Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
oorlog 3
oorlogen 3
oorzaak 10
op 97
opdat 18
open 1
openbaar 6
Frequency    [«  »]
105 zou
101 niet
99 om
97 op
95 der
95 door
95 is

Het tweede boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

op

   Chapter, Verse
1 1, 18| 18 Wij dan op de vijfentwintigste van 2 1, 24| En het gebed geschiedde op deze wijze: Here, Here God, 3 1, 31| overgebleven was, te gieten op grote stenen.~ 4 2, 4 | hij uitging naar de berg, op welke Mozes geklommen was, 5 2, 18| door de wet, zo hopen wij op hem, dat hij zich over ons 6 3, 1 | bewoond werd, en als de wetten op het best werden onderhouden, 7 3, 12| degenen, die vertrouwd hebben op de heiligheid der plaats, 8 3, 12| heiligheid der plaats, en op de eerwaardigheid en vrijdom 9 3, 19| naar de poorten, sommigen op de muren, en sommigen zagen 10 3, 25| rennende zijn voorste voeten op Heliodorus geworpen heeft, 11 3, 27| was, namen zij hem tezamen op, en zetten hem in een draagstoel;~ 12 4, 5 | zijn burgers, maar ziende op hetgeen al de menigte, zo 13 4, 34| Menelaüs, hebbende Andronicus op zijn zijde gekregen, hem 14 4, 40| 40 En als de scharen op de been geraakt en vol gramschap 15 4, 41| geperst, en wierpen het op degenen, die met Lysimachus 16 4, 42| geworpen, en hebben hen allen op de vlucht gedreven; en de 17 5, 3 | gesteld, en treffen dat op elkander geschiedde, en 18 5, 5 | gedaan in de stad; en als zij op de muren gedreven waren, 19 5, 5 | ingenomen was, zo vlood Menelaüs op de burcht.~ 20 5, 12| dat zij al degenen, die op de huizen zouden klimmen 21 5, 25| heilige dag van de Sabbat; op welke, daar hij de Joden 22 6, 18| schriftgeleerden, een man die verre op zijn dagen gekomen was, 23 6, 20| 20 Voor zich uitspuwende, op zulk een wijze als het degenen 24 6, 25| vloek en een schandvlek op mijn ouderdom zou halen.~ 25 6, 31| 31 En op deze wijze is hij gestorven, 26 7, 7 | 7 En als de eerste op deze wijze gestorven was, 27 7, 20| aanschouwen, dat haar zeven zonen op één dag zijn omgebracht, 28 7, 20| om de hoop die zij hadden op de Here;~ 29 7, 34| verhovaardigen, trots zijnde op onzekere hoop, om uw hand 30 7, 34| onzekere hoop, om uw hand op te heffen, tegen de hemelse 31 7, 35| des almachtigen Gods, die op alles opzicht heeft.~ 32 7, 38| toom des Almachtigen, die op al ons geslacht rechtvaardig 33 7, 40| zo rein gestorven, geheel op de Here vertrouwende.~ 34 8, 2 | dat hij zou willen zien op het volk dat van alle kanten 35 8, 6 | weinigen van de vijanden op de vlucht.~ 36 8, 13| zij, en vertrouwden niet op de gerechtigheid van God, 37 8, 18| zeide: Dezen vertrouwen op hun wapenen en stoutheid, 38 8, 18| stoutheid, waar wij vertrouwen op de almachtige God, die machtig 39 8, 36| voorvechter hadden; en dat op deze wijze de Joden niet 40 9, 2 | gelopen en brachten hen op de vlucht; en het gebeurde, 41 9, 2 | Antiochus door de inwoners op de vlucht gedreven was, 42 9, 2 | vlucht gedreven was, dat hij op een schandelijke wijze vertrok.~ 43 9, 4 | die hem verjaagd hadden, op de Joden zou verhalen; en 44 9, 8 | schaal zou wegen, als hij op de aarde was, werd in een 45 9, 25| naburen van het rijk zijn, op de gelegen tijden letten 46 10, 2 | door de vreemde heidenen op de markt opgebouwd waren, 47 10, 4 | hebbende, baden zij de Here, op hun buik nedervallende, 48 10, 5 | 5 En het gebeurde op dezelfde dag dat de tempel 49 10, 5 | tempel geschiedde, namelijk op de vijfentwintigste der 50 10, 6 | een weinig tijds tevoren op het feest der loofhutten, 51 10, 6 | het feest der loofhutten, op de bergen en in de spelonken, 52 10, 16| strijden, deden een aanval op de sterkten der Idumeeën.~ 53 10, 17| en verdreven allen die op de muren vochten, en sloegen 54 10, 25| het gebed van God, aarde op hun hoofden strooiende, 55 10, 26| 26 En nedervallende op de rand, die tegenover het 56 10, 29| treffelijke mannen, zittende op paarden met gouden tomen, 57 10, 30| gewond werd, en wierpen op de vijanden pijlen en bliksemen, 58 10, 34| binnen waren, vertrouwende op de vastigheid der plaats, 59 10, 35| door de Godslasteringen, op de muren aangevallen en 60 10, 41| de ganse ruiterij, trok op tegen de Joden, voorgenomen 61 10, 43| maar hoogmoedig zijnde op zijn vele duizenden te voet, 62 10, 46| zelf nam eerst de wapenen op, en vermaande de anderen, 63 10, 50| 11 En als leeuwen op hun vijanden aanvallende, 64 10, 53| verzekerde hun, dat hij op alle billijke voorwaarden 65 10, 70| tevoren, en dat niemand hunner op enigerlei wijze moeite zal 66 11, 5 | bij hem waren, de wapenen op te nemen; en God aanroepende 67 11, 8 | dat die van Jamnia ook op dezelfde wijze wilden handelen 68 11, 14| van binnen vertrouwende op de vastigheid van haar muren, 69 11, 15| tijde van Jozua, vielen aan op de muren als wilde mensen.~ 70 11, 20| over die hopen, en viel op Timotheüs aan, die bij zich 71 11, 22| zij zich met een gedruis op de vlucht, de ene herwaarts, 72 11, 24| geschieden zou dat men anderszins op die geen acht zou hebben.~ 73 11, 32| voorbij was, zo trokken zij op tegen Gorgias, de veldoverste 74 11, 35| van de Thracische ruiters op hem aanvallen, en zijn schouder 75 11, 37| lofzangen, viel hij onverwachts op de soldaten van Gorgias, 76 11, 37| van Gorgias, en dreef hen op de vlucht.~ 77 12, 13| zouden wagen, steunende op de hulp des Heren.~ 78 12, 14| omtrent Modin zijn leger op.~ 79 12, 15| des konings, aangevallen op het leger, en heeft omtrent 80 12, 19| bezetting der Joden, werd hij op de vlucht gebracht, gestuit 81 12, 23| zich aan hen, en zwoer hun op alle billijke voorwaarden; 82 12, 26| 26 Doch Lysias, klimmende op de rechterstoel, verantwoordde 83 13, 4 | zijn, en hield zich stil op die dag.~ 84 13, 15| voegden, strooiden aarde op hun hoofden, en baden hem, 85 13, 21| het bijzonder zouden komen op een plaats, en van beide 86 13, 41| innemen, en geweld deden op de deur van het voorhof, 87 13, 43| zo liep hij kloekmoedig op de muur, en wierp zichzelf 88 13, 43| mannelijk van de steilte af op de scharen,~ 89 13, 44| in het midden te vallen op zijn buik.~ 90 13, 45| ontstoken was, stond hij op, zijn bloed als een fontein 91 13, 46| 46 En staande op een steile steenrots, en 92 13, 46| wilde wedergeven, zo is hij op deze wijze gestorven.~ ~ 93 14, 1 | raad genomen, dat hij hen op de rustdag met alle zekerheid 94 14, 5 | ben ook een machtig prins op de aarde, die u gebied de 95 14, 6 | degenen, die met Judas waren, op te richten.~ 96 14, 17| maken, namen voor geen leger op te slaan, maar kloekmoedig 97 14, 20| gesteld was, en de beesten op een geschikte plaats waren


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License