Chapter, Verse
1 1, 3 | voltrekken, nam tot zich de beste uit de wapenen van Ptolomeüs,
2 1, 8 | 8 Als nu de Joden enigen uit de raad en uit de oudsten
3 1, 8 | Joden enigen uit de raad en uit de oudsten tot hem hadden
4 1, 24| 24 En uit het zeer sterk, en moeilijk
5 2, 3 | rechtvaardig vorst, en die uit wrevel en hoogmoed iets
6 2, 9 | 9 En uit liefde tot het huis Israëls
7 2, 10| vernedering, en hen verlost hebt uit grote ellende.~
8 2, 15| 15 Wis onze zonden uit, en verstrooi onze dwalingen,
9 2, 17| trokken zij hem terstond uit de tempel.~
10 3, 21| deze straf valt, en nog uit des konings schatkamer tweeduizend
11 4, 10| landslieden heimelijk en dikwijls uit de stad uitgingen, om te
12 4, 16| voorzienigheid Gods, die uit de hemel de Joden hulp bood.~ ~
13 5, 3 | tegen de avond de dienaars uit, en bonden de handen der
14 5, 4 | genomen wilde afkeren, en hen uit de dood, die voor hun voeten
15 5, 15| grote plaats; en het volk uit de ganse stad vergaderde
16 5, 16| gezangen strekten zij de handen uit tot de hemel, en baden de
17 5, 17| stond bij hem, en riep om uit te gaan, en wees aan, dat
18 5, 25| ten derden male gelast hen uit te roeien, en weder op de
19 5, 25| de daad zo herroept gij, uit verandering, wat gij bevolen
20 5, 35| de verlossingen, die hun uit de hemel tevoren geschied
21 6, 1 | voortreffelijk man, een uit de priesters van het land,
22 6, 4 | tegen uw heilige stad, en uit opgeblazenheid, en stoutheid
23 6, 17| poorten van de hemel geopend; uit welke twee heerlijke engelen,
24 6, 27| feest te houdig nodig was, uit te reiken; goedvindende
25 7, 8 | koning, dat degenen, die uit het geslacht der Joden willens
26 7, 14| hadden vertrokken gelijk uit de stad met allerlei zeer
27 7, 18| allen kregen allen het hunne uit de aantekening weder, zodat
|