Chapter, Verse
1 1, 18| daarin tezamen gekomen waren, tegen hetgeen onheilig door hem
2 2, 19| lasteringen in alle plaatsen tegen het volk zaaide, en dat
3 3, 1 | niet alleen vergramd was tegen Alexandrië, maar ook de
4 3, 2 | werd een gruwelijk gerucht tegen dit volk uitgestrooid, zijnde
5 3, 5 | onverhoopt oproer zagen tegen deze mensen, en dat er een
6 3, 8 | zou blijven, ja schreef tegen hen deze brief:~
7 3, 13| volken hun hals opheffen tegen de koningen, en hun eigen
8 3, 17| mogelijk hierna enig oproer tegen ons mocht ontstaan, wij
9 4, 13| toespreken of helpen; maar tegen de hoogste God sprak hij
10 5, 2 | vrienden en krijgsoversten, die tegen de Joden vijandig gezind
11 5, 3 | 3 Daarenboven gingen tegen de avond de dienaars uit,
12 5, 4 | dat hij de goddeloze raad tegen hen genomen wilde afkeren,
13 5, 13| oponthoud op gelijke wijze tegen de volgende dag de olifanten
14 5, 14| om allerlei bespottingen tegen deze, zo men meende, ellendige
15 5, 24| wapen immers nu eenmaal tegen morgen de olifanten tot
16 5, 28| ten grave zenden, maar ook tegen Judea een heerleger voeren,
17 6, 4 | gekregen had, en zich verhief tegen uw heilige stad, en uit
18 6, 20| dingen, die hij tevoren tegen hen bedacht had.~
19 7, 3 | vijandschap, welke dezen tegen alle volken hebben, totdat
20 7, 7 | zult weten, is het dat wij tegen hen iets kwaads zullen bedenken
21 7, 17| en zij hadden meer macht tegen hun vijanden, dan tevoren,
|