Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
droevig 2
dwalingen 1
eed 1
een 99
één 1
eendrachtig 1
eenmaal 2
Frequency    [«  »]
134 in
131 het
116 zij
99 een
95 dat
93 te
81 hij

Het derde boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

een

   Chapter, Verse
1 1, 3 | 3 En een zekere Theodotus, trachtende 2 1, 3 | ombrengen, en op die wijze een einde aan de krijg maken.~ 3 1, 4 | van Drimylus, van geboorte een Jood, doch die daarna de 4 1, 4 | had hem weggevoerd, en een onbeduidend mens in de tent 5 1, 5 | 5 En als er een bloedige slag geschiedde, 6 1, 13| 13 En een antwoordde: Het is onvoorzichtig 7 1, 16| schaamte, en zij maakten een onordentelijk geloop in 8 1, 19| zij maakten aan die plaats een grote verbittering.~ 9 1, 22| slaande, trad toe, en meende een einde te maken aan hetgeen 10 1, 24| geschreeuw des volks, ontstond een geroep dat niet was te vergelijken,~ 11 1, 25| muren, ja de gehele vloer een weerklank gaven, alsof zij 12 2, 1 | uitstrekkende tot de hemel, deed een zodanig gebed:~ 13 2, 2 | die verdrukt worden door een onheilig en goddeloos mens, 14 2, 3 | dingen macht hebt, gij zijt een rechtvaardig vorst, en die 15 2, 4 | vernield, over hen brengende een onmetelijk water van de 16 2, 5 | verbrand, hen stellende tot een voorbeeld aan de komende 17 2, 8 | hebt die verheerlijkt met een zeer heerlijke verschijning, 18 2, 18| 18 Maar als hij een wijle daarna weder tot zichzelf 19 2, 20| smaadheid aan te doen; in een toren bij het hof liet hij 20 2, 20| toren bij het hof liet hij een pilaar oprichten en dit 21 2, 20| het volk beschreven, tot een slaafse staat weggevoerd 22 2, 21| hun lichaam, namelijk met een klimopblad, het wapen van 23 2, 25| van hen afweken waren hun een gruwel, en zij hielden hen 24 3, 2 | geordineerd waren, zo werd een gruwelijk gerucht tegen 25 3, 3 | onderhielden wel tot de koningen een onveranderlijke goedwilligheid 26 3, 5 | tegen deze mensen, en dat er een onverwachte toeloop geschiedde, 27 3, 5 | hulp doen (want het was een tirannieke handelwijze),~ 28 3, 6 | die alles bekend is, zal een zodanig besluit niet zo 29 3, 16| verstoten, maar zij hebben ook een afkeer, zowel met woorden, 30 3, 18| plagen ons toezenden, tot een onafbiddelijke en schandelijke 31 3, 19| ons de zaken des rijks in een goede stand en zeer goede 32 3, 22| enigszins zal bevinden dat een Jood verborgen wordt, die 33 4, 1 | gemaakt, hielden de heidenen een gemeenschappelijke maaltijd 34 4, 2 | 2 Maar de Joden waren in een gedurige droefheid, en hun 35 4, 4 | 4 Want zo werden zij met een bitter en onbarmhartig gemoed 36 4, 5 | 5 Want daar ging vooraan een menigte van oude mannen 37 4, 5 | waren en dreven die met een geweldig voortstuwen, zonder 38 4, 6 | plaats van bruiloftsliederen, een jammerlijk geschrei, als 39 4, 8 | verzekerd; en daarenboven werd een dicht luik boven het hoofd 40 4, 11| wilde belasten met de dienst een weinig tevoren aan hen bekend 41 4, 11| straffen, en zo eindelijk op een bestemde dag uitroeien.~ 42 4, 16| 16 Doch dit was een krachtig werk van de onoverwinnelijke 43 5, 3 | geslacht tegelijk des morgens een einde zou nemen en uitgeroeid 44 5, 4 | hun voeten bereid was, met een heerlijke verschijning verlossen.~ 45 5, 6 | 6 Maar God heeft een slaap (de goede beschikking 46 5, 7 | werking des Heren werd hij met een zeer zoete en diepe slaap 47 5, 11| zich; en hij vroeg hem met een bitter dreigement, waarom 48 5, 14| met blijdschap, en keerden een ieder weder naar zijn eigen 49 5, 18| bevangen was) wat dat voor een zaak was, waarom hij dit 50 5, 18| waarom hij dit met zulk een haast verricht had; doch 51 5, 18| heerst, die in het verstand een vergetelheid gelegd had 52 5, 21| voor de wrede beesten tot een overvloedige spijs bereid 53 5, 22| Zo verdroeg Hermon zulk een onverwacht en vervaarlijk 54 5, 22| gelaat en aangezicht; en de een voor, de ander na van de 55 5, 22| vergaderd waren, heengaan, een ieder tot zijn arbeid.~ 56 5, 24| zijn wijze van doen weder een maaltijd aangericht had, 57 5, 24| ellendige, hoe dikwijls moet men een en hetzelfde gelasten? wapen 58 5, 27| de koning, die in alles een tweede Falaris was, vol 59 5, 28| 28 Met een zeer onreine eed vast gezworen, 60 5, 28| zenden, maar ook tegen Judea een heerleger voeren, en het 61 5, 30| bijna om zo te zeggen in een razende gestalte gebracht, 62 5, 31| uitgelopen, als die zelf met een wreed gemoed, en met zijn 63 5, 32| gaan des volks zagen, en een gruwelijk geluid en getuimel 64 5, 35| dat hij zich over hen met een heerlijke verschijning wilde 65 6, 1 | 1 En een zekere Eleazar, een voortreffelijk 66 6, 1 | 1 En een zekere Eleazar, een voortreffelijk man, een 67 6, 1 | een voortreffelijk man, een uit de priesters van het 68 6, 2 | geheiligd erfdeel, dat in een vreemd land een vreemdeling 69 6, 2 | dat in een vreemd land een vreemdeling is, en onrechtvaardig 70 6, 3 | als hij zich verhief met een onbarmhartige stoutheid, 71 6, 3 | onbarmhartige stoutheid, en met een grootsprekende tong) in 72 6, 3 | en het geslacht Israëls een licht van uw barmhartigheid 73 6, 5 | doorgloeide oven als met een dauw begoten, dat niet een 74 6, 5 | een dauw begoten, dat niet een haar aan hen gekrenkt is, 75 6, 6 | Jona, die in de buik van een walvis, die zich in de diepte 76 6, 16| dat aanschouwende, hieven een groot geroep op naar de 77 6, 16| bijliggende valleien mede een weerklank gaven, en het 78 6, 16| gaven, en het ganse heer tot een onbedwingelijk schreien 79 6, 23| bewaarden, zo onredelijk een ieder van zijn huis afgevoerd 80 6, 25| af tot nu toe onze zaken een voorspoedige en heerlijke 81 6, 28| gegaan waren), in plaats van een bittere en zeer beklagelijke 82 6, 28| beklagelijke dood te sterven, een maaltijd des behouds, en 83 6, 29| stelden vrolijke reien aan tot een teken der vreedzame blijdschap.~ 84 6, 30| koning om dezer zaken wil een grote maaltijd, en loofde 85 6, 31| verderve, en om te zijn een aas der vogelen gesteld 86 6, 33| 33 En zij maakten daarvan een algemene wet, en besloten 87 7, 2 | ons koninkrijk zijn, op een hoop zouden doen bijeenkomen 88 7, 3 | voor, dat onze zaken nimmer een goede stand zouden hebben, 89 7, 5 | allen tijde voor hen, als een vader voor zijn kinderen, 90 7, 5 | zij ons en onze voorouders een vaste goedwilligheid bewijzen, 91 7, 6 | 6 En wij hebben een ieder gelast, en gelasten 92 7, 7 | bedroeven, dat wij niet een mens, maar de hoogste God, 93 7, 7 | hebben, tot wraak van zulk een doen. Vaartwel.~ 94 7, 15| Rhodoforos, waar op hen een vloot, naar hun algemeen 95 7, 15| wachtende was, hielden zij daar een vreugdemaaltijd van hun 96 7, 15| beschikte goedwillig aan een ieder alle nooddruft tot 97 7, 17| 17 Aan welke zij ook tot een heilig gebruik in een gedachtenis 98 7, 17| tot een heilig gebruik in een gedachtenis pilaar gewijd 99 7, 17| zee, en over de rivieren, een ieder naar zijn huis ongedeerd,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License