Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Het tweede boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

(Hapax - words occurring once)


47-godvr | godza-reukw | richt-zache | zacht-zwoer

     Chapter, Verse
501 11, 45| aanmerkte dat degenen, die godzalig ontslapen zijn, een zeer 502 11, 46| 46 Een heilige en godzalige gedachte! Waarom hij voor 503 3, 1 | des hogepriesters Onias' godzaligheid en haat der boosheid.~ 504 6, 13| het is een teken van grote goeddadigheid, dat degenen, die zondigen, 505 3, 15| gemaakt van de toevertrouwde goederen onbeschadigd te bewaren 506 4, 2 | van hem, die de stad veel goeds gedaan had, en die voor 507 10, 65| ons goedvinden wetende, goedsmoeds mogen zijn, en met vreugde 508 10, 65| rechterhand, opdat zij ons goedvinden wetende, goedsmoeds mogen 509 1, 20| verlopen waren, toen God het goedvond, zo heeft Nehemia, gezonden 510 3, 11| en tweehonderd talenten goud.~ 511 4, 39| Lysimachus, nadat weder veel goudwerk van verscheidene plaatsen 512 9, 14| uit te roeien, en tot een grafplaats te maken, vrij zou stellen;~ 513 5, 27| en zij aten als voedsel gras, en bleven daar, om geen 514 11, 39| bloedvrienden te stellen in de graven hunner vaderen.~ 515 4, 41| de aanval van Lysimachus, grepen stenen en anderen dikke 516 4, 25| hogepriesterschaps waardig was; maar een grimmig gemoed van een wrede tiran 517 1, 19| van een put, die een droge grond had, en hebben het daarin 518 9, 14| haastte te komen, om ze ten gronde uit te roeien, en tot een 519 9, 11| zo verwond zijnde, van de grootheid zijns hoogmoeds terug te 520 14, 24| 24 Dat door de grootte van uw arm mogen geslagen 521 1, 27| geacht zijn, en als een gruwel gehouden worden; en laat 522 10, 34| bovenmate zeer, en wierpen gruwelijke woorden uit.~ 523 1, 35| 35 En degenen, wie hij gunstig was, heeft hij vele en verscheidene 524 7, 5 | men hem, die nog zijn adem haalde, aan het vuur zou brengen, 525 4, 48| 48 Zo hebben dan haastelijk een onrechtvaardige straf 526 9, 14| heilige stad, tot welke bij haastte te komen, om ze ten gronde 527 4, 36| die dit kwaad stuk ook haatten en geklaagd dat Onias tegen 528 6, 25| schandvlek op mijn ouderdom zou halen.~ 529 13, 30| Nicanor met hem strenger handelde, en dat hij in de gewone 530 3, 25| daarop zat scheen een gouden harnas aan te hebben.~ 531 4, 49| de Tyriërs, dit boze stuk hatende, zeer treffelijk besteld 532 2, 6 | enigen, die hem gevolgd en heengegaan waren, om de weg te tekenen, 533 14, 23| uw goede engel voor ons heenzenden, tot vrees en beving.~ 534 8, 35| gelijk een slaaf die zijn heer ontloopt, en kwam te Antiochië, 535 8, 35| hulp des Heren, legde zijn heerlijke kleding af, en zichzelf 536 3, 28| geholpen worden, en openlijk de heerschappij Gods bekende.~ 537 7, 34| onzekere hoop, om uw hand op te heffen, tegen de hemelse kinderen.~ 538 11, 23| 23 En Judas vervolgde hen heftig, en doorstak deze booswichten, 539 6, 24| zijnde, overgegaan is tot het heidendom,~ 540 14, 17| wagen, daar de stad, en het heiligdom, en de tempel in gevaar 541 13, 36| o gij heilige Here aller heiligmaking, bewaar in eeuwigheid onbesmet 542 13, 31| ging naar de grootste en heiligste tempel, als de priesters 543 3, 39| heeft, is de opziener en helper van die plaats, en hij slaat 544 14, 23| 23 En nu, gij prins der hemelen, wil uw goede engel voor 545 9, 10| weinig tevoren de sterren des hemels scheen te raken, niemand 546 6, 21| geoorloofd was te gebruiken, door hemzelf tevoren toebereid, en dat 547 4, 19| een offerande van de afgod Herkules; waarvan die ze brachten 548 2, 4 | 4 En in hetzelfde schrift was ook, dat de 549 4, 46| 46 Ptolomeüs dan hetzelve ontvangen hebbende, heeft 550 11, 11| 11 En als er een hevig gevecht geschiedde, en die 551 10, 29| 29 Als er nu een zeer hevige strijd was, zijn de vijanden 552 4, 4 | 4 Onias, bemerkende de hevigheid van de twist, en hoe Apollonius 553 12, 17| bescherming des Heren, die hem hielp.~ 554 9, 25| overdenkende, dat de prinsen die hierbij gelegen en naburen van het 555 9, 25| aan hem geschreven hetgeen hieronder is geschreven.~ 556 11, 2 | Genneüs, en bovendien ook Hieronymus, en Demofon, en benevens 557 10, 50| hun vijanden aanvallende, hieuwen zij daarvan terneder elfduizend 558 11, 25| dat hij ze zonder enige hinder leveren zou, zo hebben zij 559 14, 35| 35 En hij hing het hoofd van Nicanor uit 560 14, 22| engel gezonden ten tijde van Hiskia, de koning van Juda, die 561 2, 25| is voor degenen, die de historische verhalen te enen male willen 562 4, 12| leidde hij hen onder de hoed.~ 563 6, 4 | der heidenen, die met de hoeren daar in luiheid leefden, 564 12, 15| jongelingen bij nacht, bij het hof des konings, aangevallen 565 8, 30| veroverden zeer gelukkig de hoge sterkten, en deelden een 566 4, 25| niets meebrengende dat des hogepriesterschaps waardig was; maar een grimmig 567 1, 19| en verbergden het in de holte van een put, die een droge 568 1, 10| 10 In het jaar honderdachtentachtig, die in Jeruzalem en in 569 10, 60| 21 Vaart wel in het honderdachtenveertigste jaar, de vierentwintigste 570 13, 4 | koning Demetrius, in het honderdeenenvijftigste jaar, hem brengende een 571 12, 2 | hebbende een Griekse macht van honderdentienduizend te voet, en vijfduizendendriehonderd 572 11, 20| Timotheüs aan, die bij zich had honderdentwintigduizend te voet, en tweeduizendvijfhonderd 573 4, 9 | beloofde hij ook nog andere honderdenvijftig talenten te zullen aanschrijven, 574 12, 1 | 1 In het honderdnegenenveertigste jaar kwam aan degenen die 575 1, 7 | Demetrius koning was in het honderdnegenenzestigste jaar, hebben wij, Joden, 576 8, 20| worden, dat die achtduizend honderdtwintigduizend hebben omgebracht door de 577 11, 43| gemaakt hebbende uit een hoofdschatting, van tweeduizend drachmen 578 12, 5 | een toren, vijftig ellen hoog, vol was, in deze was een 579 10, 43| overleggende de macht Gods, maar hoogmoedig zijnde op zijn vele duizenden 580 9, 11| van de grootheid zijns hoogmoeds terug te komen, en door 581 9, 7 | daarom niet af van zijn hoogspreken, maar hij was nog met hoogmoed 582 9, 8 | en die meende dat hij de hoogste bergen met een schaal zou 583 10, 13| zijnde, en dikwijls moetende horen dat hij een verrader was, 584 13, 18| 18 Desgelijks Nicanor, horende wat dapperheid degenen hadden 585 1, 21| Nehemia de priesters het hout, en wat daarop lag, te besprengen 586 5, 17| Antiochus in zijn gemoed zeer hovaardig, niet aanmerkende, dat om 587 8, 33| gestoken, vluchtende in een huisje, verbrand; en zo heeft hij 588 13, 25| vermaande hem, dat hij een huisvrouw zou trouwen en kinderen 589 14, 18| 18 Want het gevaar van huisvrouwen, en kinderen en ook van 590 8, 23| leus gegeven had: DOOR DE HULPE GODS, hij zelf, zijnde leider 591 8, 15| zo hij het niet deed om hunnentwil, dat hij het wilde doen 592 1, 14| opdat hij het geld tot een huwelijksgift ontvangen mocht;~ 593 3, 11| daarvan ook toebehoorde aan Hyrcanus, de zoon van Tobias, een 594 11, 32| Gorgias, de veldoverste van Idumea.~ 595 2, 29| bredere verhandeling van iedere zaak, zullen wij slechts 596 4, 2 | volk grote zorg droeg, en ijverig in de wet was, dat hij zich 597 10, 48| allerwildste dieren, en ijzeren muren te doorsteken.~ 598 12, 10| dat hij, zo hij ooit of immer, nu wilde te hulp komen 599 3, 13| had, zeide, dat dit geld immers in des konings schatkamer 600 2, 30| gebouw, en een, die met inbranden voorneemt iets te schilderen, 601 3, 8 | Fenicië wilde doorreizen, maar inderdaad om het voornemen des konings 602 2, 5 | en het reukaltaar daar ingebracht en de deur toegesloten heeft.~ 603 4, 22| met toortsen en gejuich ingehaald zijnde, zo is hij daarna 604 5, 18| ook deze terstond, als hij ingekomen was, gegeseld zijnde, van 605 10, 37| en weer anderen, slagorde ingelaten hebbende, namen de stad 606 11, 7 | 7 En als de plaats ingesloten was, zo vertrok hij, als 607 6, 23| meer de heilige en van God ingestelde wetgeving, heeft vervolgens 608 13, 1 | de haven van Tripolis was ingevaren, met een sterke menigte 609 4, 11| onwettige wijze van regering ingevoerd.~ 610 4, 8 | tachtig talenten uit een ander inkomen.~ 611 8, 1 | heimelijk in de vlekken inkomende, riepen hun bloedverwanten 612 12, 5 | was, in deze was een rond instrument, waarvan men aan alle kanten 613 5, 5 | hebbende, heeft terstond een inval gedaan in de stad; en als 614 12, 13| van de koning in Judea zou invallen, en zij de stad zouden bemachtigen, 615 6, 3 | 3 De invoering van deze boosheid was het 616 9, 5 | der ingewanden en bittere inwendige pijnigingen bevangen;~ 617 10, 56| verzocht dat wij zouden inwilligen hetgeen daarin te kennen 618 1, 2 | gemaakt heeft met Abraham, Izaäk en Jakob, zijn getrouwe 619 1, 2 | heeft met Abraham, Izaäk en Jakob, zijn getrouwe dienstknechten.~ 620 14, 30| jaren de goedgunstigheid jegens zijn eigen volk altijd bewaard 621 11, 15| van geweld, de muren van Jericho ternedergeworpen heeft, 622 6, 24| niet te veinzen, opdat vele jonge lieden, menende dat Eleazar 623 5, 13| geschiedde een grote moord van jongen en van ouden; en mannen, 624 7, 24| smaadheid aandeed, als de jongste nog overig was, deed niet 625 11, 15| ternedergeworpen heeft, ten tijde van Jozua, vielen aan op de muren 626 14, 22| van Hiskia, de koning van Juda, die in het leger van Sanherib 627 3, 24| vrees nedervielen.~ groot~kaartje 628 6, 16| eigen volk met tegenspoed kastijdende, verlaat hij het niet.~ 629 14, 35| om voor allen te zijn een kennelijk en openbaar teken van de 630 1, 34| 34 En de koning voor goed kennende deze zaak, heeft die plaats 631 12, 6 | daarvan af een ieder, die aan kerkroof schuldig was, of die anderszins 632 4, 42| de vlucht gedreven; en de kerkrover zelf doodden zij bij de 633 4, 39| als door Lysimachus vele kerkroverijen in de stad geschiedden, 634 10, 45| baden zij en de scharen, met kermen en tranen de Here, dat hij 635 7, 3 | gebood dat men pannen en ketels heet zou maken; en als die 636 7, 28| 28 Ik bid u, mijn kind, dat gij ziende naar de 637 14, 12| voortbrengende, en die van kindsbeen af zich geoefend had in 638 3, 17| de an bevangen, waaruit klaar de weemoed die in zijn hart 639 12, 12| barmhartige Here baden, met klagen en vasten, voor hem zonder 640 3, 15| priesters in hun priesterlijke klederen, wierpen zich neder voor 641 4, 38| Andronicus het purperen kleed afgenomen, en zijn rokken 642 3, 16| want zijn aangezicht en de kleur, die veranderd waren, gaven 643 5, 12| die op de huizen zouden klimmen zouden doodslaan.~ 644 12, 26| 26 Doch Lysias, klimmende op de rechterstoel, verantwoordde 645 11, 42| uitgewist worden; en de kloekhartige Judas vermaande de menigte, 646 10, 47| zij deden gezamenlijk een kloekmoedige aanval; en als zij nog bij 647 8, 28| onder zichzelf en onder hun knechten.~ 648 11, 21| Timotheüs nu, vernemende de komst van Judas, zond tevoren 649 4, 35| het zeer kwalijk namen, en konden het niet verdragen, dat 650 8, 34| overgoddeloze Nicanor, die duizend kooplieden bijeen gebracht had om de 651 10, 10| goddeloze, geschied is, kortelijk saamvattende de gedurige 652 3, 6 | geld, zodat de menigte der kostelijke dingen ontelbaar was, en 653 14, 17| zeer goed waren, en zeer krachtig om tot kloekmoedigheid aan 654 5, 8 | 8 Ten laatste dan kreeg hij zijn loon bij Aretas 655 8, 25| 25 En kregen het geld van degenen die 656 5, 12| 12 En gebood de krijgslieden, dat zij allen die hun tegenkwamen 657 1, 13| komende in Perzië, en zijn krijgsmacht, die onwederstandelijk scheen 658 8, 9 | goede ervaring hebbende in krijgszaken.~ 659 13, 4 | hem brengende een gouden kroon, en een palmtak en bovendien 660 13, 14| gevlucht, vermengden zich als kudden met Nicanor, achtende dat 661 10, 37| Timotheüs, verscholen in een kuil, en zijn broeder Chereas 662 6, 29| tot hem gehad hadden, in kwaadwilligheid, om de voorzegde woorden, 663 1, 5 | en verlate u niet in de kwade tijd.~ 664 7, 39| bespot werd, heeft deze veel kwalijker bejegend dan de anderen.~ 665 5, 22| gelaten, om het volk te kwellen: Filippus te Jeruzalem, 666 5, 9 | ballingschap omgekomen, tot de Lacedemoniërs getrokken zijnde, alsof 667 2, 18| en dat hij ons van alle landen, die onder de hemel zijn, 668 11, 5 | deze wreedheid tegen zijn landslieden begaan was, gebood de mannen, 669 8, 26| Sabbat; waarom zij hen niet langer naliepen.~ 670 6, 14| de andere volken, dat hij lankmoedig blijft, totdat hij hen ontmoet 671 5, 2 | rokken, bij troepen, met lansen gewapend, en met blote zwaarden;~ 672 13, 27| toornig geworden en door de laster van deze grote booswicht 673 10, 34| de vastigheid der plaats, lasterden bovenmate zeer, en wierpen 674 11, 14| waren en daarenboven hen lasterende, en sprekende onbehoorlijke 675 8, 4 | kinderen, en dat hij om de lasteringen, die tegen zijn naam geschied 676 3, 11| gelijk de goddeloze Simon lasterlijk had aangebracht; en dat 677 13, 40| de Joden daarmede groot leed zou doen.~ 678 6, 4 | de hoeren daar in luiheid leefden, en in de heilige galerijen 679 1, 10| wensen Aristobulus, de leermeester van de koning Ptolomeüs, 680 10, 50| 11 En als leeuwen op hun vijanden aanvallende, 681 8, 35| door de hulp des Heren, legde zijn heerlijke kleding af, 682 8, 23| HULPE GODS, hij zelf, zijnde leider van de eerste slagorde, 683 8, 22| broeders aangesteld tot leiders van elke slagorde, namelijk 684 4, 16| straffers hebben gekregen, wier leidingen zij naijverden, en wie zij 685 10, 29| tomen, en twee van hen waren leidslieden der Joden.~ 686 5, 15| aardbodem, hebbende tot een leidsman Menelaüs, die een verrader 687 10, 25| hoofden strooiende, en hun lendenen met zakken omgordende,~ 688 9, 25| zijn, op de gelegen tijden letten en verwachten hetgeen gebeuren 689 7, 9 | een eeuwige opstanding des levens weder opwekken.~ 690 6, 25| kleine en snel vergaande levenstijd, door mij zouden verleid 691 10, 28| als de zon opgegaan was, leverden zij met elkander slag; dezen 692 11, 25| hij ze zonder enige hinder leveren zou, zo hebben zij hem losgelaten, 693 12, 23| 23 En slag leverende met degenen die met Judas 694 14, 40| aangenaam voor de oren der lezers. En dit zij dan het einde.~ ~ 695 11, 39| is zulks te doen, om de lichamen dergenen die gevallen waren 696 4, 17| Goddelijke wetten is geen lichte zaak, doch de volgende tijd 697 10, 35| vijfentwintigste dag begon aan te lichten, zo hebben enige jongelingen, 698 7, 6 | worden; gelijk Mozes in zijn lied, hetwelk hij tegen hen in 699 6, 20| geoorloofd zijn te proeven, om de liefde van het leven te behouden.~ 700 13, 37| man die de stad en burgers liefhad, en die van een zeer goede 701 14, 14| van God, die zijn broeders liefheeft, en die veel bidt voor het 702 13, 43| deuren binnenvielen, zo liep hij kloekmoedig op de muur, 703 12, 12| drie dagen nedergevallen liggende, heeft Judas hen vermaand 704 6, 30| naar de ziel dit gewillig lijde, om zijner vreze wil.~ 705 13, 8 | waarvan tevoren gesproken is, lijdt ons ganse geslacht geen 706 12, 18| beproefde de plaatsen met list te bemachtigen.~ 707 4, 2 | zich met de zaken des rijks listig bemoeide.~ 708 8, 27| Sabbat; en zij dankten en loofden de Here zeer, die hen behouden 709 13, 45| gewond zijnde, kwam met een loop door de scharen henen.~ 710 11, 24| leven wilde behouden en loslaten, omdat hij velen hunner 711 5, 2 | veertig dagen lang in de lucht gezien werden ruiters rijdende 712 6, 4 | die met de hoeren daar in luiheid leefden, en in de heilige 713 7, 25| jongeling geenszins daarnaar luisterde, zo riep de koning en vermaande 714 4, 13| onder de Joden een grote lust tot de Griekse zeden, en 715 5, 9 | alsof hij bij hen om der maagschap wil in bescherming zou worden 716 1, 27| weder onze verstrooiing; maak vrij die onder de heidenen 717 2, 28| het iemand, die een grote maaltijd toebereidt, en die een ieder 718 10, 12| Ptolomeüs, die toegenaamd was Macron, willende liever voor de 719 2, 29| begrip in het kort af te malen.~ 720 4, 30| gebeurd dat die van Tarsus en Mallo in oproer geraakten, omdat 721 14, 17| de harten der jongelingen manhaftig te maken, namen voor geen 722 14, 12| eerbaar van omgang, van manieren zachtzinnig, en betamelijk 723 10, 73| Quintus Memmius, en Titus Manlius, gezanten der Romeinen, 724 10, 35| muren aangevallen en zeer manmoedig en met een ontstoken gemoed 725 3, 32| bedreven ware, heeft voor des mans gezondheid offerande gedaan.~ 726 11, 35| ontvluchtte Gorgias naar Marisa.~ 727 10, 2 | de vreemde heidenen op de markt opgebouwd waren, en bovendien 728 4, 37| geschreid over des overledenen matigheid en grote geschiktheid.~ 729 13, 19| Posidonius, en Theodotus, en Mattathias, om de rechterhand te geven 730 1, 23| de anderen, met Nehemia, mede eenstemmig dat volgende.~ 731 4, 19| zij van Antiochië waren, medebrengende driehonderd drachmen zilver 732 11, 36| Here aan, dat hij als een medestrijder en een voorganger in de 733 4, 25| hij te Jeruzalem, niets meebrengende dat des hogepriesterschaps 734 3, 9 | ontvangen zijnde, heeft meegedeeld hetgeen te kennen gegeven 735 10, 73| van deze inhoud: Quintus Memmius, en Titus Manlius, gezanten 736 4, 21| Apollonius, de zoon van Menestheüs, in Egypte was gezonden, 737 14, 21| de grote menigte, en de menigerlei toerusting der wapenen, 738 13, 23| dankte de scharen af, die bij menigten tot hem vergaderd waren.~ 739 7, 28| gemaakt heeft, en dat het menselijk geslacht zo geworden is.~ 740 9, 8 | een vermetelheid, die de menselijke gedachten te boven ging, 741 9, 28| 28 Zo heeft dan deze mensenmoorder en godslasteraar, als hij 742 13, 31| 31 De andere nu, merkende dat hij door de man met 743 14, 10| heeft hen vermaand, en meteen getoond de ontrouw der heidenen, 744 8, 35| makende, vluchtte over de Middellandse zee, gelijk een slaaf die 745 13, 7 | zijnde van de heerlijkheid mijner voorouders, namelijk van 746 9, 22| allen; niet wanhopende aan mijzelf, maar grote hoop hebbende 747 1, 25| 25 Gij die alleen milddadig zijt, alleen rechtvaardig, 748 4, 40| van jaren was, en ook niet min van verstand.~ 749 8, 35| die naar zijn achting de minste waren, door de hulp des 750 8, 17| 17 En de mishandeling tegen de stad, die door 751 12, 14| en regering sloeg omtrent Modin zijn leger op.~ 752 10, 28| genen stelden daartegen hun moed tot een overste van de strijd.~ 753 6, 27| 27 Waarom ik nu het leven moedig verwisselende met de dood, 754 2, 30| zo acht ik dat wij ook moeten doen.~ 755 10, 13| beschuldigd zijnde, en dikwijls moetende horen dat hij een verrader 756 3, 6 | der offeranden, en dat het mogelijk was, dat deze zouden kunnen 757 6, 18| aangezicht, werd genoodzaakt zijn mond open te doen, en varkensvlees 758 7, 37| door pijnigingen en geselen moogt bekennen dat bij alleen 759 5, 13| er geschiedde een grote moord van jongen en van ouden; 760 11, 6 | 6 Trok heen tegen de moordenaars der broeders, en stak bij 761 14, 37| daags voor de feestdag van Mordechai.~ 762 13, 43| liep hij kloekmoedig op de muur, en wierp zichzelf mannelijk 763 10, 51| gewond zijnde ontkwamen naakt, en Lysias, zelf met schande 764 2, 30| voorneemt iets te schilderen, naarstig moet onderzoeken wat tot 765 6, 11| te zamen lopende in de naaste spelonken, opdat zij daar 766 9, 25| prinsen die hierbij gelegen en naburen van het rijk zijn, op de 767 6, 8 | 8 En in de naburige Griekse steden, is door 768 8, 7 | 7 En hij nam vooral de nachten waar tot zodanige lagen; 769 11, 9 | overviel hij die van Jamnia des nachts, en verbrandde hun haven 770 10, 21| zij de vijanden tot hun nadeel hadden losgelaten.~ 771 4, 34| hand gaf, niet zonder kwaad nadenken zijnde) heeft hem bewogen, 772 10, 25| Makkabeüs waren, als hij met hen naderde tot het gebed van God, aarde 773 10, 27| en als zij de vijanden naderden, bleven zij stil staan.~ 774 5, 8 | de koning van Arabië, zo nagejaagd zijnde, dat hij vluchtte 775 4, 16| gekregen, wier leidingen zij naijverden, en wie zij in alles zich 776 1, 20| de koning van Perzië, de nakomelingen der priesters, die het verborgen 777 6, 28| jongelieden een heerlijk voorbeeld nalaten, om voor de eerwaardige 778 8, 26| waarom zij hen niet langer naliepen.~ 779 11, 13| gemengd, bewoond werd, met name Caspin.~ 780 4, 11| voorrechten afgeschaft, die namens de koningen de Joden goedertieren 781 8, 9 | twintigduizend man uit allerlei natiën, om het ganse Joodse volk 782 8, 36| gewond worden, omdat zij navolgen de wetten die door hem geordineerd 783 9, 27| dat hij, mijn voornemen navolgende, u alleszins billijk en 784 12, 12| zonder ophouden drie dagen nedergevallen liggende, heeft Judas hen 785 2, 10| gebeden heeft, en dat het vuur nederkomende de brandoffers heeft verteerd.~ 786 3, 21| menigte onder elkander gemengd nederviel, en in welke verwachting 787 3, 24| zijnde, bezweken en in vrees nedervielen.~ groot~kaartje 788 14, 16| 16 Neem dit heilige zwaard, een 789 6, 16| 16 Daarom neemt hij zijn barmhartigheid 790 8, 24| verminkten het merendeel van Nicanors krijgsvolk, en dwongen hen 791 2, 30| Gelijkerwijs een, die een nieuw huis wil bouwen, bekommerd 792 4, 11| regering verbroken, en een nieuwe onwettige wijze van regering 793 6, 16| hij zijn barmhartigheid nimmer van ons weg, en zijn eigen 794 8, 11| terstond naar de zeesteden, hen nodende om Joodse slaven te kopen, 795 1, 36| 36 En Nehemia noemde het Neftar, hetwelk overgezet 796 11, 11| voorspoedig vochten, zo baden de Nomaden van Arabië, overwonnen zijnde, 797 14, 2 | als de Joden, die hem uit nooddwang volgden, tot hem zeiden: 798 8, 20| was, hoe dat allen die tot noodweer gekomen waren, maar achtduizend 799 4, 23| gedachtenis te brengen enige noodwendige zaken.~ 800 6, 7 | werden door een bittere noodwendigheid gedwongen, om des konings 801 2, 26| boek zal voorkomen, enig nut toe te brengen.~ 802 11, 38| hebbende, kwam in de stad Odollam; en daar de zevende dag 803 10, 15| sterkten in hun macht hebbende, oefenden de Joden, en tot zich genomen 804 4, 14| nemen aan de onwettelijke oefeningen, die in de worstelplaats 805 4, 9 | zichzelf een school en een oefenperk der jeugd zou mogen oprichten, 806 2, 11| hoe Mozes zeide: Opdat de offerandel voor de zonde niet zou gegeten 807 12, 23| met hen verenigd zijnde, offerde hij offeranden, en vereerde 808 9, 11| tot kennis te komen, alle ogenblikken zwaarder met pijnen aangetast 809 12, 15| daarbij geveld de voornaamste olifant, met de menigte dergenen, 810 6, 2 | noemen de tempel van Jupiter Olympius, en de tempel) te Garizin 811 5, 9 | had, is in ballingschap omgekomen, tot de Lacedemoniërs getrokken 812 4, 38| en hem door de ganse stad omgevoerd hebbende tot de plaats, 813 3, 19| vrouwen, zijnde met zakken omgord onder haar borssten, vervulden 814 10, 25| hun lendenen met zakken omgordende,~ 815 1, 34| deze zaak, heeft die plaats omheind en heilig gemaakt.~ 816 12, 24| 24 En omhelsde Makkabeüs, en benoemde hem 817 13, 39| de vijfhonderd soldaten omhem te vangen.~ 818 10, 20| de torens waren, met geld omkopen, en zevenduizend drachmen 819 12, 6 | kwaad gedaan had, dat hij omkwam.~ 820 11, 13| sterke stad, die met muren omsingeld was, en die van allerlei 821 6, 10| hebbende, door de stad openlijk omvoerden, en van de muren afstieten.~ 822 11, 14| proviand. gedroegen zich onachtzaam, scheldende die met Judas 823 5, 10| En hij, die een menigte onbegraven had weggeworpen, over die 824 4, 7 | Jason, de broeder van Onias, onbehoorlijk gestaan naar het hogepriesterschap.~ 825 13, 42| die zijn eerlijk geslacht onbetamelijk was.~ 826 7, 5 | 5 Als hem nu alle leden onbruikbaar waren gemaakt, zo beval 827 11, 28| hebben de stad ingenomen en onderdanig gemaakt, en sloegen van 828 11, 13| en die van allerlei volk, ondereen gemengd, bewoond werd, met 829 13, 33| maken en ik zal het altaar ondergraven, en zal daar weder bouwen 830 10, 14| zijnde van die plaatsen, onderhield vreemd krijgsvolk, en voerde 831 11, 13| 13 En hij ondernam ook een brug te slaan tegen 832 2, 24| vijf boeken, zullen wij ondernemen in een boek kort te vervatten.~ 833 2, 4 | Goddelijke aanspraak was onderricht, hem zou volgen; en hoe 834 1, 30| 30 En de priesters zongen ondertussen lofzangen.~ 835 9, 12| is recht dat men zich God onderwerpe, en dat iemand, een sterfelijk 836 12, 23| Joden gebeden hebbende, onderwierp hij zich aan hen, en zwoer 837 2, 30| schilderen, naarstig moet onderzoeken wat tot sieraad nodig is, 838 3, 12| dat derhalve zulks gans ondoenlijk ware.~ 839 14, 36| dat zij deze dag geenszins ongeëerd zouden laten;~ 840 5, 20| deelachtig was geworden de ongelukken, die over dit volk gekomen 841 7, 1 | werden varkensvlees, hetwelk ongeoorloofd is, te proeven; en werden 842 3, 4 | hogepriester, vanwege de ongerechtigheid, die in de stad gepleegd 843 13, 23| Jeruzalem, en hij deed niets ongerijmds, en hij dankte de scharen 844 14, 40| 40 Want gelijk het ongezond is wijn alleen te drinken, 845 13, 36| eeuwigheid onbesmet dit huis, dat onlangs gereinigd is.~ 846 10, 52| verstaande dat de Hebreeën onoverwinnelijk waren, overmits de alvermogende 847 13, 28| teniet doen; daar de man geen onrecht gedaan had.~ 848 13, 8 | dienst zou doen, want door de onredelijkheid dergenen, waarvan tevoren 849 5, 16| 16 En met zijn onreine handen de heilige vaten 850 4, 13| van doen, om de overgrote onreinheid van de goddeloze Jason, 851 7, 34| 34 Maar gij goddeloze en onreinste van alle mensen, wil u niet 852 8, 4 | onrechtvaardig ombrengen van de onschuldige kleine kinderen, en dat 853 4, 47| Scythen gepleit hadden, als onschuldigen zouden vrijgesproken zijn, 854 4, 28| deze oorzaak door de koning ontboden waren,~ 855 3, 6 | menigte der kostelijke dingen ontelbaar was, en dat ze niet behoorden 856 7, 27| vaderlijke taal: Mijn zoon, ontferm u over mij, die u negen 857 10, 49| daar God zich over hen ontfermde.~ 858 14, 1 | die met Judas waren, zich onthielden in de plaatsen van Samarië, 859 2, 26| die begerig zijn om wel te onthouden, enige hulp, en allen, wie 860 3, 38| krijgen, indien hij behouden ontkomt, omdat in der waarheid in 861 10, 51| met schande vluchtende, ontkwam het ook.~ 862 1, 16| overste met de zijnen, en ontleedden hen, en hun hoofden afgehouwen 863 8, 35| een slaaf die zijn heer ontloopt, en kwam te Antiochië, boven 864 6, 14| lankmoedig blijft, totdat hij hen ontmoet om hen te straffen, als 865 10, 17| sloegen dood allen die hen ontmoetten, en brachten niet minder 866 6, 2 | de tempel te Jeruzalem te ontreinigen, en deze te noemen de tempel 867 5, 27| geen deel te hebben aan de ontreiniging.~ ~ 868 9, 24| gelaten zijn, en zij niet ontroerd worden.~ 869 14, 19| hemel zou geschieden, hen ontroerende.~ 870 14, 10| vermaand, en meteen getoond de ontrouw der heidenen, en de overtreding 871 11, 45| dat degenen, die godzalig ontslapen zijn, een zeer schone genade 872 11, 3 | geen vijandschap tegen hen ontstaan ware.~ 873 1, 8 | slachtofferen, en zemelmeel, en ontstaken de lampen, en zetten de 874 6, 12| zullen lezen, dat zij niet ontsteld worden over deze ellendigheden, 875 12, 23| degenen die met Judas waren, ontving hij de nederlaag. En als 876 7, 35| 35 Want gij zijt nog niet ontvloden het oordeel des almachtigen 877 11, 35| zijn schouder afhouwende, ontvluchtte Gorgias naar Marisa.~ 878 4, 34| hij de rechtvaardigheid ontzag.~ 879 11, 16| hebbende, doodden zij een onuitsprekelijke menigte, zodat het meer, 880 8, 5 | verzameld had, werd hij onverdraaglijk voor de heidenen, daar de 881 9, 10| niemand kon dragen, om de onverdraaglijke stank.~ 882 14, 39| indien ik het slecht en onvolledig heb gedaan, dat is hetgeen 883 10, 70| aangedaan worden, om van hetgeen onvoorzichtig zou mogen gedaan zijn.~ 884 13, 22| vijanden niet te eniger tijd onvoorziens een schelmstuk zou geschieden; 885 13, 30| hij in de gewone omgang onvriendelijker was; en achtende dat deze 886 1, 13| en zijn krijgsmacht, die onwederstandelijk scheen te wezen, zijn geslagen 887 4, 14| om deel te nemen aan de onwettelijke oefeningen, die in de worstelplaats 888 7, 34| verhovaardigen, trots zijnde op onzekere hoop, om uw hand op te heffen, 889 9, 5 | met een ongeneeslijke en onzienlijke plaag; want toen hij deze 890 10, 54| zorgdragende voor hetgeen oorbaar was, stond toe al hetgeen 891 14, 21| gegeven wordt degenen, die hij oordeelt dit waardig te zijn.~ 892 6, 18| werd genoodzaakt zijn mond open te doen, en varkensvlees 893 9, 8 | een rosbaar gedragen, de openbare macht Gods in zich voor 894 4, 17| de volgende tijd zal het openbaren.~ 895 3, 24| van alle macht een grote openbaring gedaan, zodat allen, die 896 1, 16| Antiochus ging in, en zij openden een geheime deur des gewelfs, 897 1, 4 | 4 En opene uw hart in zijn wet, en 898 10, 2 | vreemde heidenen op de markt opgebouwd waren, en bovendien ook 899 10, 28| 28 En als de zon opgegaan was, leverden zij met elkander 900 14, 24| met deze woorden heeft hij opgehouden te bidden.~ 901 10, 62| onze vader tot de goden opgenomen is, wij willende dat degenen, 902 6, 8 | der beesten, de afgoden opgeofferd.~ 903 13, 27| van deze grote booswicht opgeruid zijnde, schreef aan Nicanor, 904 3, 19| en van de maagden, die opgesloten waren, liepen sommigen tezamen 905 14, 32| Almachtige, en die de hals had opgestoken,~ 906 14, 33| tegenover de tempel zou ophangen.~ 907 14, 21| de wildheid der beesten, opheffende zijn handen naar de hemel, 908 9, 18| als de pijnen geenszins ophielden, (want het rechtvaardig 909 7, 38| in mij en mijn broeders ophoude de toom des Almachtigen, 910 10, 36| En de anderen desgelijks opklimmende in de omgang tot hen, die 911 13, 31| de behoorlijke offeranden opofferden, en gebood hun, dat zij 912 4, 9 | oefenperk der jeugd zou mogen oprichten, en dat hij die van Jeruzalem 913 5, 6 | tekenen van overwinning oprichtte, niet van zijn medeburgers, 914 4, 30| die van Tarsus en Mallo in oproer geraakten, omdat zij tot 915 13, 6 | gedurig oorlogen en verwekken oproeren, en laten niet toe dat het 916 4, 9 | van Jeruzalem zou mogen opschrijven onder de burgers van Antiochië.~ 917 11, 44| gevallen waren, weder zouden opstaan, zo zou het tevergeefs en 918 14, 6 | hovaardigheid zijn hals opstekende, had gedacht een algemeen 919 11, 29| 29 En vandaar optrekkende, begaven zij zich naar de 920 7, 9 | opstanding des levens weder opwekken.~ 921 7, 21| met een mannelijk gemoed opwekkende;~ 922 7, 35| almachtigen Gods, die op alles opzicht heeft.~ 923 14, 34| 34 En zij allen opziende naar de hemel dankten de 924 3, 39| hemelse woonstede heeft, is de opziener en helper van die plaats, 925 14, 40| historie aangenaam voor de oren der lezers. En dit zij dan 926 6, 23| en voortreffelijkheid des ouderdoms betaamde, en zijn grauwe 927 11, 24| omdat hij velen hunner ouders en hunner broeders had, 928 6, 4 | tempel werd vervuld met overdadigheid, en brasserijen der heidenen, 929 9, 25| 25 Daarenboven ook overdenkende, dat de prinsen die hierbij 930 1, 31| Nehemia het water, dat nog overgebleven was, te gieten op grote 931 6, 24| negentig jaren oud zijnde, overgegaan is tot het heidendom,~ 932 4, 46| gegaan om zich te verversen, overgehaald,~ 933 8, 14| anderen verkochten alles wat overgelaten was, en baden de Here, dat 934 1, 36| noemde het Neftar, hetwelk overgezet wordt reiniging; en het 935 8, 34| 34 En de overgoddeloze Nicanor, die duizend kooplieden 936 1, 28| 28 Pijnig hen, die ons overheersen, en die ons in hovaardigheid 937 7, 24| aandeed, als de jongste nog overig was, deed niet alleen met 938 8, 6 | en vlekken, onverwachts overkomende, stak hij in brand, en nam 939 11, 38| daar de zevende dag hun overkwam, hebben zij, naar gewoonte 940 8, 2 | volk dat van alle kanten overlast werd aangedaan, en dat hij 941 7, 13| 13 En als ook deze overleden was, hebben zij desgelijks 942 4, 37| heeft geschreid over des overledenen matigheid en grote geschiktheid.~ 943 12, 22| koning hield ten tweeden male overleg met die van Bethsura, en 944 7, 21| verstand, haar vrouwelijke overlegging met een mannelijk gemoed 945 13, 33| mij Judas niet gevangen overlevert, zo zal ik deze tempel Gods 946 10, 52| Hebreeën onoverwinnelijk waren, overmits de alvermogende God met 947 4, 45| opdat hij de koning zou overreden.~ 948 7, 2 | wetten onzer vaderen te overtreden.~ 949 14, 10| ontrouw der heidenen, en de overtreding der eden.~ 950 14, 1 | rustdag met alle zekerheid zou overvallen.~ 951 11, 9 | 9 Zo overviel hij die van Jamnia des nachts, 952 2, 33| geschiedenis schrijft, meer overvloedig in woorden zou zijn dan 953 3, 5 | En als hij Onias niet kon overwinnen, kwam hij tot Apollonius, 954 3, 14| ingegaan om het geld te overzien, en daarop orde te stellen; 955 13, 4 | een gouden kroon, en een palmtak en bovendien ook enige takken, 956 10, 7 | en schone takken, en ook palmtakken, offerden zij lofzangen 957 7, 3 | wordende, gebood dat men pannen en ketels heet zou maken; 958 8, 9 | terstond Nicanor, de zoon van Patroclus, een van de voornaamste 959 9, 4 | oordeel uit de hemel hem reeds persende. Want hij sprak in hovaardigheid: 960 9, 2 | ingegaan in de stad genaamd Persepolis en gewaagde het heilige 961 7, 1 | en werden met geselen en pezen geslagen.~ 962 1, 28| 28 Pijnig hen, die ons overheersen, 963 7, 17| hoe hij u en uw zaad zal pijnigen.~ 964 7, 8 | Waarom deze ook dezelfde pijniging is aangedaan, gelijk de 965 11, 32| En als het feest, genoemd Pinksteren, voorbij was, zo trokken 966 9, 5 | ongeneeslijke en onzienlijke plaag; want toen hij deze woorden 967 6, 8 | bestelling van Ptolomeüs, een plakkaat uitgegaan, dat de Joden 968 1, 29| 29 Plant uw volk in deze uw heilige 969 10, 68| zijnde, uw eigen zaken te plegen.~ 970 13, 19| 19 Daarom zond hij Posidonius, en Theodotus, en Mattathias, 971 3, 15| 15 En de priesters in hun priesterlijke klederen, wierpen zich neder 972 2, 17| en het koninkrijk, en het priesterschap en de heiliging;~ 973 9, 25| ook overdenkende, dat de prinsen die hierbij gelegen en naburen 974 12, 18| 18 De koning nu, een proef gekregen hebbende van de 975 11, 14| muren, en de vooraad van proviand. gedroegen zich onachtzaam, 976 4, 38| terstond Andronicus het purperen kleed afgenomen, en zijn 977 1, 19| het in de holte van een put, die een droge grond had, 978 1, 21| hij hun, dat zij zouden putten, en brengen; en als hetgeen 979 10, 73| geschreven, van deze inhoud: Quintus Memmius, en Titus Manlius, 980 13, 20| 20 En als hierover vele raadplegingen gehouden werden, en de overste 981 14, 5 | kon hij zijn ellendigen raadslag niet uitvoeren.~ 982 4, 4 | twist, en hoe Apollonius raasde, als zijnde overste van 983 7, 25| dat zij de jongeling zou raden tot zijn behoudenis.~ 984 9, 10| sterren des hemels scheen te raken, niemand kon dragen, om 985 10, 26| 26 En nedervallende op de rand, die tegenover het altaar 986 10, 7 | 7 Derhalve dragende ranken van wijngaarden en schone 987 4, 6 | niet zou ophouden van zijn razernij.~ 988 13, 37| 37 En een zekere Razis, van de ouderlingen te Jeruzalem, 989 4, 13| goddeloze Jason, die geen rechte hogepriester was.~ 990 12, 26| Lysias, klimmende op de rechterstoel, verantwoordde dat bekwamelijk, 991 4, 34| besloten, zonder dat hij de rechtvaardigheid ontzag.~ 992 4, 36| geklaagd dat Onias tegen alle reden gedood was.~ 993 2, 31| alles te verhandelen, vele redenen te gebruiken, en bezig te 994 7, 40| 40 En deze is dan zo rein gestorven, geheel op de 995 9, 25| dikwijls in de bovenprovinciën reizende, bij het merendeel van u 996 3, 6 | ze niet behoorden tot de rekening der offeranden, en dat het 997 3, 25| schrikkelijk was, hetwelk sterk rennende zijn voorste voeten op Heliodorus 998 9, 9 | afviel; en dat van zijn reuk het ganse leger bezwaard 999 2, 5 | tabernakel, en de ark, en het reukaltaar daar ingebracht en de deur 1000 10, 3 | twee jaren; en hebben het reukwerk, en de lampen, en de toonbroden


47-godvr | godza-reukw | richt-zache | zacht-zwoer

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License