Chapter, Verse
1 1, 3 | En geve u allen een hart om hem te dienen, en om zijn
2 1, 3 | hart om hem te dienen, en om zijn wil te doen met een
3 2, 6 | gevolgd en heengegaan waren, om de weg te tekenen, deze
4 2, 25| enen male willen doorlezen, om de menigte van de stof,~
5 2, 26| 26 Hebben getracht om degenen, die lezen willen,
6 2, 26| degenen die begerig zijn om wel te onthouden, enige
7 2, 27| de moeite hebben genomen om dit kort begrip te maken,
8 2, 28| te dienen, niet licht is, om van velen goede dank te
9 3, 1 | best werden onderhouden, om des hogepriesters Onias'
10 3, 8 | doorreizen, maar inderdaad om het voornemen des konings
11 3, 9 | was, en heeft verklaard om wat oorzaak hij daar was,
12 3, 13| 13 Doch Heliodorus, om de bevelen, die hij van
13 3, 14| hebbende, is hij ingegaan om het geld te overzien, en
14 3, 33| hogepriester Onias grotelijks, want om zijnentwil heeft u de Here
15 3, 37| vraagde, wie bekwaam zou zijn om nog eens naar Jeruzalem
16 3, 39| verderft die daar komen om kwaad te doen.~
17 4, 5 | 5 Niet om te zijn een beschuldiger
18 4, 8 | 8 En om dat te verkrijgen beloofde.
19 4, 11| een gezant was geweest, om met de Romeinen een verbond
20 4, 13| vreemde wijzen van doen, om de overgrote onreinheid
21 4, 14| niet meer volvaardig waren om de dienst te doen bij het
22 4, 14| nalatende, benaarstigden zich, om deel te nemen aan de onwettelijke
23 4, 14| anderen beroepen hadden, om met de bal te spelen;~
24 4, 16| 16 Om dezer oorzaak wil is over
25 4, 20| 20 En om degenen die ze brachten,
26 4, 23| voorgemelden Simons broeder, om de koning het geld te brengen,
27 4, 23| het geld te brengen, en om hen in gedachtenis te brengen
28 4, 28| 28 Want hij was gesteld om het geld van de schatting
29 4, 28| ontvangen. Als zij beiden nu om deze oorzaak door de koning
30 4, 31| grote haast daar gekomen, om de zaken te stillen, latende
31 4, 35| 35 Om welke oorzaak niet alleen
32 4, 42| 42 Om deze oorzaak hebben zij
33 4, 46| in een galerij was gegaan om zich te verversen, overgehaald,~
34 5, 9 | zijnde, alsof hij bij hen om der maagschap wil in bescherming
35 5, 17| hovaardig, niet aanmerkende, dat om der zonden wil dergenen,
36 5, 18| van de koning Seleucus, om de schatkamer te bezichtigen,
37 5, 19| Here heeft het volk niet om de plaats, maar de plaats
38 5, 19| de plaats, maar de plaats om het volk uitverkoren.~
39 5, 22| enige oversten daar gelaten, om het volk te kwellen: Filippus
40 5, 26| allen, die uitgegaan waren om de schouwspelen te zien,
41 5, 27| voedsel gras, en bleven daar, om geen deel te hebben aan
42 6, 1 | een oud man van Athene, om de Joden te noodzaken dat
43 6, 2 | 2 En ook om de tempel te Jeruzalem te
44 6, 7 | noodwendigheid gedwongen, om des konings geboortedag
45 6, 7 | dragende, in het Bacchusfeest om te gaan.~
46 6, 14| totdat hij hen ontmoet om hen te straffen, als hun
47 6, 20| geoorloofd zijn te proeven, om de liefde van het leven
48 6, 21| degenen, die gesteld waren om deze onwettige ingewanden
49 6, 21| onwettige ingewanden te eten, om de kennis, die zij met de
50 6, 22| vrijgelaten worden, en opdat hij, om de oude vriendschap met
51 6, 28| heerlijk voorbeeld nalaten, om voor de eerwaardige en heilige
52 6, 29| hadden, in kwaadwilligheid, om de voorzegde woorden, die
53 6, 30| ziel dit gewillig lijde, om zijner vreze wil.~
54 7, 11| verkregen, en dit veracht ik om zijn wetten, en ik hoop
55 7, 14| van God is te verwachten, om van hem weder opgewekt te
56 7, 18| want wij lijden deze dingen om ons zelfs wil, omdat wij
57 7, 20| één dag zijn omgebracht, om de hoop die zij hadden op
58 7, 23| gelijk gij uzelf niet acht om zijner wetten wil.~
59 7, 32| 32 Want wij lijden om onzer zonden wil.~
60 7, 33| onze Here, die daar leeft, om der tuchtiging en kastijding
61 7, 34| zijnde op onzekere hoop, om uw hand op te heffen, tegen
62 8, 4 | kleine kinderen, en dat hij om de lasteringen, die tegen
63 8, 9 | man uit allerlei natiën, om het ganse Joodse volk uit
64 8, 11| de zeesteden, hen nodende om Joodse slaven te kopen,
65 8, 15| En zo hij het niet deed om hunnentwil, dat hij het
66 8, 15| dat hij het wilde doen om de verbonden, die hij met
67 8, 16| getal, vermaande hen dat zij om der vijanden wil niet zouden
68 8, 21| gemaakt hebbende, en bereid om voor de wetten en het vaderland
69 8, 25| degenen die gekomen waren om hen te kopen; en lange tijd
70 8, 34| kooplieden bijeen gebracht had om de Joden aan hen te verkopen,~
71 9, 10| raken, niemand kon dragen, om de onverdraaglijke stank.~
72 9, 14| welke bij haastte te komen, om ze ten gronde uit te roeien,
73 9, 17| alle bewoonde plaatsen, om de kracht Gods te verkondigen.~
74 10, 17| minder dan twintigduizend man om.~
75 10, 18| van alles wat nodig was om een belegering te doorstaan,~
76 10, 19| Zacheüs, en velen met hem om deze belegering te doen,
77 10, 23| hij in die twee sterkten om meer dan twintigduizend
78 10, 46| in gevaar wilden begeven, om hun broeders te hulp te
79 10, 58| ik ook voortaan trachten om een oorzaak te zijn van
80 10, 59| als aan mijn afgezondenen, om ulieden het te verklaren.~
81 10, 70| moeite zal aangedaan worden, om van hetgeen onvoorzichtig
82 10, 71| Menelaüs aan u gezonden, om u te vertroosten.~
83 11, 1 | en de Joden begaven zich om het land te bouwen.~
84 11, 21| belegeren en bij te komen, om de engte van al die plaatsen.~
85 11, 25| hebben zij hem losgelaten, om de behoudenis der broederen.~
86 11, 39| nodig is zulks te doen, om de lichamen dergenen die
87 11, 40| ieder openbaar, dat zij om deze oorzaak gevallen waren.~
88 11, 42| gezien hetgeen geschied was, om der zonden wil dergenen,
89 11, 43| zond die naar Jeruzalem om offerande te doen voor de
90 12, 3 | schimpen vermaande, niet om het welvaren van het vaderland,
91 12, 4 | zou brengen naar Berea, om daar omgebracht te worden,
92 12, 9 | gekregen hebbende, kwam om de Joden veel meer kwaad
93 12, 23| te Antiochië gelaten had om zijn zaken te doen, afgevallen
94 13, 5 | tijd verkregen hebbende om zijn dwaasheden uit te voeren,
95 13, 19| Theodotus, en Mattathias, om de rechterhand te geven
96 13, 22| waren, in bekwame plaatsen, om gereed te zijn, opdat van
97 13, 29| hij een gelegen tijd waar, om het met een krijgslist te
98 14, 17| waren, en zeer krachtig om tot kloekmoedigheid aan
99 14, 35| van Nicanor uit de burcht, om voor allen te zijn een kennelijk
|