Chapter, Verse
1 1, 10| van de koning Ptolomeüs, zijnde uit het geslacht der gezalfde
2 1, 11| gevaren door God verlost zijnde, danken wij hem grotelijks
3 1, 22| 22 Hetwelk gedaan zijnde, als de tijd kwam dat de
4 1, 22| tevoren met wolken bedekt zijnde, weder scheen, zo werd daar
5 1, 32| 32 Hetwelk gedaan zijnde, is daar een vlam ontstoken,
6 2, 9 | hij, met wijsheid begaafd zijnde, een offerande geofferd
7 2, 22| hebben, zodat zij weinigen zijnde het ganse land afgelopen
8 2, 24| 24 Deze dingen, zijnde door Jason van Cyrene verklaard
9 3, 9 | 9 Hij dan gekomen zijnde te Jeruzalem, en zeer vriendelijk
10 3, 9 | hogepriester der stad ontvangen zijnde, heeft meegedeeld hetgeen
11 3, 19| 19 En de vrouwen, zijnde met zakken omgord onder
12 3, 24| de kracht Gods verslagen zijnde, bezweken en in vrees nedervielen.~
13 3, 32| de hogepriester, beducht zijnde dat de koning te eniger
14 3, 33| aan Heliodorus, bekleed zijnde met dezelfde kleding, en
15 3, 34| gij, uit de hemel gegeseld zijnde, vertelt aan allen de overgrote
16 4, 4 | hoe Apollonius raasde, als zijnde overste van Celo-Syrië en
17 4, 21| waarom hij te Joppe gekomen zijnde, voorts gereisd is naar
18 4, 22| toortsen en gejuich ingehaald zijnde, zo is hij daarna met zijn
19 4, 24| zeer aangenaam geworden zijnde, als hij in zijn aangezicht
20 4, 26| weder met bedrog uitgeworpen zijnde, gedwongen te vluchten naar
21 4, 34| niet zonder kwaad nadenken zijnde) heeft hem bewogen, dat
22 4, 37| hierover van harte bedroefd zijnde, en tot barmhartigheid geneigd,
23 4, 38| met gramschap ontstoken zijnde, heeft deze terstond Andronicus
24 4, 45| En Menelaüs, nu verlaten zijnde, beloofde veel geld aan
25 5, 8 | van Arabië, zo nagejaagd zijnde, dat hij vluchtte van de
26 5, 8 | andere, door allen vervolgd zijnde en gehaat, als een die van
27 5, 9 | Lacedemoniërs getrokken zijnde, alsof hij bij hen om der
28 5, 15| En daarmee niet tevreden zijnde, heeft hij zich verstout
29 5, 18| ingekomen was, gegeseld zijnde, van zijn stoutheid afgekeerd
30 6, 11| houden, Filippus aangebracht zijnde, werden met vuur verbrand,
31 6, 24| Eleazar nu negentig jaren oud zijnde, overgegaan is tot het heidendom,~
32 6, 30| lichaam verdrage, gegeseld zijnde, en dat ik naar de ziel
33 7, 1 | met de moeder gegrepen zijnde, door de koning gedwongen
34 7, 21| vaderlijke spraak, vervuld zijnde met een kloekmoedig verstand,
35 7, 34| tevergeefs verhovaardigen, trots zijnde op onzekere hoop, om uw
36 7, 39| koning zeer gram geworden zijnde, en zeer kwalijk nemende
37 8, 10| de Romeinen schuldig was, zijnde tweeduizend talenten, uit
38 8, 23| DE HULPE GODS, hij zelf, zijnde leider van de eerste slagorde,
39 8, 35| 35 Vernederd zijnde door degenen, die naar zijn
40 8, 35| Antiochië, boven alles gelukkig zijnde na het verlies van zijn
41 9, 11| begon hij dan, zo verwond zijnde, van de grootheid zijns
42 9, 12| iemand, een sterfelijk mens zijnde, niet denke God gelijk te
43 9, 22| van Perzië, en gevallen zijnde in een krankheid, die haar
44 9, 26| verzoek, dat gij gedachtig zijnde der weldadigheden aan u
45 10, 13| bij Eupator beschuldigd zijnde, en dikwijls moetende horen
46 10, 14| Gorgias, veldoverste geworden zijnde van die plaatsen, onderhield
47 10, 20| Simon waren, geldgierig zijnde, lieten zich door sommigen,
48 10, 23| had, alleszins voorspoedig zijnde, bracht hij in die twee
49 10, 30| blindheid in verwarring gebracht zijnde, geslagen en met verbaasdheid
50 10, 33| Makkabeüs waren, kloekmoedig zijnde, belegerden de sterkte vierentwintig
51 10, 35| in hun gemoed ontstoken zijnde door de Godslasteringen,
52 10, 43| macht Gods, maar hoogmoedig zijnde op zijn vele duizenden te
53 10, 44| Judea, en genaakte Bethsura, zijnde een vaste plaats, gelegen
54 10, 48| zielen zeer gesterkt, bereid zijnde niet alleen de mensen, maar
55 10, 51| en velen van hen gewond zijnde ontkwamen naakt, en Lysias,
56 10, 68| gij begeert, wedergekomen zijnde, uw eigen zaken te plegen.~
57 11, 4 | hen in de zee verdronken, zijnde niet minder dan tweehonderd.~
58 11, 9 | werd tot Jeruzalem toe, zijnde tweehonderdenveertig stadiën
59 11, 10| zijn de Arabieren, sterk zijnde niet minder dan vijfduizend
60 11, 11| Nomaden van Arabië, overwonnen zijnde, dat Judas hun wilde de
61 11, 18| uitgericht te hebben, vertrokken zijnde, heeft hij een bezetting
62 11, 19| Dositheüs en Sosipater, zijnde van de oversten dergenen
63 11, 38| naar gewoonte geheiligd zijnde, daar de sabbat doorgebracht.~
64 11, 42| En tot het gebed gekeerd zijnde, baden zij dat de zonde,
65 12, 13| met de ouderlingen alleen zijnde, nam met hen raad, eer het
66 12, 23| voorwaarden; en met hen verenigd zijnde, offerde hij offeranden,
67 13, 5 | uit te voeren, geroepen zijnde door Demetrius in de raad,
68 13, 5 | in de raad, en gevraagd zijnde naar de toestand en het
69 13, 7 | 7 Waarom ik, beroofd zijnde van de heerlijkheid mijner
70 13, 24| harte tot de man geneigd zijnde.~
71 13, 27| grote booswicht opgeruid zijnde, schreef aan Nicanor, zeggende,
72 13, 45| vloeiende, en zeer zwaar gewond zijnde, kwam met een loop door
73 13, 46| een steile steenrots, en zijnde nu geheel zonder bloed geworden,
74 14, 17| 17 Zij dan vermaand zijnde door deze woorden van Judas,
75 14, 27| man, grotelijks verheugd zijnde over deze verschijning van
76 14, 29| geroep en getier daar gemaakt zijnde, prezen zij de Here, in
|