Chapter, Verse
1 1, 18| 18 Wij dan op de vijfentwintigste van
2 1, 24| En het gebed geschiedde op deze wijze: Here, Here God,
3 1, 31| overgebleven was, te gieten op grote stenen.~
4 2, 4 | hij uitging naar de berg, op welke Mozes geklommen was,
5 2, 18| door de wet, zo hopen wij op hem, dat hij zich over ons
6 3, 1 | bewoond werd, en als de wetten op het best werden onderhouden,
7 3, 12| degenen, die vertrouwd hebben op de heiligheid der plaats,
8 3, 12| heiligheid der plaats, en op de eerwaardigheid en vrijdom
9 3, 19| naar de poorten, sommigen op de muren, en sommigen zagen
10 3, 25| rennende zijn voorste voeten op Heliodorus geworpen heeft,
11 3, 27| was, namen zij hem tezamen op, en zetten hem in een draagstoel;~
12 4, 5 | zijn burgers, maar ziende op hetgeen al de menigte, zo
13 4, 34| Menelaüs, hebbende Andronicus op zijn zijde gekregen, hem
14 4, 40| 40 En als de scharen op de been geraakt en vol gramschap
15 4, 41| geperst, en wierpen het op degenen, die met Lysimachus
16 4, 42| geworpen, en hebben hen allen op de vlucht gedreven; en de
17 5, 3 | gesteld, en treffen dat op elkander geschiedde, en
18 5, 5 | gedaan in de stad; en als zij op de muren gedreven waren,
19 5, 5 | ingenomen was, zo vlood Menelaüs op de burcht.~
20 5, 12| dat zij al degenen, die op de huizen zouden klimmen
21 5, 25| heilige dag van de Sabbat; op welke, daar hij de Joden
22 6, 18| schriftgeleerden, een man die verre op zijn dagen gekomen was,
23 6, 20| 20 Voor zich uitspuwende, op zulk een wijze als het degenen
24 6, 25| vloek en een schandvlek op mijn ouderdom zou halen.~
25 6, 31| 31 En op deze wijze is hij gestorven,
26 7, 7 | 7 En als de eerste op deze wijze gestorven was,
27 7, 20| aanschouwen, dat haar zeven zonen op één dag zijn omgebracht,
28 7, 20| om de hoop die zij hadden op de Here;~
29 7, 34| verhovaardigen, trots zijnde op onzekere hoop, om uw hand
30 7, 34| onzekere hoop, om uw hand op te heffen, tegen de hemelse
31 7, 35| des almachtigen Gods, die op alles opzicht heeft.~
32 7, 38| toom des Almachtigen, die op al ons geslacht rechtvaardig
33 7, 40| zo rein gestorven, geheel op de Here vertrouwende.~
34 8, 2 | dat hij zou willen zien op het volk dat van alle kanten
35 8, 6 | weinigen van de vijanden op de vlucht.~
36 8, 13| zij, en vertrouwden niet op de gerechtigheid van God,
37 8, 18| zeide: Dezen vertrouwen op hun wapenen en stoutheid,
38 8, 18| stoutheid, waar wij vertrouwen op de almachtige God, die machtig
39 8, 36| voorvechter hadden; en dat op deze wijze de Joden niet
40 9, 2 | gelopen en brachten hen op de vlucht; en het gebeurde,
41 9, 2 | Antiochus door de inwoners op de vlucht gedreven was,
42 9, 2 | vlucht gedreven was, dat hij op een schandelijke wijze vertrok.~
43 9, 4 | die hem verjaagd hadden, op de Joden zou verhalen; en
44 9, 8 | schaal zou wegen, als hij op de aarde was, werd in een
45 9, 25| naburen van het rijk zijn, op de gelegen tijden letten
46 10, 2 | door de vreemde heidenen op de markt opgebouwd waren,
47 10, 4 | hebbende, baden zij de Here, op hun buik nedervallende,
48 10, 5 | 5 En het gebeurde op dezelfde dag dat de tempel
49 10, 5 | tempel geschiedde, namelijk op de vijfentwintigste der
50 10, 6 | een weinig tijds tevoren op het feest der loofhutten,
51 10, 6 | het feest der loofhutten, op de bergen en in de spelonken,
52 10, 16| strijden, deden een aanval op de sterkten der Idumeeën.~
53 10, 17| en verdreven allen die op de muren vochten, en sloegen
54 10, 25| het gebed van God, aarde op hun hoofden strooiende,
55 10, 26| 26 En nedervallende op de rand, die tegenover het
56 10, 29| treffelijke mannen, zittende op paarden met gouden tomen,
57 10, 30| gewond werd, en wierpen op de vijanden pijlen en bliksemen,
58 10, 34| binnen waren, vertrouwende op de vastigheid der plaats,
59 10, 35| door de Godslasteringen, op de muren aangevallen en
60 10, 41| de ganse ruiterij, trok op tegen de Joden, voorgenomen
61 10, 43| maar hoogmoedig zijnde op zijn vele duizenden te voet,
62 10, 46| zelf nam eerst de wapenen op, en vermaande de anderen,
63 10, 50| 11 En als leeuwen op hun vijanden aanvallende,
64 10, 53| verzekerde hun, dat hij op alle billijke voorwaarden
65 10, 70| tevoren, en dat niemand hunner op enigerlei wijze moeite zal
66 11, 5 | bij hem waren, de wapenen op te nemen; en God aanroepende
67 11, 8 | dat die van Jamnia ook op dezelfde wijze wilden handelen
68 11, 14| van binnen vertrouwende op de vastigheid van haar muren,
69 11, 15| tijde van Jozua, vielen aan op de muren als wilde mensen.~
70 11, 20| over die hopen, en viel op Timotheüs aan, die bij zich
71 11, 22| zij zich met een gedruis op de vlucht, de ene herwaarts,
72 11, 24| geschieden zou dat men anderszins op die geen acht zou hebben.~
73 11, 32| voorbij was, zo trokken zij op tegen Gorgias, de veldoverste
74 11, 35| van de Thracische ruiters op hem aanvallen, en zijn schouder
75 11, 37| lofzangen, viel hij onverwachts op de soldaten van Gorgias,
76 11, 37| van Gorgias, en dreef hen op de vlucht.~
77 12, 13| zouden wagen, steunende op de hulp des Heren.~
78 12, 14| omtrent Modin zijn leger op.~
79 12, 15| des konings, aangevallen op het leger, en heeft omtrent
80 12, 19| bezetting der Joden, werd hij op de vlucht gebracht, gestuit
81 12, 23| zich aan hen, en zwoer hun op alle billijke voorwaarden;
82 12, 26| 26 Doch Lysias, klimmende op de rechterstoel, verantwoordde
83 13, 4 | zijn, en hield zich stil op die dag.~
84 13, 15| voegden, strooiden aarde op hun hoofden, en baden hem,
85 13, 21| het bijzonder zouden komen op een plaats, en van beide
86 13, 41| innemen, en geweld deden op de deur van het voorhof,
87 13, 43| zo liep hij kloekmoedig op de muur, en wierp zichzelf
88 13, 43| mannelijk van de steilte af op de scharen,~
89 13, 44| in het midden te vallen op zijn buik.~
90 13, 45| ontstoken was, stond hij op, zijn bloed als een fontein
91 13, 46| 46 En staande op een steile steenrots, en
92 13, 46| wilde wedergeven, zo is hij op deze wijze gestorven.~ ~
93 14, 1 | raad genomen, dat hij hen op de rustdag met alle zekerheid
94 14, 5 | ben ook een machtig prins op de aarde, die u gebied de
95 14, 6 | degenen, die met Judas waren, op te richten.~
96 14, 17| maken, namen voor geen leger op te slaan, maar kloekmoedig
97 14, 20| gesteld was, en de beesten op een geschikte plaats waren
|