Chapter, Verse
1 1, 11| noch ook al de priesters daar in te gaan, dan alleen de
2 1, 12| hij geenszins op zichzelf daar in te dringen, zeggende,
3 1, 12| dringen, zeggende, dat hij daar moest ingaan; en hoewel
4 1, 12| waarom niemand van die daar tegenwoordig waren hem verhinderd
5 1, 14| verschrikten degenen die hier en daar in de stad overgebleven
6 1, 14| iets verborgens was hetgeen daar gedaan was.~
7 1, 17| jonggeboren kindertjes hier en daar, sommigen in de huizen,
8 1, 18| 18 En daar was menigerlei gesmeek van
9 3, 13| 13 Daar zij nochtans onze sterkte
10 4, 5 | 5 Want daar ging vooraan een menigte
11 4, 9 | gelegen voor degenen, die daar voorbij naar de stad kwamen,
12 4, 14| ontelbare menigte, dewijl daar nog veel meer hier en daar
13 4, 14| daar nog veel meer hier en daar in het land waren, sommigen
14 5, 14| gezegd had, prezen allen die daar tegenwoordig waren hem tegelijk,
15 5, 22| en lieten degenen, die daar vergaderd waren, heengaan,
16 5, 25| Maar de bloedvrienden, die daar mede aanzaten, over zijn
17 5, 28| zij de offeranden offerden daar wij niet mogen ingaan, zeide
18 7, 15| wachtende was, hielden zij daar een vreugdemaaltijd van
19 7, 16| dankzegging, zo hebben zij daar ook besloten, dat zij op
20 7, 16| dat zij op gelijke wijze daar met vrolijkheid die dagen
|