ouderdom gebracht,
55 8, 1 | riepen hun bloedverwanten tot zich; en die in de Joodse
56 8, 1 | godsdienst gebleven waren tot zich nemende, vergaderden
57 8, 3 | die nu verdorven was, en tot de aarde toe geslecht zou
58 8, 3 | dat hij al het bloed, dat tot hem riep, zou willen verhoren;~
59 8, 7 | nam vooral de nachten waar tot zodanige lagen; en het gerucht
60 8, 8 | ziende dat deze man gaandeweg tot grote voortgang kwam, en
61 8, 20| gedaan was, hoe dat allen die tot noodweer gekomen waren,
62 8, 22| zijn broeders aangesteld tot leiders van elke slagorde,
63 8, 23| het heilig boek, en hun tot een leus gegeven had: DOOR
64 8, 27| zeer, die hen behouden had tot die dag toe, welke het begin
65 8, 29| barmhartige Here, dat hij tot het einde toe zijn dienstknechten
66 8, 36| verkondigde dat de Joden God tot een voorvechter hadden;
67 9, 4 | Ik zal Jeruzalem maken tot een begraafplaats der Joden,
68 9, 11| deze Goddelijke geseling tot kennis te komen, alle ogenblikken
69 9, 14| Dat hij de heilige stad, tot welke bij haastte te komen,
70 9, 14| gronde uit te roeien, en tot een grafplaats te maken,
71 9, 15| verwaardigen, maar de vogels tot een aas, en de wilde beesten,
72 9, 16| inkomsten de onkosten, die tot de offeranden behoorden,
73 9, 25| gebeuren zal, zo heb ik tot koning verklaard mijn zoon
74 9, 26| goedgunstigheid, die gij hebt tot mij, en tot mijn zoon.~
75 9, 26| die gij hebt tot mij, en tot mijn zoon.~
76 9, 29| getrokken is naar Egypte, tot Ptolomeüs Filometor.~ ~
77 10, 13| toevertrouwd, verlaten. had, en tot Antiochus Epifanes geweken
78 10, 15| hebbende, oefenden de Joden, en tot zich genomen hebbende degenen,
79 10, 21| verkocht, daar zij de vijanden tot hun nadeel hadden losgelaten.~
80 10, 25| als hij met hen naderde tot het gebed van God, aarde
81 10, 28| elkander slag; dezen hadden tot een waarborg van de voorspoed
82 10, 28| kloekmoedigheid, de toevlucht tot de Here, en genen stelden
83 10, 28| stelden daartegen hun moed tot een overste van de strijd.~
84 10, 36| opklimmende in de omgang tot hen, die binnen waren, staken
85 10, 41| hebbende de stad te maken tot een woonplaats der heidenen;~
86 10, 42| 3 En de tempel tot geldgewin te gebruiken,
87 10, 45| goede engel wilde zenden tot behoud van Israël.~
88 10, 58| zult de goedgunstigheid tot onze zaken, zo zal ik ook
89 10, 62| 23 Nadat onze vader tot de goden opgenomen is, wij
90 10, 63| waardoor bij hen wilde brengen tot de Griekse wijze van godsdienst,
91 10, 65| zult dan weldoen, dat gij tot ben zendt, hun gevende de
92 10, 69| 30 Degenen dan, die tot ons afgekomen zijn tot de
93 10, 69| die tot ons afgekomen zijn tot de dertigste dag der maand
94 10, 75| hetgeen hij goedgevonden heeft tot de koning te brengen, zendt
95 11, 5 | nemen; en God aanroepende tot een rechtvaardige rechter,~
96 11, 9 | van de vlam gezien werd tot Jeruzalem toe, zijnde tweehonderdenveertig
97 11, 17| waren, kwamen zij in Charax tot de Joden, genaamd Tubianen.~
98 11, 28| degenen, die daarin waren, tot vijfentwintigduizend.~
99 11, 42| 42 En tot het gebed gekeerd zijnde,
100 12, 14| waren, dat zij kloekmoedig tot de dood toe wilden strijden
101 12, 15| 15 En zijn volk tot leus gegeven hebbende: VAN
102 12, 24| Makkabeüs, en benoemde hem tot een opperste veldoverste,
103 12, 24| veldoverste, van Ptolomaïs of tot de Gerzenen.~
104 13, 3 | toegang meer zou mogen hebben tot het heilig altaar,~
105 13, 4 | 4 Kwam tot de koning Demetrius, in
106 13, 10| onmogelijk dat de zaken tot vrede gebracht worden.~
107 13, 12| en hem gemaakt hebbende tot overste over Judea, zond
108 13, 13| hij Alcimus zou stellen tot hogepriester van de grootste
109 13, 15| hoofden, en baden hem, die tot in eeuwigheid zijn volk
110 13, 23| scharen af, die bij menigten tot hem vergaderd waren.~
111 13, 24| zeer in waarde, van harte tot de man geneigd zijnde.~
112 13, 33| zal ik deze tempel Gods tot een vlak veld maken en ik
113 14, 2 | hem uit nooddwang volgden, tot hem zeiden: Wil hen geenszins
114 14, 12| had in alle dingen, die tot de deugd behoren, dat deze
115 14, 17| waren, en zeer krachtig om tot kloekmoedigheid aan te sporen,
116 14, 22| van Sanherib gedood heeft tot honderdvijfentachtigduizend
117 14, 23| engel voor ons heenzenden, tot vrees en beving.~
118 14, 27| handen, maar met hun harten tot God biddende, sloegen niet
|