Chapter, Verse
1 1, 6 | 6 Nu zijn wij ook hier voor u biddende.~
2 1, 8 | en zetten de toonbroden voor.~
3 1, 26| 26 Ontvang deze offerande voor al uw volk Israël, en bewaar
4 1, 34| 34 En de koning voor goed kennende deze zaak,
5 2, 11| zeide: Opdat de offerandel voor de zonde niet zou gegeten
6 2, 22| geschied zijn aan degenen, die voor het Jodendom met eergierigheid
7 2, 25| de zwarigheid, die er is voor degenen, die de historische
8 2, 27| 27 Het is voor ons, die de moeite hebben
9 3, 10| dat dit geld weggelegd was voor de weduwen en wezen;~
10 3, 15| klederen, wierpen zich neder voor het altaar, en riepen naar
11 3, 15| onbeschadigd te bewaren voor degenen, die zij daar vertrouwd
12 3, 22| onbeschadigd bewaren wilde, voor degenen, die het toevertrouwd
13 3, 26| 26 En daar verschenen voor hem nog twee andere jongelingen,
14 3, 32| stuk bedreven ware, heeft voor des mans gezondheid offerande
15 4, 2 | goeds gedaan had, en die voor zijn volk grote zorg droeg,
16 4, 3 | een dergenen, die Simon voor zijn vertrouwde vrienden
17 4, 21| vervreemd was, zorg gedragen voor zijn verzekerdheid; waarom
18 4, 24| zeer verheven had, heeft voor zichzelf het hogepriesterschap
19 4, 48| straf geleden degenen, die voor de stad, en het volk, en
20 4, 48| de stad, en het volk, en voor de heilige vaten deze beschuldiging
21 6, 20| 20 Voor zich uitspuwende, op zulk
22 6, 26| 26 Want indien ik voor het tegenwoordige zou verlost
23 6, 28| heerlijk voorbeeld nalaten, om voor de eerwaardige en heilige
24 7, 2 | 2 En een hunner, die voor de anderen sprak, zeide
25 7, 4 | gebood hij dat men deze, die voor de anderen gesproken had,
26 7, 9 | der wereld zal ons, die voor zijn wetten sterven, tot
27 7, 12| jongeling, dat hij deze pijnen voor niets achtte.~
28 7, 14| opgewekt te worden, doch voor u zal geen opstanding ten
29 7, 15| Daarna brachten zij de vijfde voor, en sloegen hem, en deze
30 7, 18| deze brachten zij de zesde voor, en als hij sterven zou,
31 7, 24| vaderlijke wetten, en dat hij hem voor een vriend zou houden, en
32 7, 37| mijn lichaam en ziel over voor de wetten der vaderen, aanroepende
33 8, 5 | werd hij onverdraaglijk voor de heidenen, daar de toorn
34 8, 11| negentig slaven zou geven voor een talent; niet verwachtende
35 8, 16| zouden strijden, zichzelf voor ogen stellende de smaadheid,
36 8, 21| gemaakt hebbende, en bereid om voor de wetten en het vaderland
37 8, 26| 26 Want het was de dag voor de Sabbat; waarom zij hen
38 8, 30| makende gelijke gedeelten voor hen, en voor de kranken,
39 8, 30| gelijke gedeelten voor hen, en voor de kranken, en de wezen,
40 8, 30| wezen, en de weduwen, en ook voor de oude lieden.~
41 9, 8 | openbare macht Gods in zich voor allen betonende,~
42 9, 15| met de kleine kinderen, voor te werpen, allen tezamen
43 9, 22| nodig geacht zorg te dragen voor de algemene verzekerdheid
44 10, 8 | algemeen gebod en toestemming voor het ganse volk der Joden,
45 10, 12| Macron, willende liever voor de Joden het recht bewaren,
46 10, 21| hen, dat zij hun broeders voor geld hadden verkocht, daar
47 10, 42| hogepriesterschap alle jaren voor geld te verkopen,~
48 10, 54| Makkabeüs nu, zorgdragende voor hetgeen oorbaar was, stond
49 10, 54| geschrift had overgegeven voor de Joden, dat stond de koning
50 11, 27| ook zijn leger gebracht voor Efron, een sterke stad,
51 11, 27| dappere jongelingen, staande voor de muren, vochten zeer kloek,
52 11, 42| zonde mochten zijn, als die voor hun ogen hadden gezien hetgeen
53 11, 43| Jeruzalem om offerande te doen voor de zonde; gans wel en edel
54 11, 44| tevergeefs en dwaas geweest zijn voor de doden te bidden)~
55 11, 46| godzalige gedachte! Waarom hij voor de gestorvenen de verzoening
56 12, 12| baden, met klagen en vasten, voor hem zonder ophouden drie
57 12, 14| dood toe wilden strijden voor de wetten, tempel, stad,
58 13, 3 | vermenging, overleggende dat voor hem in generlei wijze behoud
59 13, 9 | hebbende, wil zorgdragen zowel voor het land als voor ons geslacht
60 13, 9 | zowel voor het land als voor ons geslacht dat rondom
61 13, 14| 14 En de heidenen, die voor Judas uit Judea waren gevlucht,
62 13, 18| zij hadden als zij streden voor hun vaderland, zo vreesde
63 13, 30| van de zijnen, heeft zich voor Nicanor verborgen.~
64 13, 38| lichaam en ziel gesteld voor het Jodendom, met alle standvastigheid.~
65 14, 12| de handen uitstak, en bad voor de vergadering der Joden.~
66 14, 14| liefheeft, en die veel bidt voor het volk en voor de heilige
67 14, 14| veel bidt voor het volk en voor de heilige stad;~
68 14, 17| manhaftig te maken, namen voor geen leger op te slaan,
69 14, 18| grootste en eerste vrees was voor de geheiligde tempel.~
70 14, 23| hemelen, wil uw goede engel voor ons heenzenden, tot vrees
71 14, 31| en de priesters, staande voor het altaar, zond hij heen
72 14, 35| Nicanor uit de burcht, om voor allen te zijn een kennelijk
73 14, 37| zouden vieren, des daags voor de feestdag van Mordechai.~
74 14, 40| beschrijving der historie aangenaam voor de oren der lezers. En dit
|