Chapter, Verse
1 1, 24| 24 En uit het zeer sterk, en moeilijk tezamen
2 2, 5 | werkten, en door hun boosheden zeer bekend waren, met vuur en
3 2, 8 | die verheerlijkt met een zeer heerlijke verschijning,
4 2, 17| hem had aangegrepen, met zeer grote vrees verslagen, en
5 3, 6 | hen getroost, en namen het zeer kwalijk, en meenden dat
6 3, 12| tempel in te gaan, en die met zeer betamelijke en zeer schone
7 3, 12| met zeer betamelijke en zeer schone geschenken te vereren,
8 3, 16| altijd, dat wij door dit hun zeer oneerlijk leven onze goede
9 3, 19| rijks in een goede stand en zeer goede orde volmaakt gesteld
10 4, 4 | verandering van dit leven, hun zeer ellendige wegzending beweenden.~
11 4, 10| hunner broederen, zo werd hij zeer verstoord, en gelastte,
12 5, 7 | des Heren werd hij met een zeer zoete en diepe slaap bevangen,
13 5, 7 | onrechtvaardig voornemen mislukte hem zeer, en in zijn onverzettelijk
14 5, 10| de tegenwoordige maaltijd zeer blij te houden, en in vrolijkheid
15 5, 15| stad vergaderde tot dit zeer ellendig schouwspel, en
16 5, 28| 28 Met een zeer onreine eed vast gezworen,
17 5, 29| zijn de vrienden en magen zeer blijde geworden, met vertrouwen
18 5, 30| olifanten heeft de beesten met zeer welriekende dranken, en
19 5, 35| de borsten, en riepen met zeer luide stem, en baden de
20 6, 5 | afgoden, verlost, en de zeer doorgloeide oven als met
21 6, 17| 17 Toen heeft de zeer heerlijke, almachtige, en
22 6, 28| plaats van een bittere en zeer beklagelijke dood te sterven,
23 6, 30| hemel zonder ophouden en zeer heerlijk, over die onverwachte
24 6, 35| schepselen zijn barmhartigheid zeer heerlijk bewezen, en hen
25 7, 2 | gedreven door boosaardigheid, zeer dikwijls bij ons aangehouden,
26 7, 5 | hoewel hen over deze zaken zeer hard dreigende, als wij
27 7, 14| uit de stad met allerlei zeer welriekende bloemen bekroond,
28 7, 17| huis ongedeerd, vrij en zeer vrolijk, als die door des
29 7, 18| hadden, het aan hen met zeer grote vrees wedergaven,
|