Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
hierna 1
hierover 1
hieven 2
hij 81
hoe 2
hoedanig 1
hoewel 5
Frequency    [«  »]
99 een
95 dat
93 te
81 hij
78 hun
75 zijn
70 tot

Het derde boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

hij

   Chapter, Verse
1 1, 1 | waren, dat de plaatsen, die hij bezet had, hem door Antiochus 2 1, 1 | ontnomen waren, zo heeft hij al zijn krijgsvolk, beide 3 1, 3 | tent van Ptolomeüs, opdat hij alleen hem zou ombrengen, 4 1, 7 | aanslag overwonnen had, zo nam hij voor tot de naastgelegene 5 1, 7 | hen te vermanen. En als hij dit gedaan, en de tempelen 6 1, 7 | beschonken had, zo heeft hij zijn onderdanen moedig gemaakt.~ 7 1, 8 | wensen, gebeurde het dat hij temeer voornam ten spoedigste 8 1, 9 | 9 En als hij te Jeruzalem kwam, en de 9 1, 10| 10 En als hij ook tot de heilige plaats 10 1, 10| tempel verwonderde, zo nam hij voor en was van zins in 11 1, 11| eenmaal in het jaar, zo liet hij zich nochtans geenszins 12 1, 12| werd, verachtende, hield hij geenszins op zichzelf daar 13 1, 12| te dringen, zeggende, dat hij daar moest ingaan; en hoewel 14 1, 12| mij niet te geschieden; en hij vroeg, waarom niemand van 15 1, 19| wilden het niet toestaan; als hij eindelijk aanhield, en zijn 16 1, 22| 22 Doch hij, zich verstoutende, en alles 17 1, 23| die alle kracht heeft, dat hij in de tegenwoordige nood 18 2, 7 | bekend maaktet, en hem, toen hij Israël najaagde met wagens 19 2, 16| riet van de wind, zodat hij nu op de vloer lag, machteloos, 20 2, 16| noch spreken kon, overmits hij door het rechtvaardig oordeel 21 2, 17| verslagen, en vrezende, dat hij ook het leven zou verliezen, 22 2, 18| 18 Maar als hij een wijle daarna weder tot 23 2, 18| God gestraft zijnde, kwam hij geenszins tot berouw, maar 24 2, 18| geenszins tot berouw, maar hij trok weg met scherpe dreigementen.~ 25 2, 19| 19 Toen hij nu in Egypte kwam, en zijn 26 2, 19| afgezonderd waren, zo heeft hij niet alleen zichzelf met 27 2, 19| ontuchtigheden verzadigd, maar hij is ook tot zo grote vermetelheid 28 2, 19| vermetelheid voortgegaan, dat hij lasteringen in alle plaatsen 29 2, 20| 20 En hij nam voor openlijk dit volk 30 2, 20| een toren bij het hof liet hij een pilaar oprichten en 31 2, 22| 22 En opdat hij niet zou schijnen op alle 32 2, 22| verstoord te zijn, zo liet hij daaronder schrijven, dat 33 3, 1 | goddeloze tiran dit vernam, werd hij zo toornig, dat hij niet 34 3, 1 | werd hij zo toornig, dat hij niet alleen vergramd was 35 3, 1 | meer tegenstond, en dat hij gelastte dat men zou haasten, 36 3, 8 | grote God, maar meende dat hij gestadig bij hetzelfde voornemen 37 3, 21| tweeduizend drachmen zilver, ja hij zal ook met vrijheid gekroond 38 4, 9 | koning was geboden, zo heeft hij gelast dat zij hen zouden 39 4, 10| hunner broederen, zo werd hij zeer verstoord, en gelastte, 40 4, 11| 11 Overmits hij hen niet wilde belasten 41 4, 13| zijn onheilige mond prees hij de stomme afgoden, die hem 42 4, 13| tegen de hoogste God sprak hij dingen die niet betamen.~ 43 4, 15| 15 En als hij hen te harder dreigde, alsof 44 5, 1 | geroepen, en geboden dat hij de volgende dag al de olifanten, 45 5, 2 | 2 En als hij dit gelast had, begaf hij 46 5, 2 | hij dit gelast had, begaf hij zich weder tot goede sier 47 5, 4 | aangeroepen, biddende dat hij de goddeloze raad tegen 48 5, 5 | de hemel. Hermon nu, als hij de wrede olifanten drinken 49 5, 6 | het aan allen schenkt wie hij wil) gezonden tot de koning.~ 50 5, 7 | krachtige werking des Heren werd hij met een zeer zoete en diepe 51 5, 7 | onverzettelijk besluit werd hij grotelijks bedrogen.~ 52 5, 8 | lichtelijk laat verzoenen, dat hij de sterkte van zijn machtige 53 5, 9 | genoden sterk aankwamen, ging hij in tot de koning, en stiet 54 5, 9 | opgewekt hebbende, vertoonde hij hem, dat de bestemde tijd 55 5, 9 | maaltijd voorbijging, terwijl hij met hem woorden hierover 56 5, 10| gedaan zijnde, vermaande hij hen zichzelf goed te verlustigen, 57 5, 11| koning Hermon tot zich; en hij vroeg hem met een bitter 58 5, 12| 12 En toen hij aanwees, dat hij diezelfde 59 5, 12| En toen hij aanwees, dat hij diezelfde nacht het bevel 60 5, 12| zulks ook getuigden, sprak hij, die meerder wreedheid had 61 5, 13| 13 Maar zeide hij: Bereid zonder oponthoud 62 5, 16| baden de opperste God, dat hij hen weder haastig wilde 63 5, 18| 18 Maar als hij dit vernam en in het goddeloos 64 5, 18| geslagen werd, zo vroeg hij (als die in alles door God 65 5, 18| voor een zaak was, waarom hij dit met zulk een haast verricht 66 5, 20| 20 Maar hij werd om dezer woorden wil 67 5, 20| de ogen houdende, sprak hij met veel dreigen.~ 68 5, 22| vervaarlijk dreigement; en hij ontzette zich in zijn gelaat 69 5, 24| aangericht had, zo vermaande hij dat men zich zou begeven 70 5, 24| begeven tot vrolijkheid, en hij riep Hermon tot zich, en 71 5, 28| onreine eed vast gezworen, dat hij niet alleen dezen zonder 72 5, 28| niet mogen ingaan, zeide hij in der haast met vuur verbranden, 73 5, 30| van mensen vervuld was, is hij naar het hof gegaan, en 74 5, 31| 31 Toen is hij, zijn goddeloos hart met 75 5, 35| Here aller schepselen, dat hij zich over hen met een heerlijke 76 6, 3 | was van dit Egypte (als hij zich verhief met een onbarmhartige 77 6, 18| werd geheel sidderende, en hij vergat zijn toornige en 78 6, 20| vanwege de dingen, die hij tevoren tegen hen bedacht 79 6, 21| 21 Want als hij het geschreeuw hoorde en 80 6, 21| voorover vielen, zo weende hij en dreigde met gramschap 81 7, 10| 10 En hij begreep, dat zij de waarheid


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License