Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
nicanor 30
nicanors 1
niemand 3
niet 101
niets 5
nieuw 1
nieuwe 1
Frequency    [«  »]
113 heeft
110 zo
105 zou
101 niet
99 om
97 op
95 der

Het tweede boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

niet

    Chapter, Verse
1 1, 5 | u verzoend, en verlate u niet in de kwade tijd.~ 2 2, 2 | gevende de wet, dat zij niet zouden vergeten de geboden 3 2, 2 | geboden des Heren, en dat zij niet zouden dwalen in hun verstand, 4 2, 3 | dat zij met hun harten niet zouden afwijken van de wet,~ 5 2, 6 | de weg te tekenen, deze niet hebben kunnen vinden.~ 6 2, 11| offerandel voor de zonde niet zou gegeten worden, daarom 7 2, 27| dit kort begrip te maken, niet licht geweest, maar een 8 2, 28| ieder wel zoekt te dienen, niet licht is, om van velen goede 9 3, 5 | 5 En als hij Onias niet kon overwinnen, kwam hij 10 3, 6 | ontelbaar was, en dat ze niet behoorden tot de rekening 11 3, 11| hoogheid gesteld was, zodat het niet was gelijk de goddeloze 12 3, 28| dat hij met de wapenen niet kon geholpen worden, en 13 4, 5 | 5 Niet om te zijn een beschuldiger 14 4, 6 | gebracht worden, en dat Simon niet zou ophouden van zijn razernij.~ 15 4, 14| 14 Zodat de priesters niet meer volvaardig waren om 16 4, 19| dat ze tot die offerande niet zouden gebruikt worden.~ 17 4, 34| hoewel toen hij de hand gaf, niet zonder kwaad nadenken zijnde) 18 4, 35| 35 Om welke oorzaak niet alleen de Joden, maar ook 19 4, 35| kwalijk namen, en konden het niet verdragen, dat die man zo 20 4, 40| oud van jaren was, en ook niet min van verstand.~ 21 5, 5 | dood verwisseld had, Jason niet minder dan duizend mannen 22 5, 6 | zonder iemand te sparen, niet denkende dat de voorspoed 23 5, 6 | van overwinning oprichtte, niet van zijn medeburgers, maar 24 5, 7 | verkreeg het oppergezag niet; maar als einde van zijn 25 5, 14| hand gevangen en er werden niet minder verkocht dan er gedood 26 5, 15| 15 En daarmee niet tevreden zijnde, heeft hij 27 5, 17| zijn gemoed zeer hovaardig, niet aanmerkende, dat om der 28 5, 17| dat hij daarom de plaats niet aanzag.~ 29 5, 18| 18 Want ware het niet gebeurd, dat zij tot vele 30 5, 19| Maar de Here heeft het volk niet om de plaats, maar de plaats 31 6, 1 | 1 En niet lang daarna zond de koning 32 6, 1 | wetten hunner vaderen, en niet zouden wandelen naar de 33 6, 4 | dingen daarin brachten die niet betaamden.~ 34 6, 9 | 9 En dat al degenen, die niet zouden willen verkiezen 35 6, 12| boek zullen lezen, dat zij niet ontsteld worden over deze 36 6, 12| achten, dat deze straffen niet zijn tot verderf, maar tot 37 6, 14| 14 Want de Here doet hun niet gelijk de andere volken, 38 6, 15| tegen ons te zijn; opdat niet, wanneer onze zonden tot 39 6, 16| kastijdende, verlaat hij het niet.~ 40 6, 20| tegen die dingen, welke niet geoorloofd zijn te proeven, 41 6, 24| het betaamt onze ouderdom niet te veinzen, opdat vele jonge 42 6, 26| mensen, zo zou ik nochtans niet ontvlieden, noch levende 43 6, 31| hij gestorven, zijn dood niet alleen de jongelieden, maar 44 7, 16| wat gij wilt, maar denkt niet dat ons geslacht van God 45 7, 18| sterven zou, zeide hij: Dwaal niet tevergeefs, want wij lijden 46 7, 19| 19 En gij, meen niet dat gij onschuldig zult 47 7, 22| Zeggende tot hen: Ik weet niet hoe gij in mijn lichaam 48 7, 23| barmhartigheid, gelijk gij uzelf niet acht om zijner wetten wil.~ 49 7, 24| jongste nog overig was, deed niet alleen met woorden een vermaning 50 7, 28| dat God deze dingen uit niet gemaakt heeft, en dat het 51 7, 29| 29 Vrees deze beul niet, maar wil u zo gedragen 52 7, 30| Ik zal des konings gebod niet gehoorzaam zijn, maar ik 53 7, 31| Hebreeën, zult de handen Gods niet ontvlieden.~ 54 7, 34| onreinste van alle mensen, wil u niet tevergeefs verhovaardigen, 55 7, 35| 35 Want gij zijt nog niet ontvloden het oordeel des 56 8, 6 | welgelegen plaatsen in, en dreef niet weinigen van de vijanden 57 8, 9 | hem, stellende onder hem niet minder dan twintigduizend 58 8, 11| zou geven voor een talent; niet verwachtende de straf die 59 8, 13| vreesden zij, en vertrouwden niet op de gerechtigheid van 60 8, 15| 15 En zo hij het niet deed om hunnentwil, dat 61 8, 16| zij om der vijanden wil niet zouden verslagen zijn, niet 62 8, 16| niet zouden verslagen zijn, niet vrezen de grote menigte 63 8, 26| de Sabbat; waarom zij hen niet langer naliepen.~ 64 8, 36| dat op deze wijze de Joden niet kunnen gewond worden, omdat 65 9, 7 | 7 Doch hij liet daarom niet af van zijn hoogspreken, 66 9, 12| En zijn eigen stank ook niet kunnende verdragen, zeide 67 9, 12| sterfelijk mens zijnde, niet denke God gelijk te zijn.~ 68 9, 15| hij voorgenomen had zelfs niet met een begrafenis te verwaardigen, 69 9, 22| verzekerdheid van allen; niet wanhopende aan mijzelf, 70 9, 24| rijk gelaten zijn, en zij niet ontroerd worden.~ 71 10, 4 | buik nedervallende, dat zij niet weder mochten vallen in 72 10, 4 | mochten worden gekastijd, en niet de godslasterlijke en barbaarse 73 10, 13| dat hij die edele macht niet zo voortreffelijk had bediend, 74 10, 17| ontmoetten, en brachten niet minder dan twintigduizend 75 10, 18| 18 En als er niet minder dan negenduizend 76 10, 24| ruiters, die van Azië waren, niet weinig in getal, kwam aanrukken, 77 10, 30| en bewaarden hem dat hij niet gewond werd, en wierpen 78 10, 48| gesterkt, bereid zijnde niet alleen de mensen, maar ook 79 10, 52| 13 En daar hij niet dwaas was, bij zichzelf 80 10, 63| Gehoord hebbende, dat de Joden niet tevreden zijn met de verandering 81 11, 2 | overste van Cyprus, lieten hun niet toe, dat zij in rust mochten 82 11, 4 | de zee verdronken, zijnde niet minder dan tweehonderd.~ 83 11, 10| Arabieren, sterk zijnde niet minder dan vijfduizend te 84 11, 18| En zij vonden Timotheüs niet in die plaatsen; en toen 85 11, 44| 44 (Want indien hij niet had verwacht, dat degenen 86 12, 3 | veel schimpen vermaande, niet om het welvaren van het 87 12, 7 | Menelaüs stierf, en de aarde niet mocht bekomen.~ 88 12, 11| weinig adem had geschept, niet wilde laten vallen in de 89 13, 6 | verwekken oproeren, en laten niet toe dat het koninkrijk een 90 13, 22| zijn, opdat van de vijanden niet te eniger tijd onvoorziens 91 13, 29| 29 En daar het niet doenlijk was de koning tegen 92 13, 30| achtende dat deze strengheid niet uit de beste oorzaak voortkwam, 93 13, 30| voortkwam, vergaderd hebbende niet weinigen van de zijnen, 94 13, 32| ede verklaarden, dat zij niet wisten waar hij was, die 95 13, 33| 33 Indien gij mij Judas niet gevangen overlevert, zo 96 13, 43| van de strijd, de steek niet recht gegeven had, en de 97 14, 5 | zijn ellendigen raadslag niet uitvoeren.~ 98 14, 8 | de aankomst der heidenen niet zouden vrezen, maar dat 99 14, 11| wapende zo een ieder van hen, niet zozeer met zekerheid van 100 14, 21| wist dat de overwinning niet verkregen wordt door de 101 14, 27| tot God biddende, sloegen niet minder dan vijfendertigduizend


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License