Chapter, Verse
1 1, 19| put, die een droge grond had, en hebben het daarin verzekerd,
2 1, 33| ook Nehemia de offerande had geheiligd;~
3 2, 1 | weggevoerd zouden worden, bevolen had;~
4 3, 11| goddeloze Simon lasterlijk had aangebracht; en dat er alles
5 3, 13| bevelen, die hij van de koning had, zeide, dat dit geld immers
6 3, 17| verschrikking van het lichaam had de an bevangen, waaruit
7 3, 30| zijn plaats verheerlijkt had, en de tempel, die een weinig
8 3, 35| Heliodorus, als hij God offerande had geofferd, en zeer grote
9 3, 35| en zeer grote beloften had beloofd aan hem, die hem
10 3, 35| aan hem, die hem het leven had wedergegeven, en als hij
11 3, 35| en als hij Onias gegroet had, trok het leger weder naar
12 3, 36| hijzelf met zijn ogen gezien had.~
13 4, 1 | hijzelf Heliodorus geslagen had, en aanstichter ware geweest
14 4, 2 | de stad veel goeds gedaan had, en die voor zijn volk grote
15 4, 7 | leven met de dood verwisseld had, en Antiochus, toegenaamd
16 4, 7 | Epifanes, het koninkrijk had aangenomen, zo heeft Jason,
17 4, 10| Hetwelk, als de koning hem had toegestaan, en hij het gebied
18 4, 10| hij het gebied gekregen had, zo heeft hij terstond zijn
19 4, 12| hij willekeurig een school had opgericht, dicht bij de
20 4, 12| sterkste jongelingen daartoe had verordineerd, leidde hij
21 4, 24| zijn macht zeer verheven had, heeft voor zichzelf het
22 4, 26| broeder met bedrog uitgeworpen had door een ander weder met
23 4, 27| dat hij de koning beloofd had, hoewel Sostrates, de overste
24 4, 32| welgelegen tijd bekomen had, heeft enige gouden vaten
25 4, 33| deze dingen wel verstaan had, bestrafte hem, nadat hij
26 4, 38| goddeloosheid aan Onias begaan had, heeft daar de doodslager
27 5, 5 | leven met de dood verwisseld had, Jason niet minder dan duizend
28 5, 9 | in ballingschap verdreven had, is in ballingschap omgekomen,
29 5, 10| die een menigte onbegraven had weggeworpen, over die heeft
30 5, 11| koning, als hij verstaan had dat deze dingen zo geschied
31 5, 22| degene, die hem gesteld had,~
32 5, 24| 24 En hij had tegen de Joodse burgers
33 6, 5 | dingen, die de wet verboden had, vervuld.~
34 6, 23| grauwe haren, die hij met ere had verkregen, en zijn eerlijke
35 6, 23| die hij van zijn jeugd aan had gehad, ja ook veel meer
36 6, 28| sterven. En als hij dit gezegd had, is hij terstond gegaan
37 7, 4 | voor de anderen gesproken had, de tong zou afsnijden,
38 7, 26| vele woorden haar vermaand had, heeft zij aangenomen haar
39 8, 5 | Makkabeüs een leger verzameld had, werd hij onverdraaglijk
40 8, 10| 10 Nicanor nu had de koning beloofd de schatting,
41 8, 13| met hem waren, verklaard had dat het leger daar was gekomen,
42 8, 15| met hun vaderen gemaakt had, en omdat zij naar zijn
43 8, 23| als hij hun voorgelezen had het heilig boek, en hun
44 8, 23| hun tot een leus gegeven had: DOOR DE HULPE GODS, hij
45 8, 27| Here zeer, die hen behouden had tot die dag toe, welke het
46 8, 32| veel droefheid aangedaan had.~
47 8, 33| heilige poorten in brand had gestoken, vluchtende in
48 8, 34| kooplieden bijeen gebracht had om de Joden aan hen te verkopen,~
49 8, 36| 36 En hij, die aangenomen had de Romeinen de schatting
50 9, 5 | hij deze woorden geëindigd had, heeft hem een ongeneeslijke
51 9, 6 | ingewanden van anderen gepijnigd had.~
52 9, 15| Joden, die hij voorgenomen had zelfs niet met een begrafenis
53 9, 16| die hij tevoren beroofd had, met zeer schone geschenken
54 9, 28| het allerkwaadste geleden had, gelijk hij anderen ook
55 9, 28| gelijk hij anderen ook had aangedaan, in een vreemd
56 10, 7 | lofzangen hem, die voorspoed had gegeven, dat deze zijn plaats
57 10, 13| toevertrouwd, verlaten. had, en tot Antiochus Epifanes
58 10, 13| macht niet zo voortreffelijk had bediend, zichzelf vergeven
59 10, 23| wapenen, die hij in handen had, alleszins voorspoedig zijnde,
60 10, 38| Israël zo grote weldaad had bewezen, en die hun deze
61 10, 38| deze overwinning gegeven had.~ ~
62 10, 45| hij hun sterkten belegerd had, zo baden zij en de scharen,
63 10, 54| aan Lysias bij geschrift had overgegeven voor de Joden,
64 11, 8 | 8 Als hij verstaan had, dat die van Jamnia ook
65 11, 20| Timotheüs aan, die bij zich had honderdentwintigduizend
66 11, 24| ouders en hunner broeders had, en het geschieden zou dat
67 11, 25| zijn toezegging verzekerd had, namelijk dat hij ze zonder
68 11, 35| Bakenor, een kloek man, had Gorgias vast, en hem bij
69 11, 44| 44 (Want indien hij niet had verwacht, dat degenen die
70 12, 6 | ander bijzonder kwaad gedaan had, dat hij omkwam.~
71 12, 8 | zeer rechtvaardig, want hij had vele zonden gedaan tegen
72 12, 11| dat nu een weinig adem had geschept, niet wilde laten
73 12, 23| nederlaag. En als hij vernomen had dat Filippus, die hij te
74 12, 23| hij te Antiochië gelaten had om zijn zaken te doen, afgevallen
75 13, 2 | en zijn hofmeester Lysias had omgebracht.~
76 13, 3 | zichzelf vrijwillig besmet had in de tijden der vermenging,
77 13, 15| in eeuwigheid zijn volk had bevestigd, en die altijd
78 13, 16| de overste bevel gegeven had, trok het leger terstond
79 13, 20| overste aan de menigte de zaak had medegedeeld, en als het
80 13, 28| man geen onrecht gedaan had.~
81 13, 34| hij zulke dingen gezegd had, is hij weggegaan, maar
82 13, 38| oprecht Jood was, en hij had zijn lichaam en ziel gesteld
83 13, 39| de vijandschap, die hij had tegen de Joden, zond over
84 13, 43| steek niet recht gegeven had, en de scharen door de deuren
85 14, 6 | hovaardigheid zijn hals opstekende, had gedacht een algemeen teken
86 14, 12| die het hogepriesterschap had bediend, een eerlijk en
87 14, 12| kindsbeen af zich geoefend had in alle dingen, die tot
88 14, 30| eigen volk altijd bewaard had, heeft geboden dat men het
89 14, 31| was, en tezamen geroepen had zijn volk, en de priesters,
90 14, 32| godslasteraar, welke hij uitgestrekt had tegen het heilige huis van
91 14, 32| Almachtige, en die de hals had opgestoken,~
|