Chapter, Verse
1 1, 2 | zijn krijgslieden hun leger hadden.~
2 1, 8 | en uit de oudsten tot hem hadden afgezonden om hem te begroeten,
3 1, 25| zij allen de dood liever hadden dan de besmetting van die
4 2, 24| opschrijven te bevrijden, en zij hadden goede hoop, en vertrouwen
5 3, 10| krijgstocht in Azië gedaan hadden, die gijlieden ook zelf
6 3, 11| steden vele renten uitgedeeld hadden, zo zijn wij ook te Jeruzalem
7 3, 12| want toen wij voorgenomen hadden in het binnenste van hun
8 4, 6 | huwelijke staat begeven hadden, ontvingen, in plaats van
9 4, 12| ondergang, en in veertig dagen hadden zij nog geen einde.~
10 5, 23| deze hulp van God verkregen hadden.~
11 5, 34| 34 En anderen hadden de jonggeboren kinderen
12 6, 31| blijdschap opgeschreven hadden, die zuchtten nu, en waren
13 6, 35| dienaars nu van de koning hadden hen beschreven van de vijfentwintigste
14 6, 35| veertig dagen lang; en zij hadden besloten, hen om te brengen
15 7, 8 | Joden deze brief ontvangen hadden, haastten zij zich niet
16 7, 8 | de wet van God verlaten hadden, door hen mochten ontvangen
17 7, 9 | Goddelijke geboden overtreden hadden, nimmer welgezind zouden
18 7, 10| die de wet Gods overtreden hadden, in alle plaatsen van zijn
19 7, 12| die zich verontreinigd hadden, en die op de weg in hun
20 7, 14| de dood toe zich aan God hadden gehouden, als zij nu de
21 7, 14| hunner behoudenis verkregen hadden vertrokken gelijk uit de
22 7, 17| gebod behouden waren en zij hadden meer macht tegen hun vijanden,
23 7, 18| zodat die iets van het hunne hadden, het aan hen met zeer grote
|