Chapter, Verse
1 1, 7 | overwonnen had, zo nam hij voor tot de naastgelegene steden
2 1, 10| verwonderde, zo nam hij voor en was van zins in het binnenste
3 1, 19| wapenen grijpen en mannelijk voor de vaderlijke wet sterven
4 2, 20| 20 En hij nam voor openlijk dit volk smaadheid
5 2, 24| van de godzaligheid; en voor het leven onbeschroomd geld
6 3, 2 | eensgezind waren, tot dit voor nemen oorzaak gegeven, alsof
7 3, 3 | waarom zij door sommigen voor vijanden gehouden werden;
8 3, 19| dat in toekomende tijden, voor ons de zaken des rijks in
9 3, 22| onnut ten eeuwigen tijde voor het gehele menselijke geslacht.
10 4, 4 | om de ongewone straffen voor ogen namen de algemene barmhartigheid,
11 4, 7 | vrolijkheid, als die reeds de dood voor hun ogen gesteld zagen.~
12 4, 9 | zouden legeren op het rijveld voor de stad, zijnde groot in
13 4, 9 | en bovenmate wel gelegen voor degenen, die daar voorbij
14 4, 9 | naar de stad kwamen, en voor degenen onder hen, die buiten
15 4, 13| blijdschap, en hield maaltijden voor alle afgoden; zijn hart
16 5, 4 | 4 Doch de Joden, die voor de heidenen van alle hulp
17 5, 4 | en hen uit de dood, die voor hun voeten bereid was, met
18 5, 18| onwetendheid bevangen was) wat dat voor een zaak was, waarom hij
19 5, 21| zullen, die zullen zichzelf voor de wrede beesten tot een
20 5, 22| en aangezicht; en de een voor, de ander na van de vrienden
21 5, 32| zo meenden zij, dat dit voor hen het laatste ogenblik
22 6, 22| overtroffen, en gij neemt voor ook mijzelf, die uw genadige
23 6, 37| schreef met grootmoedigheid voor hen de volgende brief, aan
24 7, 2 | 2 Als de grote God voor ons de zaken gelukkig bestierde
25 7, 3 | 3 En zij gaven voor, dat onze zaken nimmer een
26 7, 5 | beschermde, en te allen tijde voor hen, als een vader voor
27 7, 5 | voor hen, als een vader voor zijn kinderen, streed; ook
28 7, 9 | 9 En zij wendden voor, dat, die om des buiks wil
|