Chapter, Verse
1 1, 11| hogepriester, de opperste van alle priesters, en dat maar eenmaal
2 1, 23| onzen hem aan te roepen, die alle kracht heeft, dat hij in
3 2, 16| grotelijks verheven had, hem aan alle zijden slingerende gelijk
4 2, 19| aangewezen zijn, en van alle gerechtigheid afgezonderd
5 2, 19| dat hij lasteringen in alle plaatsen tegen het volk
6 2, 22| hij niet zou schijnen op alle Joden verstoord te zijn,
7 3, 1 | haasten, en in één plaats alle Joden vergaderen, en hen
8 3, 3 | versierden, zo waren zij bij alle mensen geprezen.~
9 3, 9 | Ptolomeüs Filopator wenst alle stadhouders en krijgslieden
10 3, 13| weerstaan, waardoor wij met alle mensen vriendschap hebben,
11 3, 14| gekomen, en hebben in Egypte alle volken met vriendelijkheid
12 3, 16| verwerpende, en tot het kwaad alle tijd genegen zijnde, hebben
13 3, 17| verzekerd, dat dezen op alle manier ons kwalijk gezind
14 4, 13| en hield maaltijden voor alle afgoden; zijn hart was verre
15 4, 14| plaatsen, zodat het ook alle stadhouders in Egypte onmogelijk
16 5, 4 | die voor de heidenen van alle hulp schenen ontbloot te
17 5, 4 | Here, en de heerser over alle macht, hun barmhartige God
18 6, 1 | zijn jaren gekomen, en met alle deugd in dit leven versierd
19 6, 2 | opperste en almachtige God, die alle geschapen dingen in ontferming
20 6, 13| dat met tranen; laat het alle volken blijken, dat gij
21 6, 21| zijn vrienden, zeggende: alle sterkheid en alle onredelijk
22 6, 21| zeggende: alle sterkheid en alle onredelijk ongelijk der
23 6, 24| goedwilligheid tot ons in alles alle volken te boven gaan, en
24 6, 27| verderf te gevoelen nu met alle vrolijkheid de feestdagen
25 7, 3 | vijandschap, welke dezen tegen alle volken hebben, totdat dit
26 7, 5 | goedertierenheid, die wij hebben jegens alle mensen, hun nauwelijks het
27 7, 5 | en spreken hen vrij van alle beschuldiging, hoedanig
28 7, 7 | heerser aller mogendheid, alle tijd in alles onvermijdelijk
29 7, 10| ook, en gaf hun macht over alle zodanigen dat zij degenen,
30 7, 10| Gods overtreden hadden, in alle plaatsen van zijn koninkrijk
31 7, 15| goedwillig aan een ieder alle nooddruft tot de reis, totdat
|