Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
zie 4
zien 1
ziet 1
zij 116
zijde 1
zijden 1
zijn 75
Frequency    [«  »]
139 van
134 in
131 het
116 zij
99 een
95 dat
93 te

Het derde boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

zij

    Chapter, Verse
1 1, 5 | met loshangend haar, dat zij zichzelf en haar kinderen, 2 1, 5 | te hulp zouden komen, en zij beloofde de overwinnaars 3 1, 12| moest ingaan; en hoewel zij van de eer beroofd zijn, 4 1, 14| indrong, te bedwingen; als zij ook de tempel met geroep 5 1, 16| betamelijke schaamte, en zij maakten een onordentelijk 6 1, 17| sommigen op de straten, en zij liepen zonder ophouden te 7 1, 19| dacht te volbrengen, riepen zij dat men de wapenen grijpen 8 1, 19| vaderlijke wet sterven zou, en zij maakten aan die plaats een 9 1, 20| 20 En als zij ternauwernood door de raad 10 1, 20| gestild waren, zo begaven zij zich weder tot dezelfde 11 1, 23| om de koning stonden, als zij dit zagen hebben zij zich 12 1, 23| als zij dit zagen hebben zij zich omgekeerd, om met de 13 1, 25| een weerklank gaven, alsof zij allen de dood liever hadden 14 2, 5 | hebt de Sodomieten, toen zij allen hovaardigheid werkten, 15 2, 13| heerlijkheid onder het volk Israël zij, zo hebt gij deze plaats 16 2, 17| vrienden en lijfwachten, als zij de snelle straf zagen, die 17 2, 17| leven zou verliezen, trokken zij hem terstond uit de tempel.~ 18 2, 23| gaven zich licht over, alsof zij enige grote eer zouden deelachtig 19 2, 23| om de gemeenschap, die zij zouden hebben met de koning.~ 20 2, 24| plaats biedende, poogden zij zichzelf van het opschrijven 21 2, 24| opschrijven te bevrijden, en zij hadden goede hoop, en vertrouwen 22 2, 24| hoop, en vertrouwen dat zij hulp zouden verkrijgen.~ 23 2, 25| waren hun een gruwel, en zij hielden hen als vijanden 24 3, 3 | goedwilligheid en trouw, doch omdat zij God dienden, en in zijn 25 3, 3 | wet wandelden, zo hebben zij enige Joden afgezonderd, 26 3, 3 | gemeenschap afgekeerd; waarom zij door sommigen voor vijanden 27 3, 3 | gehouden werden; maar omdat zij hun handel en wandel met 28 3, 3 | gerechtigheid versierden, zo waren zij bij alle mensen geprezen.~ 29 3, 4 | andere gebruiken, dat maakten zij overal ruchtbaar, zeggende, 30 3, 4 | verzoenbaar waren, maar dat zij gruwelijk waren, en grote 31 3, 4 | koninkrijk; zo bezwaarden zij hen rondom met geen gewone 32 3, 5 | geen leed geschied was, als zij dit onverhoopt oproer zagen 33 3, 6 | 6 Maar zij hebben hen getroost, en 34 3, 6 | veranderen, want zeiden zij, die God, die alles bekend 35 3, 7 | en deden beloften, dat zij hen mede wilden beschermen, 36 3, 12| 12 Doch zij hebben wel met woorden onze 37 3, 12| geschenken te vereren, zo hebben zij, gedreven zijnde door hun 38 3, 13| 13 Daar zij nochtans onze sterkte niet 39 3, 13| openbaar bewijzende, willen zij niet wat billijk en behoorlijk 40 3, 16| 16 Maar zij het tegendeel hopende, en 41 3, 16| burgerschap verstoten, maar zij hebben ook een afkeer, zowel 42 3, 16| oprecht welgezind zijn, en zij hopen altijd, dat wij door 43 4, 4 | 4 Want zo werden zij met een bitter en onbarmhartig 44 4, 5 | grauwe haren bedekt, en zij misbruikten de benen, die 45 4, 6 | was met as bestrooid, en zij werden ongedekt weggevoerd, 46 4, 6 | gebonden zijnde, werden zij openlijk tot binnen in het 47 4, 8 | 8 En zij werden gedreven als beesten, 48 4, 8 | zouden verblind worden, en zij in de ganse scheepvaart 49 4, 9 | zo heeft hij gelast dat zij hen zouden legeren op het 50 4, 9 | der straf te zien; opdat zij noch met zijn krijgsvolk 51 4, 12| in veertig dagen hadden zij nog geen einde.~ 52 4, 14| schrijvers de koning, dat zij de beschrijving der Joden 53 4, 15| te harder dreigde, alsof zij met giften omgekocht waren 54 4, 15| ontvluchten, zo gebeurde het dat zij hem klaar bericht deden, 55 4, 15| klaar bericht deden, als zij hem zeiden en bewezen, dat 56 4, 15| papier en schrijfpennen, die zij zouden gebruiken hun reeds 57 5, 1 | ongemengde wijn; en als zij door het overvloedig geven 58 5, 4 | ontbloot te zijn, omdat zij alom met banden en benauwdheid 59 5, 8 | ure ontkomen waren, prezen zij hun heilige God; en zij 60 5, 8 | zij hun heilige God; en zij baden hem weder, die zich 61 5, 12| wreedheid had dan Falaris, dat zij dit aan de huidige slaap 62 5, 14| naar zijn eigen huis; en zij gebruikten de tijd van die 63 5, 16| weemoedige gezangen strekten zij de handen uit tot de hemel, 64 5, 26| van samenscholing, zodat zij dikwijls in gevaar is geweest 65 5, 28| en hun heiligdom, waar zij de offeranden offerden daar 66 5, 29| vertrouwen vertrokken en zij bestelden het krijgsvolk 67 5, 32| getuimel hoorden, zo meenden zij, dat dit voor hen het laatste 68 5, 33| 33 En zij keerden zich tot geklag 69 5, 35| 35 Doch wederom, als zij gedachten de verlossingen, 70 5, 35| tevoren geschied waren, zijn zij eendrachtig op hun aangezichten 71 6, 18| 18 En zij deden weerstand, en zij 72 6, 18| zij deden weerstand, en zij vervulden het heerleger 73 6, 21| hoorde en aanmerkte dat zij allen ten verderve voorover 74 6, 26| dit sprak de koning; en zij werden van stonden aan ontbonden, 75 6, 26| heilige God, hun behouder, als zij de dood ontkomen waren.~ 76 6, 27| reiken; goedvindende dat zij in die plaats, in welke 77 6, 27| in die plaats, in welke zij meenden het verderf te gevoelen 78 6, 28| 28 Toen hielden zij (die tevoren versmaadheid 79 6, 28| met blijdschap, deelden zij de plaats af, die hun ten 80 6, 29| 29 En zij hielden op van het droevig 81 6, 29| wonderwerker prijzende; en zij weerden van zich al het 82 6, 33| 33 En zij maakten daarvan een algemene 83 6, 34| 34 Daarna gingen zij tot de koning en verzochten 84 6, 35| veertig dagen lang; en zij hadden besloten, hen om 85 6, 36| 36 Zij hebben dan de maaltijd gehouden, 86 6, 37| 37 Op welke zij ook met hem gesproken hebben 87 7, 3 | 3 En zij gaven voor, dat onze zaken 88 7, 5 | de vriendschap, waarmede zij ons en onze voorouders een 89 7, 5 | beschuldiging, hoedanig die ook zij.~ 90 7, 6 | gelast, en gelasten dat zij tot al het hunne mogen wederkeren, 91 7, 8 | ontvangen hadden, haastten zij zich niet om terstond te 92 7, 8 | terstond te vertrekken, maar zij baden de koning, dat degenen, 93 7, 9 | 9 En zij wendden voor, dat, die om 94 7, 10| 10 En hij begreep, dat zij de waarheid zeiden, en prees 95 7, 10| over alle zodanigen dat zij degenen, die de wet Gods 96 7, 11| 11 Toen hebben zij de koning (gelijk het betaamde) 97 7, 11| menigte riepen: Hallelujah, en zij vertrokken met blijdschap.~ 98 7, 12| 12 En zo straften zij hun medeburgers, die zich 99 7, 12| in hun handen vielen, en zij sloegen hen dood na hen 100 7, 13| 13 En op die dag sloegen zij over de driehonderd mannen 101 7, 14| 14 Maar zij, die tot de dood toe zich 102 7, 14| God hadden gehouden, als zij nu de volkomen genieting 103 7, 14| blijdschap en gejuich; en zij dankten met lofliederen 104 7, 15| 15 Als zij nu gekomen waren tot de 105 7, 15| lang wachtende was, hielden zij daar een vreugdemaaltijd 106 7, 15| nooddruft tot de reis, totdat zij thuis kwamen.~ 107 7, 16| 16 En toen zij te Ptolomaïs met vrede gekomen 108 7, 16| behoorlijke dankzegging, zo hebben zij daar ook besloten, dat zij 109 7, 16| zij daar ook besloten, dat zij op gelijke wijze daar met 110 7, 16| dagen wilden vieren, zolang zij in vreemdelingschap leefden.~ 111 7, 17| 17 Aan welke zij ook tot een heilig gebruik 112 7, 17| zegenende. En zo vertrokken zij te land en ter zee, en over 113 7, 17| gebod behouden waren en zij hadden meer macht tegen 114 7, 18| 18 En zij werden door niemand enigszins 115 7, 18| goederen verstoten, maar zij allen kregen allen het hunne 116 7, 19| 19 De Verlosser Israëls zij te prijzen in der eeuwigheid.


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License