Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
jeruzalem 2
jeugd 1
jeugdige 1
joden 34
jona 1
jonge 2
jonggeboren 2
Frequency    [«  »]
35 god
35 hebben
35 wij
34 joden
34 nu
33 op
32 deze

Het derde boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

joden

   Chapter, Verse
1 1, 8 | 8 Als nu de Joden enigen uit de raad en uit 2 2, 20| zou ingaan, maar dat al de Joden, onder het volk beschreven, 3 2, 22| niet zou schijnen op alle Joden verstoord te zijn, zo liet 4 3, 1 | haasten, en in één plaats alle Joden vergaderen, en hen met de 5 3, 2 | oorzaak gegeven, alsof de Joden hen verhinderden in het 6 3, 3 | 3 Maar de Joden onderhielden wel tot de 7 3, 3 | wandelden, zo hebben zij enige Joden afgezonderd, en van hun 8 3, 20| En zo wie iemand van de Joden beschermen zal, van de oudste 9 4, 2 | 2 Maar de Joden waren in een gedurige droefheid, 10 4, 10| de koning hoorde, dat der Joden landslieden heimelijk en 11 4, 10| men het ganse geslacht der Joden met hun namen zou beschrijven.~ 12 4, 14| zij de beschrijving der Joden niet langer konden doen, 13 4, 15| giften omgekocht waren om de Joden te doen ontvluchten, zo 14 4, 16| Gods, die uit de hemel de Joden hulp bood.~ ~ 15 5, 1 | zouden zijn, dat men hen de Joden tegemoet zou voeren om hen 16 5, 2 | krijgsoversten, die tegen de Joden vijandig gezind waren; de 17 5, 3 | de handen der ellendige Joden, en bedachten voorts wat 18 5, 4 | 4 Doch de Joden, die voor de heidenen van 19 5, 8 | 8 Als nu de Joden die tevoren betekende ure 20 5, 11| dreigement, waarom men de Joden die dag nog in het leven 21 5, 13| het verderf der gruwelijke Joden.~ 22 5, 16| 16 Maar de Joden waren die ganse tijd in 23 5, 21| inplaats van de onschuldige Joden, die hun gestadige en standvastige 24 5, 23| 23 En de Joden, deze dingen van de koning 25 5, 24| olifanten tot het verderf der Joden.~ 26 5, 27| God, tot verschoning der Joden, waren geschied,~ 27 5, 32| 32 Als nu de Joden het stof van de olifanten, 28 6, 16| 16 En de Joden, dat aanschouwende, hieven 29 6, 17| gezien werden, nevens de Joden.~ 30 6, 32| 32 Maar de Joden gelijkerwijs wij tevoren 31 7, 2 | ook overreed, dat wij de Joden die in ons koninkrijk zijn, 32 7, 5 | de hemelse God zeker de Joden beschermde, en te allen 33 7, 8 | 8 Als de Joden deze brief ontvangen hadden, 34 7, 8 | die uit het geslacht der Joden willens en wetens de heilige


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License