Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
7 16
8 16
9 16
aan 78
aandeed 1
aandoen 1
aangaan 2
Frequency    [«  »]
91 had
87 hen
85 ook
78 aan
76 zijnde
74 voor
66 daar

Het tweede boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

aan

   Chapter, Verse
1 1, 2 | ulieden goed en gedenke aan zijn verbond dat Hij gemaakt 2 1, 27| de heidenen dienen; zie aan degenen, die als niets geacht 3 1, 32| van het altaar daartegen aan scheen, werd het water verteerd.~ 4 2, 8 | zou worden, gelijk die ook aan Mozes is geopenbaard, en 5 2, 15| nodig hebt, zendt lieden aan ons, die ze u mogen brengen.~ 6 2, 22| van de hemel geschied zijn aan degenen, die voor het Jodendom 7 3, 8 | Heliodorus ving terstond de reis aan, onder de schijn, alsof 8 3, 10| 10 De hogepriester toonde aan, dat dit geld weggelegd 9 3, 11| daarvan ook toebehoorde aan Hyrcanus, de zoon van Tobias, 10 3, 12| dat men ongelijk zou doen aan degenen, die vertrouwd hebben 11 3, 25| scheen een gouden harnas aan te hebben.~ 12 3, 26| kleding, die ook staande elk aan een van zijn zijden, hem 13 3, 33| jongelingen weder verschenen aan Heliodorus, bekleed zijnde 14 3, 34| gegeseld zijnde, vertelt aan allen de overgrote kracht 15 3, 35| grote beloften had beloofd aan hem, die hem het leven had 16 3, 36| 36 En hij getuigde aan allen de werken van de grote 17 4, 14| benaarstigden zich, om deel te nemen aan de onwettelijke oefeningen, 18 4, 20| brachten, heeft hij ze besteed aan de toerusting der galeien.~ 19 4, 30| een geschenk gegeven waren aan Antiochus, des konings bijwijf.~ 20 4, 32| genomen, en die geschonken aan Andronicus, en heeft ook 21 4, 38| waar hij de goddeloosheid aan Onias begaan had, heeft 22 4, 44| gezonden waren, hun aanklacht aan bij hem.~ 23 4, 45| zijnde, beloofde veel geld aan Ptolomeüs, de zoon van Dorymeüs, 24 5, 27| om geen deel te hebben aan de ontreiniging.~ ~ 25 6, 10| welke zij, haar kinderen aan haar borsten gehangen hebbende, 26 6, 23| die hij van zijn jeugd aan had gehad, ja ook veel meer 27 6, 30| zeide hij al zuchtende: Aan de Here, die een heilige 28 7, 5 | die nog zijn adem haalde, aan het vuur zou brengen, en 29 7, 6 | aldus: God de Here ziet het aan, en zal in de waarheid over 30 7, 18| gezondigd hebben; want daar zijn aan ons dingen geschied die 31 7, 24| met woorden een vermaning aan hem, maar hij verzekerde 32 8, 2 | 2 En riepen de Here aan, dat hij zou willen zien 33 8, 4 | bij zou willen gedenken aan het onrechtvaardig ombrengen 34 8, 8 | voorspoed toenam, schreef aan Ptolomeüs, de overste van 35 8, 13| 13 En als hij aan degenen, die met hem waren, 36 8, 19| verhaalde hun de hulp, die aan hun voorouders geschied 37 8, 28| de Sabbat deelden zij uit aan de kranken, de weduwen, 38 8, 34| gebracht had om de Joden aan hen te verkopen,~ 39 9, 18| Gods was over hem gekomen) aan zichzelf wanhopende, schreef 40 9, 18| wanhopende, schreef hij aan de Joden deze ondergeschreven 41 9, 19| veldoverste Antiochus, de Joden, aan zijn burgers, voorspoed, 42 9, 21| gedenk ik goedertieren aan uw eer en aan uw goedgunstigheid.~ 43 9, 21| goedertieren aan uw eer en aan uw goedgunstigheid.~ 44 9, 22| van allen; niet wanhopende aan mijzelf, maar grote hoop 45 9, 25| en bevolen heb, en ik heb aan hem geschreven hetgeen hieronder 46 9, 26| zijnde der weldadigheden aan u in het algemeen en bijzonder 47 10, 35| vijfentwintigste dag begon aan te lichten, zo hebben enige 48 10, 52| hen streed, zo zond hij aan hen,~ 49 10, 54| verzocht, want al wat Makkabeüs aan Lysias bij geschrift had 50 10, 55| Want de brieven van Lysias aan de Joden geschreven, waren 51 10, 57| heb ik dan al hetgeen, dat aan de koning moest gebracht 52 10, 59| bijzonder heb ik last gegeven zo aan deze, als aan mijn afgezondenen, 53 10, 59| gegeven zo aan deze, als aan mijn afgezondenen, om ulieden 54 10, 66| zendbrief van de koning aan het Joodse volk was dusdanig: 55 10, 71| 32 Ik heb ook Menelaüs aan u gezonden, om u te vertroosten.~ 56 10, 73| hebben ook een zendbrief aan hen geschreven, van deze 57 11, 3 | En die van Joppe bedreven aan de Joden dit schelmstuk. 58 11, 15| tijde van Jozua, vielen aan op de muren als wilde mensen.~ 59 11, 20| hopen, en viel op Timotheüs aan, die bij zich had honderdentwintigduizend 60 11, 36| waren, zo riep Judas de Here aan, dat hij als een medestrijder 61 11, 43| edel doende, daar hij dacht aan de opstanding.~ 62 12, 1 | honderdnegenenveertigste jaar kwam aan degenen die bij Judas waren 63 12, 5 | instrument, waarvan men aan alle kanten afviel in de 64 12, 6 | daarvan af een ieder, die aan kerkroof schuldig was, of 65 12, 14| de zorg bevolen hebbende aan de schepper der wereld en 66 12, 20| 20 En Judas zond aan degenen, die daar binnen 67 12, 21| boodschapte de geheime, zaken aan de vijanden, waarom hij 68 12, 23| hebbende, onderwierp hij zich aan hen, en zwoer hun op alle 69 12, 23| vereerde de tempel, en betoonde aan de plaats grote eer.~ 70 13, 20| gehouden werden, en de overste aan de menigte de zaak had medegedeeld, 71 13, 26| voorhad die vijandig waren aan de zaken des konings; want, 72 13, 27| opgeruid zijnde, schreef aan Nicanor, zeggende, dat hij 73 13, 34| uitstekende, riepen hem aan die altijd geweest was een 74 14, 15| rechterhand uitstekende, aan Judas een gouden zwaard 75 14, 17| krachtig om tot kloekmoedigheid aan te sporen, en de harten 76 14, 17| slaan, maar kloekmoedig aan te vallen, en met alle mannelijke 77 14, 25| met Nicanor waren, kwamen aan met trompetten en triomfliederen.~ 78 14, 33| die bij stukken zou geven aan de vogelen, en dat hij deze


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License