Chapter, Verse
1 2, 3 | geschapen, en aller dingen macht hebt, gij zijt een rechtvaardig
2 2, 4 | 4 Gij hebt degenen die in vorige tijden
3 2, 5 | 5 Gij hebt de Sodomieten, toen zij
4 2, 6 | 6 Gij hebt de trotse Faraö, die uw
5 2, 7 | schepselen Here zijt, betrouwden, hebt gij behouden daardoor gevoerd;
6 2, 8 | 8 Gij hebt, o Koning, die de oneindige
7 2, 8 | onmetelijke aarde geschapen hebt, deze stad uitverkoren,
8 2, 8 | gij geen ding behoeft; en hebt die verheerlijkt met een
9 2, 9 | liefde tot het huis Israëls hebt gij beloofd, indien wij
10 2, 10| verdrukt waren, hen geholpen hebt in hun vernedering, en hen
11 2, 10| vernedering, en hen verlost hebt uit grote ellende.~
12 2, 13| het volk Israël zij, zo hebt gij deze plaats geheiligd.~
13 5, 25| als onverstandigen? gij hebt nu ten derden male gelast
14 5, 25| verandering, wat gij bevolen hebt;~
15 6, 3 | 3 Gij hebt Farao, die vele wagens had,
16 6, 4 | 4 Gij hebt de machtige koning van Assyrië,
17 6, 4 | woorden sprak, gij, Here, hebt hem gebroken en aan vele
18 6, 5 | 5 Gij hebt de drie metgezellen, die
19 6, 6 | 6 Gij hebt Daniël, die door nijdige
20 6, 6 | het licht gebracht; en gij hebt, o Vader, Jona, die in de
21 6, 10| eeuwige Here, gij die macht hebt, zie ons nu aan.~
22 6, 12| verwonderen, gij die macht hebt over het behouden van het
23 6, 13| aangezicht van ons niet hebt afgewend;~
24 6, 14| 14 Maar gelijk gij gezegd hebt, dat gij hen, ook zijnde
25 6, 14| hunner vijanden, niet veracht hebt, zo volbreng het, o Here.~
26 6, 22| misbruikt de koning, en hebt de tirannen in wreedheid
|