Chapter, Verse
1 1, 3 | alleen hem zou ombrengen, en op die wijze een einde aan
2 1, 9 | gedankt, en hetgeen voorts op die plaats placht te geschieden,
3 1, 12| verachtende, hield hij geenszins op zichzelf daar in te dringen,
4 1, 17| sommigen in de huizen, sommigen op de straten, en zij liepen
5 2, 4 | ook de reuzen waren, die op hun sterkte en stoutheid
6 2, 7 | diepte der zee, maar die op u, die aller schepselen
7 2, 12| deze heilige plaats, die op de aarde uw heerlijke naam
8 2, 16| van de wind, zodat hij nu op de vloer lag, machteloos,
9 2, 19| van de vrienden, lettende op des konings voorstel, ook
10 2, 22| opdat hij niet zou schijnen op alle Joden verstoord te
11 3, 8 | verhovaardigende, gaf geen acht op de kracht van de grote God,
12 3, 17| wel verzekerd, dat dezen op alle manier ons kwalijk
13 3, 18| ontvangen zijn, dat men op diezelfde ure, allen die
14 4, 5 | enige schaamte, om snel op de weg voort te gaan.~
15 4, 9 | dat zij hen zouden legeren op het rijveld voor de stad,
16 4, 10| dat men ook deze eveneens op dezelfde wijze zorgvuldig
17 4, 11| straffen, en zo eindelijk op een bestemde dag uitroeien.~
18 5, 5 | En hun gedurig gebed klom op in de hemel. Hermon nu,
19 5, 13| Bereid zonder oponthoud op gelijke wijze tegen de volgende
20 5, 20| voorzienigheid verstrooid waren, en op hem de ogen houdende, sprak
21 5, 25| uit te roeien, en weder op de daad zo herroept gij,
22 5, 29| bestelden het krijgsvolk op al de geschiktste plaatsen
23 5, 35| waren, zijn zij eendrachtig op hun aangezichten gevallen,
24 6, 2 | zaad van Abraham, en zie op de kinderen van de geheiligde
25 6, 4 | van Assyrië, Sanherib, die op zijn talloze heerkrachten
26 6, 16| hieven een groot geroep op naar de hemel, zodat de
27 6, 29| 29 En zij hielden op van het droevig klaaglied,
28 6, 37| 37 Op welke zij ook met hem gesproken
29 7, 2 | in ons koninkrijk zijn, op een hoop zouden doen bijeenkomen
30 7, 12| verontreinigd hadden, en die op de weg in hun handen vielen,
31 7, 13| 13 En op die dag sloegen zij over
32 7, 15| genaamd Rhodoforos, waar op hen een vloot, naar hun
33 7, 16| daar ook besloten, dat zij op gelijke wijze daar met vrolijkheid
|