Chapter, Verse
1 1, 14| waren, opdat hij met haar zou trouwen, opdat hij het geld
2 2, 4 | aanspraak was onderricht, hem zou volgen; en hoe hij uitging
3 2, 7 | dat die plaats onbekend zou zijn, en dat hij zou verzoend
4 2, 7 | onbekend zou zijn, en dat hij zou verzoend wezen.~
5 2, 8 | de Here dan deze dingen zou tonen, en de heerlijkheid
6 2, 8 | Heren, en de wolk gezien zou worden, gelijk die ook aan
7 2, 8 | dat deze plaats grotelijks zou worden geheiligd.~
8 2, 11| offerandel voor de zonde niet zou gegeten worden, daarom is
9 2, 33| nog bijvoegende. Want het zou een dwaze zaak zijn, dat
10 2, 33| meer overvloedig in woorden zou zijn dan de geschiedenis
11 3, 12| 12 En dat men ongelijk zou doen aan degenen, die vertrouwd
12 3, 18| deze plaats in verachting zou komen.~
13 3, 31| dat hij de Allerhoogste zou aanroepen, dat hij hem,
14 3, 31| uiterste adem lag, het leven zou willen schenken.~
15 3, 32| de koning te eniger tijd zou denken, dat tegen Heliodorus
16 3, 37| Heliodorus vraagde, wie bekwaam zou zijn om nog eens naar Jeruzalem
17 4, 5 | het bijzonder, dienstig zou zijn.~
18 4, 6 | worden, en dat Simon niet zou ophouden van zijn razernij.~
19 4, 9 | aanschrijven, indien hem zou toegelaten worden, dat hij
20 4, 9 | een oefenperk der jeugd zou mogen oprichten, en dat
21 4, 9 | dat hij die van Jeruzalem zou mogen opschrijven onder
22 4, 34| vermaand heeft, dat hij Onias zou willen ombrengen; die, komende
23 4, 45| Dorymeüs, opdat hij de koning zou overreden.~
24 5, 9 | maagschap wil in bescherming zou worden genomen.~
25 5, 18| schatkamer te bezichtigen, zo zou ook deze terstond, als hij
26 5, 21| te maken, dat men daarop zou kunnen varen met schepen,
27 5, 21| en de zee, dat men daarop zou kunnen gaan, door de hovaardigheid
28 5, 24| ouderdom gekomen waren, zou doden, en de vrouwen en
29 6, 21| vermaanden hem dat hij vlees zou willen brengen, dat hem
30 6, 21| tevoren toebereid, en dat hij zou willen veinzen, alsof hij
31 6, 22| zulks doende, van de dood zou vrijgelaten worden, en opdat
32 6, 22| vriendschap met hen, genade zou mogen verkrijgen.~
33 6, 25| schandvlek op mijn ouderdom zou halen.~
34 6, 26| ik voor het tegenwoordige zou verlost worden van de straf
35 6, 26| de straf der mensen, zo zou ik nochtans niet ontvlieden,
36 6, 30| nu door de slagen sterven zou, zeide hij al zuchtende:
37 7, 3 | men pannen en ketels heet zou maken; en als die terstond
38 7, 4 | anderen gesproken had, de tong zou afsnijden, en hem het vel
39 7, 5 | adem haalde, aan het vuur zou brengen, en in de pan braden;
40 7, 14| 14 En als hij sterven zou, sprak hij aldus: Het is
41 7, 18| voor, en als hij sterven zou, zeide hij: Dwaal niet tevergeefs,
42 7, 24| terstond rijk en gelukzalig zou maken, zo hij wilde afstaan
43 7, 24| hij hem voor een vriend zou houden, en ambten toevertrouwen.~
44 7, 25| moeder, dat zij de jongeling zou raden tot zijn behoudenis.~
45 8, 2 | riepen de Here aan, dat hij zou willen zien op het volk
46 8, 3 | tot de aarde toe geslecht zou worden, en dat hij al het
47 8, 3 | bloed, dat tot hem riep, zou willen verhoren;~
48 8, 4 | 4 En dat bij zou willen gedenken aan het
49 8, 8 | hij de zaak des konings zou te hulp komen.~
50 8, 11| dat hij negentig slaven zou geven voor een talent; niet
51 8, 11| verwachtende de straf die hem zou overkomen van de Almachtige.~
52 8, 14| en baden de Here, dat hij zou willen verlossen degenen
53 8, 29| toe zijn dienstknechten zou willen genadig zijn.~
54 8, 36| gevangenen, die hij te Jeruzalem zou krijgen, verkondigde dat
55 9, 4 | verjaagd hadden, op de Joden zou verhalen; en daarom gelastte
56 9, 4 | dat hij zonder ophouden zou voortgaan, en de reis volbrengen;
57 9, 7 | en gebood dat men de reis zou verhaasten; en het gebeurde
58 9, 8 | hoogste bergen met een schaal zou wegen, als hij op de aarde
59 9, 14| grafplaats te maken, vrij zou stellen;~
60 9, 15| tezamen die van Athene gelijk zou maken;~
61 9, 16| met zeer schone geschenken zou versieren, en dat hij al
62 9, 16| heilige vaten veelvoudig zou weergeven, en dat hij uit
63 9, 16| de offeranden behoorden, zou bestellen;~
64 9, 17| daarenboven ook een Jood zou zijn, en dat hij zou gaan
65 9, 17| Jood zou zijn, en dat hij zou gaan door alle bewoonde
66 9, 23| verklaarde wie in zijn plaats zou komen;~
67 9, 24| iets, buiten verwachting zou mogen gebeuren, of ook enige
68 10, 7 | gegeven, dat deze zijn plaats zou gereinigd worden.~
69 10, 24| bij Judea met de wapenen zou innemen.~
70 10, 26| zijn, en dat hij vijandig zou willen zijn tegen hun vijanden,
71 10, 49| een uit de hemel, die hen zou helpen vechten, daar God
72 10, 53| hij daarom ook de koning zou bewegen, ja noodzaken hun
73 10, 70| van hetgeen onvoorzichtig zou mogen gedaan zijn.~
74 11, 7 | vertrok hij, als die weder zou komen, en de ganse burgerschap
75 11, 12| toegestaan dat men vrede met hen zou maken; en als zij de rechterhand
76 11, 24| broeders had, en het geschieden zou dat men anderszins op die
77 11, 24| anderszins op die geen acht zou hebben.~
78 11, 25| zonder enige hinder leveren zou, zo hebben zij hem losgelaten,
79 11, 44| weder zouden opstaan, zo zou het tevergeefs en dwaas
80 12, 3 | dat hij in het oppergezag zou gesteld worden.~
81 12, 4 | zo gebood hij dat men hem zou brengen naar Berea, om daar
82 12, 13| krijgsvolk van de koning in Judea zou invallen, en zij de stad
83 13, 3 | dat hij geen toegang meer zou mogen hebben tot het heilig
84 13, 8 | eigen burgers een dienst zou doen, want door de onredelijkheid
85 13, 13| brieven gevende, dat hij Judas zou ombrengen, en degenen die
86 13, 13| verstrooien, en dat hij Alcimus zou stellen tot hogepriester
87 13, 14| ellenden hun eigen voorspoed zou zijn.~
88 13, 22| onvoorziens een schelmstuk zou geschieden; en zo hebben
89 13, 25| hem, dat hij een huisvrouw zou trouwen en kinderen gewinnen;
90 13, 27| Makkabeüs terstond gevangen zou zenden naar Antochië.~
91 13, 35| tempel uwer woning bij ons zou zijn.~
92 13, 40| hij meende, als hij hem zou gevangen hebben, dat hij
93 13, 40| Joden daarmede groot leed zou doen.~
94 13, 41| als de menigte de toren zou innemen, en geweld deden
95 14, 1 | rustdag met alle zekerheid zou overvallen.~
96 14, 3 | de hemel was, die geboden zou hebben, dat men de, dag
97 14, 3 | men de, dag van de sabbat zou houden.~
98 14, 7 | alle hoop, dat hij hulp zou krijgen van de Here.~
99 14, 8 | verwachten, die hij hun zou geven.~
100 14, 14| dat Onias, antwoordende, zou gezegd hebben: Dit is Jeremia,
101 14, 19| die onder de blote hemel zou geschieden, hen ontroerende.~
102 14, 20| verwachtten dat het treffen zou aangaan, en de vijanden
103 14, 30| zijn hand met de schouder zou afsnijden en te Jeruzalem
104 14, 33| dat hij die bij stukken zou geven aan de vogelen, en
105 14, 33| dwaasheid tegenover de tempel zou ophangen.~
|