Chapter, Verse
1 1, 9 | Houdt dan gij nu de dagen der Loofhutten in de maand Chasleu.~
2 1, 10| in Judea zijn, en de raad der ouden, en Judas, wensen
3 1, 10| zijnde uit het geslacht der gezalfde priesters, en de
4 1, 18| ook houdt als het feest der loofhutten, en van het vuur
5 1, 20| Perzië, de nakomelingen der priesters, die het verborgen
6 2, 13| van David, en de brieven der koningen aangaande de heilige
7 2, 16| zullen houden het feest der reiniging, zo hebben wij
8 2, 22| afgelopen hebben, en menigte der barbaren hebben vervolgd;~
9 2, 31| het werk van de schrijver der geschiedenis.~
10 2, 32| en een bredere verklaring der zaken te vermijden, dat
11 3, 1 | Onias' godzaligheid en haat der boosheid.~
12 3, 3 | gedaan werden in de dienst der offeranden.~
13 3, 6 | van geld, zodat de menigte der kostelijke dingen ontelbaar
14 3, 6 | behoorden tot de rekening der offeranden, en dat het mogelijk
15 3, 9 | vriendelijk door de hogepriester der stad ontvangen zijnde, heeft
16 3, 9 | vraagde of deze dingen zo in der waarheid waren.~
17 3, 12| hebben op de heiligheid der plaats, en op de eerwaardigheid
18 3, 24| 24 Zo heeft de prins der geesten en van alle macht
19 3, 38| behouden ontkomt, omdat in der waarheid in die plaats een
20 4, 9 | school en een oefenperk der jeugd zou mogen oprichten,
21 4, 10| volk gebracht tot de wijze der Grieken;~
22 4, 13| en een grote voortgang der vreemde wijzen van doen,
23 4, 15| 15 En de eerlijke wijzen der vaderen als niets achtende,
24 4, 20| besteed aan de toerusting der galeien.~
25 4, 50| geworden een groot verrader der burgers.~ ~
26 5, 3 | tegen elkander, en beweging der schilden, een grote menigte
27 5, 9 | zijnde, alsof hij bij hen om der maagschap wil in bescherming
28 5, 16| vermeerdering, heerlijkheid en eer der plaats geschonken was, met
29 5, 17| niet aanmerkende, dat om der zonden wil dergenen, die
30 5, 27| hem waren, naar de wijze der wilde dieren, en zij aten
31 6, 4 | overdadigheid, en brasserijen der heidenen, die met de hoeren
32 6, 6 | vieren, noch de feestdagen der vaderen onderhouden, noch
33 6, 8 | zouden eten van de ingewanden der beesten, de afgoden opgeofferd.~
34 6, 21| verordineerd, namelijk het vlees der offeranden.~
35 6, 26| verlost worden van de straf der mensen, zo zou ik nochtans
36 6, 31| en tot een gedachtenis der deugd nalatende.~ ~
37 7, 9 | tegenwoordige leven, maar de koning der wereld zal ons, die voor
38 7, 23| 23 Daarom de Schepper der wereld, die de geboorte
39 7, 30| gehoorzaam zijn het gebod der wet, die onze vaderen gegeven
40 7, 33| Here, die daar leeft, om der tuchtiging en kastijding
41 7, 37| ziel over voor de wetten der vaderen, aanroepende God,
42 8, 16| vermaande hen dat zij om der vijanden wil niet zouden
43 8, 16| vrezen de grote menigte der heidenen, die onrechtvaardig
44 8, 17| was; en ook de verbreking der regering, die hij hun voorouders
45 8, 27| toe, welke het begin was der barmhartigheid, die over
46 9, 4 | maken tot een begraafplaats der Joden, als ik daar zal gekomen
47 9, 5 | hem een ongeneeslijke pijn der ingewanden en bittere inwendige
48 9, 8 | die kort tevoren de baren der zee scheen te willen gebieden,
49 9, 26| dat gij gedachtig zijnde der weldadigheden aan u in het
50 10, 2 | bovendien ook de tempel der afgoden weggenomen.~
51 10, 5 | namelijk op de vijfentwintigste der maand, die Chasleu is.~
52 10, 6 | acht dagen, naar de wijze der loofhutten, gedachtenis
53 10, 6 | tijds tevoren op het feest der loofhutten, op de bergen
54 10, 8 | toestemming voor het ganse volk der Joden, dat deze dagen alle
55 10, 10| saamvattende de gedurige ellende der oorlogen.~
56 10, 16| een aanval op de sterkten der Idumeeën.~
57 10, 29| van hen waren leidslieden der Joden.~
58 10, 34| vertrouwende op de vastigheid der plaats, lasterden bovenmate
59 10, 41| maken tot een woonplaats der heidenen;~
60 10, 42| gelijk de andere tempels der heidenen, en het hogepriesterschap
61 10, 60| de vierentwintigste dag der maand van Jupiter Corinthius.~
62 10, 66| Antiochus wenst de raad der Joden, en al de andere Joden,
63 10, 69| zijn tot de dertigste dag der maand van Xanthicus, zal
64 10, 72| Vaartwel. De vijftiende dag der maand van Xanthicus, in
65 10, 73| Titus Manlius, gezanten der Romeinen, wensen het Joodse
66 10, 77| Vaart wel. De vijftiende dag der maand Xanthicus, in het
67 11, 4 | volgens het algemeen besluit der stad, dit aannamen, als
68 11, 6 | heen tegen de moordenaars der broeders, en stak bij nacht
69 11, 15| aanroepende de grote prins der wereld, die zonder stormrammen
70 11, 22| gekwetst, en door de scherpte der zwaarden doorstoken werden.~
71 11, 25| losgelaten, om de behoudenis der broederen.~
72 11, 28| de prins, die met kracht der vijanden macht verbreekt,
73 11, 31| zouden zijn, en als het feest der weken aanstaande was, zijn
74 11, 40| de rokken van een ieder der doden enige dingen, die
75 11, 42| hetgeen geschied was, om der zonden wil dergenen, die
76 12, 4 | 4 Maar de Koning der koningen verwekte het gemoed
77 12, 11| laten vallen in de handen der schandelijke heidenen.~
78 12, 14| hebbende aan de schepper der wereld en vermaand hebbende
79 12, 18| hebbende van de stoutmoedigheid der Joden, beproefde de plaatsen
80 12, 19| Bethsura, een sterke bezetting der Joden, werd hij op de vlucht
81 13, 3 | besmet had in de tijden der vermenging, overleggende
82 13, 5 | toestand en het voornemen der Joden,~
83 13, 14| met Nicanor, achtende dat der Joden tegenspoed en ellenden
84 13, 37| goedertierenheid een vader der Joden was genoemd, werd
85 14, 8 | waren, dat zij de aankomst der heidenen niet zouden vrezen,
86 14, 10| meteen getoond de ontrouw der heidenen, en de overtreding
87 14, 10| heidenen, en de overtreding der eden.~
88 14, 12| bad voor de vergadering der Joden.~
89 14, 17| te sporen, en de harten der jongelingen manhaftig te
90 14, 21| de menigerlei toerusting der wapenen, en de wildheid
91 14, 21| wapenen, en de wildheid der beesten, opheffende zijn
92 14, 23| 23 En nu, gij prins der hemelen, wil uw goede engel
93 14, 37| dat zij de dertiende dag der twaalfde maand, die Adar
94 14, 40| een bekwame beschrijving der historie aangenaam voor
95 14, 40| historie aangenaam voor de oren der lezers. En dit zij dan het
|